D. E. E. achtbare wijze voorsinnige Heeren.

Mijn Heeren, ick hebbe voorleed. jaer twe verscheijden brieve aen

uwe E.E. geschreven ende seeckere poincte van attestatie midtsgaders

een brief des conings om uwe E.E. (sulcx raedsaem sijnde) daer

meede te behelpen tegens de Magelaanse Compagnie, de welcke ick

mette schepen Banda, Gelderlandt ende de Provintie aen de Ed. Heer

Generael Pieter Both hebbe geconsingneert, niet twijfelende oft uwe

E.E. zullen deselve wel sijn behandicht, doch gaet hier nevens evenwel

de copije derselver. Sedert en is de standt der Moluques grotelijcx

niet verandert, soodat ick onnodich achte weder om te verhaelen

het gene ick voor desen wijdloopig mijne E.E. Heeren geaviseert,

confirmerende hier mede hetgene ick voor desen principalijcken over

de nootwendicheden der Moluques hebbe geschreven. Wat alhier sedert

is voorgevallen sullen uwe E.E. uijt dese medegaende copijen van

resolutien ende 't journal door mij gehouwden konnen sien, daer aen

ick mij gedraghe ende met dene verstae de vruchtelose tocht naer

de Manillas, daar wij meer schricx als schade aen de vijanden ofte

proffijt voor ons hebben gedaen. Doch moet er evenwel daerinne gerust

zijn, wel wetende dat de Heer is die gene die van menschen voorslagen

volkomentlijcken disponeert, soodat alle desseijns juijst haer witt

niet en connen getreffen. Wij verstaen als nu dat de Chinesen, die

met de Castilianen in Manilla comen handelen, door vrese verscheijden

plaetsen van 't eijlant Luçon, daer de stadt Manilla op leijt, aendoen,

om door d'onse niet te werden aengehaelt; mede dat de schepen commende

van Aquapulca d'imbocadero van C. Spirituo Santo, daerse gewoon syn

geweest te passeren, niet meer soo precijs door en lopen, maer datse

oock aendoen de oosthoek van Mindanao, alwaer Spangnaerts liggen die

haer adviseren, waer op zij alsdan een seeckere enge strate passeren

liggende op 7 1/2 graedt, dewelke van een seecker eijlandt ende het

vaste landt van Mindanao gemaeckt wert; soodat de saecken aldaer seer

onseecker zijn om op een van beijde die parthyen te passeren. Sedert

mijn jongste schrijvent is oock bij ons verovert het eijlandt Ciauw,

alwaer wij verstaen hadden dat een goede quantiteyt vivres lach voor

Spaansch Tarnate, het welcke de Spangnaerts aldaer opgesmeten hadden,

doen wij voorleden jaar met het noordelijck mouson in zee cruysten. Een

vande principael oogmercken om dit werck te verrichten is geweest,

om met het volck van voorn. Eijlandt andere plaetsen, die onbewoont

sijn, te peupleren; wat daarop mette comste van de Z.E. heer generael

Reynst geresolveert is, sullen uwe E.E. uijt de copie Sijnder Edts

resolutien connen sien. Godt geve d'uijtcomste soo mach succederen,

dat wij de vruchten vant selve eerlangh moghen genieten. Alsoo de

schepen de Roode leeuw en de Maen materie medegegeven was om op d'ene

offe andere plaetsen te verdubbelen, sijn ten dien fijne naer Sanghy

vertrocken, latende het jacht de Pauw in Ciauw, het welcke met haer

tot veroveringe vande selfde plaetse gegaen was. Ende also door het

overlijden van Capn Mathys de luijtenant allene de plaetse waernam,

is de schipper (sieck sijnde en soo ons geseijt wiert halff ijll van

hooft), sonder voorweeten des luijtenandts ofte eenige resolutie daer

over te nemen, vande voorn. plaetse t'seyl gegaen en is sedert noyt

meer van ons gezien geweest. Doch hebben verstaen van verscheijdene

swarten en eenige, die seijden selver daerinne geweest te sijn, dat

het voorsz. jacht met een Chineesche pelo, aen Galille liggende,

aen de Oostsijde van de custe van Gilolo hadde geanckert gelegen,

alwaar den schipper gestorven was en aen landt begraven; dat is

de seeckerste tijdinge die wij daar van hebben becomen. Oft nu het

voorsz. jachte door vier, windt, waeter, overvallen der Chinesen ofte

andersints door quaet gouverne is verongeluckt en is ons tot noch

toe niet bekendt, doch hebben een seer onseeckere tijdinge door een

overloper becomen, dat hetselve aen de oostsijde van het eijlandt

Luçon in de Philippinas souwde sijn gebleven met geschut met al en

eenich vant volck; daarvan datter noch 14 in de stadt Manilha den

gouverneur don Juan de Silva gevanckelijcken gebracht souwden wesen,

doch heeft weijnich fondament. Watter van sij, sal den tyt leeren......

(Na over den toestand in de Molukken gesproken te hebben, vervolgt

de schrijver:)

Op de ed. heer generaels arivement alhier is sijne Ed. door ons

wijdlopich voorgehouden de stant van de vijandt in de Manilhas,

en gedebatteert wat vruchten aldaer door de Comp. te halen waren;

doch bevindende de saecken also gelegen te sijn datter zeer weijnich

fondament van state tot een eeuwige welstandt uwer ed. saecken

in Indien daer op soude sijn te maecken, bestaende aleene hetgene

aldaer te verrichten is in een onseeckere en twijfelachtige buyte,

als hierboven deselve van mij is aangeruert. Is geconfirmeert een

seeckere resolutie voor desen tot Bantham genomen, om met alle de macht

het stuck van Jhoor bij der handt te nemen en aldaer te formeren een

seker rendevous en colonie, daer alle de omliggende natien alsmede

de Chinesen van verscheijden plaetsen met ons souden comen handelen,

sluytende voor de Portugesen de straten van Sinca poura, Palimban

en Sabon, daerdoor men haer niet alleen den handel op de oostersche

quartieren van Indien, maer oock den rijcken handel op Macau souwden

connen vruchteloos maecken. Ick soude wijtloopiger op de vruchten

die hieruijt volgen sullen discoureren, ten ware saecke ick niet en

twijfelde ofte U.E.E. sullen de discoursen der gener, die dit stuck

particulierlijcken hebben gedebatteert, alrede hebben becomen.......

(Verder bevat de brief slechts bijzonderheden over de Molukken

en den persoon van den schrijver.)

De Nederlanders in de Philippijnsche Wateren vóór 1626 · 第 17 / 29 题