Hoofd-afdeeling II is samengesteld uit de twee onder-afdeelingen

A. Waarin de maagschapsnamen behandeld worden die van volkenkundigen

aard zijn, of wel ontleend aan byzondere aardrijkskundige namen.

Van § 66 tot § 94. En

B. Waarin men de geslachtsnamen vermeld vindt, van

algemeen-aardrijkskundigen oorsprong. Van § 94 tot § 108.

Hoofd-afdeeling III vervalt in vele onder-afdeelingen. Dit zijn

de volgenden:

A. Geslachtsnamen, aan de namen van ambten, bedryven, handwerken,

enz. ontleend. Van § 108 tot § 124.

B. Geslachtsnamen, ontleend aan persoonlike eigenschappen, zoowel

lichamelike als geestelike. Van § 124 tot § 128.

C. Geslachtsnamen, van huisnamen, gevelteekens, uithangborden,

enz. afgeleid. Van § 128 tot § 131.

D. Geslachtsnamen, ontleend aan de namen van dieren. Van § 131 tot

§ 135.

E. Geslachtsnamen, aan het plantenrijk ontleend. Van § 135 tot § 137.

F. Geslachtsnamen, aan het delfstoffenrijk ontleend. § 137.

G. Geslachtsnamen, ontleend aan het heelal, aan natuurverschijnselen,

jaargetyden, byzondere dagen, enz. § 138.

H. Geslachtsnamen, aan de namen van lichaamsdeelen ontleend. § 139.

I. Geslachtsnamen, aan spyzen, dranken, en kleedingstukken

ontleend. Van § 140 tot § 142.

J. Geslachtsnamen, afgeleid van de namen van munten, geldsoorten,

maten en getallen. § 142 en § 143.

K. Geslachtsnamen, ontleend aan de verwantschap en de onderlinge

betrekkingen der menschen. § 144.

L. Geslachtsnamen, ontleend aan de namen van goden en godinnen,

kerkheiligen, godsdiensten, enz. § 145.

M. Geslachtsnamen, ontleend aan de namen van denkbeelden, zaken,

eigenschappen, zoo goede als kwade. § 146.

N. Zonderlinge geslachtsnamen. Van § 147 tot § 150.

O. Imperativische geslachtsnamen. § 150.

Hoofd-afdeeling IV is samengesteld uit de volgende onder-afdeelingen:

A. De noord- en de zuid-nederlandsche geslachtsnamen. § 151.

B. De geslachtsnamen der verschillende nederlandsche gewesten. Van

§ 152 tot § 156.

C. Geslachtsnamen, die kenmerken van nederlandsche gouspraken

vertoonen. § 156 en § 157.

D. Nederlandsche geslachtsnamen, buiten de hedendaagsche nederlandsche

grenzen inheemsch. Van § 158 tot § 162.

E. De geslachtsnamen der nederlandsche Israëliten. § 162 en § 163.

F. Vreemde geslachtsnamen in Nederland. Van § 164 tot § 167.

G. Latynsche en grieksche geslachtsnamen. § 167. Eindelik

H. Een paragraaf (§ 168) »Tot besluit".

De Nederlandsche Geslachtsnamen in Oorsprong, Geschiedenis en Beteekenis · 第 7 / 42 题