Mevr. Warren's Bedrijf is een vroegere arbeid van Shaw dan het
dit voorjaar gepubliceerde blijspel: Je kunt nooit weten. Het stuk
volgde spoedig op den eersteling, met den zonderlingen titel: Widowers
Houses (letterlijk: Huizen van weduwnaars), en het is uit denzelfden
levenskijk ontstaan. Men zou beiden stukken tot motto kunnen geven:
"Dief en diefjesmaat" of "Oud lood om oud ijzer". De kritikus onzer
maatschappij, de socialist Shaw, gaat erin uit van de bedoeling om
duidelijk te doen blijken, dat het z. i. heelemaal onverschillig
is, hoè men komt aan zgn. onafhankelijke (renteniers)inkomens; dat
de wijze waarop de huisjesmelker en de hoerenwaardin rijk worden,
misschien in graad maar niet in wezen verschilt van de methoden,
waarop de hypotheekhouder, de aandeelhouder, de fabrikant aan hun hooge
dividenden, tantièmes, directeurs-inkomen moeten geraken,--altemaal
toe-eigening van overwaarden, alleen te verkrijgen ten koste van
te hooge huren, te lage loonen, te lange werktijden: uitbuiting
van anderen in het algemeen. Wie daarvan meeprofiteert is precies
even verantwoordelijk als wie directelijk het vuile werk doet. En
de eenige manier om in deze maatschappij zoover mogelijk buiten
die verantwoordelijkheid te blijven, is, zelf hard te werken en
alleen te willen leven van de opbrengst van dien eigen arbeid; niet
van dividenden, en niet in luiheid en niets-doen, in op zichzelf
ontzenuwende en ontaardende weelderigheid. In elk geval komt het er
op aan, dit duidelijk in te zien en zich niet diets te maken dat het
anders is. Een eerlijke schoelje is, als men de keus heeft, altijd
nog verkieslijk boven iemand die zich wijs maakt dat zijn grauwheid
een romantische blankheid vertoont.
Aldus het gezichtspunt, van waaruit Shaw het ook in de fransche
tooneelletterkunde van de tweede helft der 19e eeuw nogal eens graag
behandelde onderwerp aanpakt van een jong mensch, die plotseling
ontdekt dat zijn of haar moeder in nauwe betrekking staat tot den
vulgairen drift. Hij heeft niet, op sentimenteele gronden, de sympathie
voor de moeder zoeken op te wekken; hij is zelfs begonnen met haar meer
dan onsympathiek te maken door haar niet maar als een zelf-overgegevene
te schilderen, maar, erger, als een die jonge vrouwen in de val lokt,
en houdt, en van de opbrengst van hun ontucht mooi weer speelt. Het
ligt nu eenmaal in Shaw's neiging, voor geen uiterste terug te
schrikken, en zijn thesis op den wijdsten grondslag op te bouwen. En
natuurlijk ontkomt hij aldus niet aan het gevaar van te veel te willen
bewijzen en dan toch ten slotte de consequentie van zijn uiterste
niet zelf aan te durven; wèl in zijn uitvoerige voorredenen, maar
niet in zijn stukken zelf. Als hij die voorredenen schrijft, kan hij
zoo vlijmscherp ontleden en conclusies trekken, als zijn toegespitst
vernuft maar veroorloven wil. Doch als auteur kan hij niet werken met
abstracties, en hoe meer hij zijn beeldend dramatiseerend vermogen
ontwikkelde, des te meer moest hij de abstractie loslaten om zijn
menschen in hun verscheidenheid en inconsequenties te teekenen. In
Mevr. Warren is hij losser van het "zelf aan de touwtjes-trekken"
dan in het eerste stuk; men ziet hem wel achter de schermen, maar
zijn figuren hebben toch al veel meer eigen leefkracht en zelf
bewegingsvermogen. En zoo ontschieten ze nogal eens aan de logica van
zijn thesis. Hij kan nu niet meer blind blijven voor de psychologische
waarheid, dat al moge moraliter de mede-genieter mede-aansprakelijk
blijven voor de wijze waarop geld bijeengebracht is, hij of zij, die
het vuile werk zèlf doen, toch anders besmet worden dan wie er vrij
van blijven. Hij leent mevr. Warren en Crofts zijn eigen dialectisch
vernuft en maatschappelijke kritiek, om hùn wijze van geldmakerij te
verdedigen met heel veel kracht en overtuiging, en niet zonder anderen,
die vrij-uit plegen te gaan, te raken. Maar met dat al is Frank, hoewel
een leeglooper en doeniet evengoed als Crofts, ook den schrijver zelf,
heel wat sympathieker dan deze eerste aandeelhouder in mevr. Warren's
huizen; en Vivie mag uit het veld geslagen worden door haar moeders
maatschappelijke logica omtrent hamer of aambeeld, en door Crofts
aanwijzing van haar indirecte mede-plichtigheid, de auteur kan immers
zelf niet nalaten te doen blijken dat deze nuchtere, hard-werkende
jonge vrouw niet van gelijk allooi is geworden als haar moeder en
Crofts, ook al heeft zij haar opvoeding te danken aan op dezelfde
methode verkregen gelden, als hún onguren rijkdom uitmaken. Ondanks al
zijn socialisme is Shaw--hij zegt het zelf in zijn Inleiding tot John
Bull's other Island (Ierland)--een protestantsch-individualist. Zonder
individualiseeringskunst zou hij trouwens geen mensch-teekenaar
kunnen zijn. En zoo worstelen in dit werk zijn levenstheorie en
zijn kunstenaarsdrift voortdurend met elkaar. Het eind is dat de
kunstenaar-individualist overwint. Mevr. Warren wordt, ondanks
haar sterke argumenten, met vriend Crofts aan den dijk gezet; en
Vivie blijft alleen achter om haar eigen redding te bewerken door
harden arbeid, buiten alle romantiek en schoonheidsdrift, die immers
met zinnelijkheid samenhangen en, in leegen rijkdom, tot wellust
vergroeien, ten bate van ondernemingen als van mevr. Warren.
De tweeslachtigheid in dit werk wordt gelukkig goedgemaakt door de zeer
bizondere gaven van den puren dramaschrijver. Shaw teekent raak, slaat
raak, en zoo geeft ook dit stuk, dat in zijn zuiver intellectualisme
bijna alle ontroerend vermogen mist, ons een heel sterke intellectueele
opfrissching. Het is knap gebouwd, en al voelen we in de dominésfiguur
en in Frank's verhouding tot zijn vader de teekening tot overdrijving
overslaan; al raakt Vivie's persoonlijkheid de bevriezings-temperatuur
van het opzettelijk-bedachte, het geheel gaat toch voor ons leven uit
eigen innerlijke kracht, en onder den stuw van mevr. Warrens volbloedig
volkstemperament houdt het ons vast tot het eind. Crofts en Praeddie
zijn allebei prachtig geslaagde figuren, en de tegenstelling van het
cynisme van den éen tot de romantiek van den ander is geen oogenblik
te dik; toont zich zonder opdringerigheid, zooals ook die van Franks
fijnere losbol-gratie tot Croft's innerlijk grove verloopenheid.
De titelkeus is bij vertaalster en mijzelf niet zonder lange overweging
definitief geworden. Mrs. Warrens Profession is zeker letterlijk
Mevr. Warrens Beroep, en in het laatste bedrijf schijnt Vivie voor
Frank en Praed haar moeders qualificatie neer te schrijven. Maar
het Engelsche woord profession heeft precies als ons beroep een
schakeering die het meer toepasselijk maakt op professoren, musici,
leeraren, dan op het hoofd eener vennootschap, zeker van het soort
als de hare. Tusschen Mevr. W's beroep, bedrijf en onderneming hebben
wij ten slot het middelste gekozen. 't Leek juister dan: beroep,
en is korter dan onderneming. En hoe korter een titel, hoe beter.