"Heb jij 'n horloge? Laat 's zien!"
Hesse trok pardoes 't horloge van Wibbe uit diens zak, hield 't aan
z'n oor, draaide aan den knop en slingerde er hoogst gevaarlijk mee.
"Zou je mevrouw niet goeden avond wenschen?" vroeg de notaris.
"O--ja--goeden avond mevrouw! Bent u de vrouw van dien
meneer? Ha-a-a-a!"
Hesse liep naar de tafel en begon gretig van 'n schaaltje ham
te eten. Hij nam 'n plak zoo maar in de hand en stopte 't vleesch
proppend in z'n mond.
"Maar Hesse! wat doe je nu? Wacht toch even tot we allemaal nog wat
gaan gebruiken."
"O.... ja...."
Hesse veegde z'n mond met den rug van z'n hand af. Toen kreeg hij
de kat in 't oog, sprong er naar toe, trok 't dier aan den staart,
zoodat poes van angst onder 'n kast kroop.
Hesse liet zich plat op z'n buik vallen, en begon haar op te jagen,
terwijl hij ze met één hand vooruit duwde.
Toen ontvluchtte de kat op de canapé, maar Hesse haar achterna;
vervolgens zocht ze 'n schuilplaats achter mevrouw's rokken.... En
Hesse hield vol met z'n: kssss, ksssss! Wibbe vond dien nieuwen jongen
buitengewoon grappig.
Zòò was nu 'n echte!
Hij lachte eerst zachtjes, toen met daverend geluid om de wilde
jagerij.
Wat 'n jongen. En hoe leuk zag hij er uit! Van die smalle oogspleten,
kort borstelig haar, 'n wipneus en groote ooren.
Het lukte den notaris om den nieuwen huisgenoot op 'n stoel te krijgen.
Mevrouw zat haar tweeden pleegzoon met verschrikte oogen aan te zien
en tot haar schrik nam Hesse alles in z'n handen om het te bekijken.
Geen minuut zat hij stil en tot viermaal toe liet hij er zich af
glijden om eerst de ouderwetsche hangklok op te winden door met 'n ruk
aan de koperen ketting te trekken, toen ontdekte hij 'n snuisterijtje
op den schoorsteen, 'n soort spinnewieltje. Dit begon hij razend
snel te draaien, zoodat 't na 'n oogenblik in drieën lag. De derde
maal ging hij de laden van 't buffet opentrekken om te zien wat er in
lag en ten slotte moest hij met alle geweld weten of de tabakspot van
steen of van hout was. Om die reden liet hij 't deksel in gruzelementen
vallen. Mevrouw zat op heete kolen, meneer wist geen raad.
Op z'n vriendelijkste manier trachtte hij Hesse duidelijk te maken
wat mocht en wat niet. Maar de jongen luisterde niet eens! Telkens
ontdekte hij weer wat merkwaardigs, òf hij at met gulzigheid.
Tot viermaal toe vroeg hij mevrouw opnieuw om melk, en dan dronk
hij 't glas in eens leeg. Wibbe sprak geen woord. Hij volgde alle
bewegingen van den nieuwen vriend met de grootste aandacht en ondanks
de vermanende gezichten van meneer lachte hij luidkeels om alles wat
Hesse deed.
Nauwelijks had deze 't laatste kruimeltje in z'n mond gestopt, of
hij liet zich onderuit glijden en verdween onder de tafel...
Toen fluisterde mevrouw: "Man, wat is dat voor 'n vreeselijke
jongen? Stuur 'm naar bed!"
De notaris, zelf met 'n hoogroode kleur, vischte Hesse op en
kommandeerde: "Vooruit! naar boven!"
Als 'n wervelwind vloog Hesse de kamer uit, de donkere gang in.