Tweede Slaaf.
O Bakis!
Eerste Slaaf.
Wat is er?
Tweede Slaaf.
Kerel, schenk me nòg eens in!
Eerste Slaaf.
Ik denk dat die Bakis nog al diep in 't glaasje keek.
Tweede Slaaf.
Vervloekte Paphlagoniër, heb je dit bewaard,
't Orakel vreezend dat je zelf betrof?
Eerste Slaaf.
Hoe dan?
Tweede Slaaf.
Omdat er duidelijk staat, dat hij verloren is.
Eerste Slaaf.
Wat zeg je?
Tweede Slaaf.
Kijk eens, duidelijk staat het in de spreuk
Dat er allereerst een vlashandelaar is opgestaan,
Die al de zaken van den staat besturen zal.
Eerste Slaaf.
Eén handelaar dus. En wat komt er dan? Spreek op.
Tweede Slaaf.
Een schapenhand'laar zal daarna de tweede zijn.
Eerste Slaaf.
Twéé handelaars dus. Wat gebeurt er dan met dien?
Tweede Slaaf.
Hij zal besturen, tot er nòg een beroerder vent
Dan hij zal komen, en dan gaat hij op de flesch.
Dán komt er een hand'laar in huiden, een Paphlagoniër,
Een dief, een schreeuwer, met 'n stem als 'n waterval.
Eerste Slaaf.
Moet dan de schapenverkooper weêr te gronde gaan
Door een leêrverkooper?
Tweede Slaaf.
Zeker.
Eerste Slaaf.
Wat een ongeluk!
Zou er soms niet nòg een andre verkooper ergens zijn?
Tweede Slaaf.
Er is er nog één, die kerel heeft een prachtig vak.
Eerste Slaaf.
Wat voor een beroep?
Tweede Slaaf.
Moet ik het zeggen?
Eerste Slaaf.
Ja, bij Zeus!
Tweede Slaaf.
Een worstverkooper zal het zijn, die hèm verdrijft.
Eerste Slaaf.
Een worstverkooper? Bij Poseidon, wat een vak.
Waar zullen wij dat mannetje eens zoeken gaan?
Tweede Slaaf.
Wij gaan hem zoeken!
(Er verschijnt een worstverkooper of beulingventer, met een plank,
en worsten dragende).
Eerste Slaaf.
Kijk, daar komt hij waarlijk aan,
Hoe godstoevallig! naar de markt!
Tweede Slaaf.
O beste vrind,
O worstverkooper, heerlijke kerel, kom bij ons,
Kom op 't tooneel, en red geheel de stad en ons!