ART. VII.

"Ende opdat tot bijsondere voortsettinge van alle wercken en plantagiën

aldaer, een yegelijk Colonier of Planter, en soowel de kleyne of

onmachtigen, als de groote ofte machtigen van hare nodige Negros mogen

werden voorsien, sal de gemelte Compagnie gehouden zijn de Negros,

dewelcke van tijdt tot tijd sullen werden aengebracht publyck te

verkopen, en by twee stuk t'effens op te veylen, wel verstaende, dat

deselve Compagnie, om versekert te zijn van de voldoeninge van de prijs

die voor de voorsz. Negros sal werden uytgelooft, by het verkopen van

de voorsz. Negros sal mogen bedingen sodanige sekerheyt als deselve

sal oordelen tot haer gerustheidt dien aengaende te konnen strecken.

Geschiedenis van Suriname · 第 57 / 86 题