"Dat de voorsz. eerste thien jaren ge-escouleert wesende, de gemelte
Compagnie niet en sal vermogen oyt of oyt eenighe Lasten of Impositiën
op te stellen, ofte te heffen buyten diegene dewelcke in dit Articul
specifiquelijck staen ter neder gestelt, ten ware uyt noot ende
te gelijckelijck met vry en liber consent van den Gouverneur ende
den Politycquen Raet aldaer, dewelcke mede ten dien eynde, door de
Coloniërs selve ende uyt de beste onder haer geformeert sal werden;
ende namentlijk sal de voorsz. Compagnie noyt meer mogen trecken als
drie guldens voor yder last dat een schip groot is, voor uytgaen,
in gelijcke drie guldens voor inkomen, wegens het Lastgeldt voor
de schepen, ende voor de binnelasten niet anders als vijftigh
pont suycker voor yder Opgezeten, soo Blancken als Negros, wegens
Hooft-gelt jaerlijcks en twee en een half per cento van de waerde
van alle goederen, dewelcke van daer na dese Landen sullen werden
versonden, ofte aldaer verkocht wegens Waegh-gelt, sullende ten dien
eynde ende specialijck mede tot voorkominge van veele frauden ende
disordres aldaer een of meer Wagen werden opgerecht, ende by yder
Wage gestelt een bequame Keurmeester die de Suyckeren sullen moeten
keuren, of die bequaam zijn om gelevert te konnen werden, ende sullen
aldaer alle goederen by betalinge ofte afleveringe t'elckens ende soo
meenighmael als verkocht ofte van daer na dese Landen versonden werden,
het voorsz. Waegh-geldt van twee ende een half per cento subject zijn,
ende moeten werden gewogen en voorgeslagen.