Tweede Slaaf.
O, dat is duidelijk als de zon.
Een draak is lang, en ook een worst is altijd lang,
En bloed verslindt een worst zoowel als iedre draak.
Hij meent dus dat de draak den leêren adelaar
Zal overwinnen, "wen hij niet geeft om zijn geklets."
Worstverkooper.
Dat wen, daar kan ik aan wennen! maar ik sta verbaasd,
Hoe iemand als ik het heele volk regeeren kan!
Tweede Slaaf.
Een makkelijk werkje! Ga maar door met je beroep!
Haal alle zaken, of het een worst is, door mekaar,
Ja alles, en geef altijd maar aan 't volk zijn vet,
Dan houdt je het zoet met woordjes uit de keukentaal.
Volksleiderstalenten heb je overigens genoeg:
Een stem als een oordeel, lage komaf, aan de markt gewend,
Dat 's alles wat er voor een staatsman noodig is!
Het Delfisch orakel, en de andre, stemmen saam.
Zet gauw een krans op, en offer aan God Domkop nu!
Overwin dien andren kerel.
Worstverkooper.
Maar wie staat mij bij
In dit gevecht? de goede standen zijn bang voor hem,
En 't arme volk, dat rilt en beeft al voor z'n stem.
Tweede Slaaf.
Er zijn nog duizend ridders, heele flinke lui,
Die haten hem, en helpen ù door dik en dun,
Dan verder alle burgers die ontwikkeld zijn,
En van het publiek hier ieder die fatsoenlijk is,
En ik met hen, en de godheid zelf zal mèt u zijn.
Wees maar niet bang, z'n tronie is niet nagevolgd!
Geen van de kappers heeft, uit pure vrees voor hem,
Z'n masker durven maken. Toch zal iedereen
Hem gauw herkennen. Het publiek is slim genoeg.
(De Paphlagoniër komt naar buiten).
Worstverkooper.
O wee, o wee, daar komt de Paphlagoniër.