De jongen had gelijk, en met meer aandacht dan eerst, bekeken ze
't rampzalige overschot.
"Wordt hij weer opgebouwd?" vroeg Kees.
Die vraag bracht de hoofden van de vijf bij elkaar.
't Was Hesse, die als 't ware vuur in 't kruit wierp door de opmerking:
"Eer hij opgebouwd wordt, mogen wij er gerust in."
Daar had je 't!
Wie ter wereld zou hen beletten over 'n poos, als de nieuwsgierigheid
uitgewerkt was, de puinhoopen te beklimmen en door den vroegeren
kerkingang den toren binnen te gaan? Zoozeer namen de nieuwe
vooruitzichten hen in beslag, dat ze de bende van Flip vergaten.
Met d'r vijven stonden ze op 'n hoopje en ze luisterden naar de
plannen van Hesse. Met drukke gebaren en met 'n stem, die al luider
en harder klonk, ontvouwde Hesse z'n plan om van den halven toren
'n prachtige schuilplaats te maken, 'n echt oud ridderslot moest
't worden en zij zelf zouden ridders zijn.