AANTEEKENINGEN

[1] Met dezen naam noemt men in Friesland de plattelands-heelmeesters,

zonder daaraan echter het denkbeeld van kwakzalverij te hechten.

[2] Spreek uit: Alua.

[3] Can (hond) Francesco della Scala was een dier machtige Hertogen

van Verona, wier schepter zich eens uitstrekte tot verre over de

grenspalen naar Brescia, Padua, Frioul en tot aan Triëst. Zijne

prachtige graftombe is nog in de kerk di S. Maria antica te Verona

aanwezig, met het navolgende grafschrift prijkende:

Si canis hic grandis ingentia facta peregit,

Marchia testis adest, quam saevo marte subegit.

[4] Stins, of steenen huis, was de benaming, welke in Friesland aan een

slot of sterkte gegeven werd: Adeelastins is dus: het slot van Adeelen.

[5] Het zijn twee gekken.

[6] 't Is mogelijk; maar beiden hebben zij het hart welgeplaatst.

[7] _Made_ ('t Engelsche _meadow_) is een groen veld, hiervan _zich

vermeien_, _spelemeien_, voor: zich op 't veld vermaken.

[8]

Droeve dagen zullen komen:

Groote heeren zullen sneven;

Vrede en vreugde zullen volgen:

Roos en lelie zullen bloeien.

[9]

De boog is gespannen, de pijl gereed,

Die ras uw hoofd zal treffen.

[10]

Eens dorpers onedele vlegel

Zal u op het veld doodslaan.

[11]

God zal u altijd bewaren

Voor water, staal, hout en vuur.

[12] Herinner u Bianca van Salerno.

[13]

De hond heeft het schaap opgegeten;

Maar het lam zal weldra terugkomen.

[14]

Waakt op de grenzen!

De vijand is daar.

[15]

De tijdingen, die u zullen komen,

Zullen u vreugd en leed veroorzaken.

[16]

Der Sirenen lied zal behagen;

Maar droeve dood er op volgen.

[17]

Dikwijls heeft hij die een mijter draagt

Alleen den titel van Abt.

[18] Vergeef mij, doorluchte Heer Graaf; maar ik kan niet zeggen....

[19] Er is geen ander orakel dan dat des Graven van Gelder.

[20] Men kan geen ezel doen drinken zoo hij geen dorst heeft.

[21] Hypericum.

[22] Het liefelijke niets doen.

[23] Tegenwoordig het Stadhuis.

[24] De klapmuts had den vorm van een dwars opgezetten bisschopsmijter

met de kleppen op zijde: de _hénin_ was een hooge hoed in den vorm

van een suikerbrood, van welks punt een sluier afhing: de oordekker

was een klein plat mutsje met twee dikke kussens, welke de ooren en de

slapen bedekten en met juweelen en goud bedekt waren.--Van deze drie

hoofdsieraden heeft het suikerbrood, schoon zeker het onbevalligste,

het langst, ja over de twee eeuwen stand gehouden.

[25] Den _karoledans_ vind ik vermeld in den _Tournoi de Chauvenci_,

gegeven in 't laatst der XIIen eeuw, beschreven door Jacques Bretex,

in deze woorden:

Les dames main à main se tiennent

Et tous ainsi comme elles viennent

Se prend chascune à sa compaigne,

Ne-nus hors ne s'i acompaigne,

Ainsi s'en vont faisant le tor.

[26] Zoo noemde men voorheen de keuken.

[27] Woorden vervliegen, het geschrevene blijft.

[28] Misschien slaapt hij alleen met de oogen.--Maar wat betreft het

ontdekken van uwe waardigheid aan dezen jongeling, dit belet u zijne

onvoorzichtigheid zoowel als uwe veiligheid, welke groot gevaar zoude

loopen, indien het bekend werd, dat de hoop en de lust onzer Kerk

onder zulk een ongewoon gewaad bedekt waren.

[29]

"Als Dekama zijne Roos verliest,

En deze voor Friesland het zeenat kiest,

Dan zullen, om haar te plukken, komen

Vogels van alle wieken en veeren;

Dan zal zij welken en verkwijnen,

En 't hoofdje droef laten hangen;

Maar weer bloeien en tieren,

Als des Vorsten buit Friesland ten deel valt."

[30] En geen _hoera_! zooals men tegenwoordig in alle liedjes en

nieuwsbladen leest, en zelfs door krijgslieden hoort uitgalmen,

als waren wij Kozakken geworden, en als had niemand het uitmuntend

puntdichtje gelezen van den voortreffelijken Staring, dien

kernachtigsten onzer hedendaagsche dichters.

[31] _Teylinger-Bosch_, bij den Vogelesang, niet te verwarren met

_Teylingen_ bij Sassenheim.

[32] Dit was het teeken, dat de eigenaar een aanval vreesde en waarmede

hij zijn vrienden waarschuwde tot ontzet aan te rukken.

[33] De Friezen waren gewoon, aan die gevangenen, welke zij voor

vreemdelingen aanzagen, deze en soortgelijke spreekwijzen te doen

opzeggen. Die dit zonder haperen kon doen, werd voor inboorling

gehouden; maar de anderen zonder genade verdronken. Dit heette men

_wapeldjepinga_ (waterdooping).

[34] _Hiera picra_ en _hiera gladii_ waren eene soort van artsenijen,

voorheen in zwang. Zie Petras Blesensis _Lib_. _in Job_. I, alsmede

het Receptenboek, in het voorbericht van dit werk aangehaald.

[35] Zie bl. 65.

In DE VIJFTIG-CENTS-EDITIE ZIJN VERSCHENEN:

No.

1.--_Mr. J. Van Lennep,_ De Pleegzoon.

2.--_Mr. J. Van Lennep,_ Ferdinand Huyck.

3.--_Mr. J. Van Lennep,_ De Roos van Dekama.

4.--_Mr. J. Van Lennep,_ Elizabeth Musch.

5.--_Mr. J. Van Lennep,_ Novellen en Vertellingen.

6-8.--_Mr. J. Van Lennep,_ Onze Voorouders.

9-11.--_Mr. J. Van Lennep,_ De lotgevallen v. Klaasje

Zevenster.

12.--_J. J. Cremer,_ Dokter Helmond en zijn Vrouw.

13.--_J. J. Cremer,_ Daniël Sils.

14.--_J. J. Cremer,_ Tooneelspelers.

15.--_J. J. Cremer,_ Hanna de Freule.

16-17.--_J. J. Cremer,_ Anna Rooze.

18.--_J. J. Cremer,_ Overbetuwsche Novellen.

19-20.--_J. J. Cremer,_ Novellen en Vertellingen.

21.--_J. J. Cremer,_ Betuwsche Novellen en een Reisgezelschap.

22.--_J. J. Cremer,_ De Lelie van 's-Gravenhage.

23.--_J. J. Cremer,_ Emma Berthold.--Boer en Edelman.

24.--_J. J. L. Ten Kate,_ Stichtelijk Huisboek.

25*--_Mr. J. Van Lennep_ en _J. Ter Gouw,_ De Uithangteekens

in het algemeen.

26*--_Mr. J. Van Lennep_ en _J. Ter Gouw,_ De Uithangteekens

in het bijzonder.

27*--_Mr. J. Van Lennep_ en _J. Ter Gouw,_ De Uithangteekens

in verband met Geschiedenis en Volksleven.

28*--_Mr. J. Van Lennep_ en _J. Ter Gouw,_ Het boek der

opschriften.

29.--_R. Bennink Janssonius,_ Dichtwerken.

42*--_J. Van den Vondel._ 1605-1616. Het Pascha.--Den Gulden

Winckel.--De Vaderen.

43*--_J. Van den Vondel._ 1617. Vorstelycke Warande der dieren.

44*--_J. Van den Vondel._ 1618-1620. Hierusalem verwoest.--De

Heerlyckheyd van Salomon.--Helden Godes.

45*--_J. Van den Vondel._ 1621-1625. De Amsteldamsche

Hecuba.--Palamedes.

46*--_J. Van den Vondel._ 1626-1629. Hippolytus.

47*--_J. Van den Vondel._ 1630-1636. Sofompaneas.

48*--_J. Van den Vondel._ 1637-1639. Gysbreght van

Aemstel--Elektra.--Maeghden.

49*--_J. Van den Vondel._ 1639-1640. Gebroeders.--Joseph in

Dothan.--Joseph in Egypten.

50*--_J. Van den Vondel._ 1641-1642. Peter en

Pauwels.--Heldinnebrieven.

51*--_J. Van den Vondel._ 1642-1645. Brieven der Heilige

Maeghden.--Grotius Testament.

52*--_J. Van den Vondel._ 1645. Altaergeheimenissen.

53-54*--_J. Van den Vondel._ 1646. Publius Maroos Wercken.

55*--_J. Van den Vondel._ 1646-1647. Maria Stuart.--De

Leeuwendalers.

56*--_J. Van den Vondel._ 1648-1651. Salomon.

57*--_J. Van den Vondel._ 1652-1653. Horatius Lierzangen.

58*--_J. Van den Vondel._ 1654-1655. Lucifer.--Inwydinge van

't Stadthuis t' Amsterdam.

59*--_J. Van den Vondel._ 1656-1657. Salmoneus.--Koning

Davids Harpzangen.

60*--_J. Van den Vondel._ 1657. Koning Davids Harpzangen.

61-71*--_J. Van den Vondel,_ Dl. 15-30, ter Perse.

72-75.--_Nicolaas Beets'_ Dichtwerken.

76-77.--_Bernard Ter Haar,_ Dichtwerken.

78.--_Mr. J. Van Lennep._ Vertellingen van vroeger en later

tijd.

79.--_Mr. J. Van Lennep._ Het huis ter Leede.--Adegild.--Jacoba

en Bertha.

80.--_Mr. J. Van Lennep._ De strijd met Vlaanderen.--Eduard

van Gelre.

81.--_Mr. J. Van Lennep._ Marino Faliëro, Doge van

Venetië.--Fiësko, of de Samenzwering te Genua.--De Staatsman

bij toeval, enz.

82.--_Mr. J. Van Lennep._ Een Amsterdamsche Winteravond

in 1632.--Haarlems Verlossing.--Saffo.--Harald de

Onversaagde.--Vondels droom, enz.

83.--_Mr. J. Van Lennep._ Een droom van Californië.--De

betooverde viool en het Bloemenoproer.--Romeo en Julia, enz.

84.--_Mr. J. Van Lennep._ Een Amsterdamsche Jongen of het

buskruit-verraad in 1622.--Lastige Lieden, enz.

85.--_Mr. J. Van Lennep._ Academische

Idyllen.--Vuur*aanbidders, enz.

86.--_Mr. J. Van Lennep._ Het recht van bruiloftsavondkout,

enz.

87*--_Mr. J. Van Lennep._ Nederland vóór den Tachtigjarigen

oorlog.

88*--_Mr. J. Van Lennep._ De Tachtigjarige oorlog.

89*--_Mr. J. Van Lennep._ De Hoogmogende Republiek.

90*--_Mr. J. Van Lennep._ Ondergang der Republiek.--Het

Koninkrijk der Nederlanden.

91-93.--_A. Loosjes Pz.,_ Het leven van Maurits Lijnslager.

94.--_J. J. L. Ten Kate,_ Verhalen en vertellingen.

95.--_J. J. L. Ten Kate,_ Zangen des tijds.

96.--_J. J. L. Ten Kate,_ Gewijde Poëzy.

97.--_J. J. L. Ten Kate,_ Bijbel-Poëzy.

98.--_J. J. L. Ten Kate,_ Dramatische Poëzy.

99.--_J. J. L. Ten Kate,_ Voor Hart, Huis en Leven.

100.--_J. J. L. Ten Kate,_ Mengel-Poëzy.

101.--_J. J. L. Ten Kate,_ Uit den vreemde. Vertaalde Poëzy.

102.--_J. J. L. Ten Kate,_ Faust.--Maria Stuart.

103.--_J. J. L. Ten Kate,_ De Planeeten.--De Jobeïde.

104.--_J. J. L. Ten Kate,_ Milton's Verloren Paradijs. Ter

Perse.

105.--_J. J. L. Ten Kate,_ Dante's Hel. Ter Perse.

106*--_Mr. J. Van Lennep,_ De vermakelijke Spraakkunst,

opgehelderd door een aantal Illustratiën van _Alfred Ronner_.

107*--_Mr. J. Van Lennep,_ De vermakelijke Latijnsche

Spraakkunst, opgehelderd door een aantal Illustratiën van

_Alfred Ronner_.

De 50-Cents-Editie kost 75 Cents gebonden.

Geïllustreerde boeken, met * geteekend, kosten 60 Cents ingenaaid

en 90 Cents gebonden.

De Roos van Dekama · 第 46 / 46 题