Dit boekje dankt zijn ontstaan oorspronkelijk aan een op aandrang van
belangstellenden opgevat plan tot herdruk van een tweetal studiën over
Oud-grieksche Opvoeding en Onderwijs door mij in 1901 gepubliceerd
in Onze Eeuw. Terwijl ik namelijk met het oog op eene nieuwe uitgave
deze artikelen herlas, werd de wensch in mij levendig, mijne uit den
aard der zaak fragmentarische schets liever geheel om te werken en,
met behoud van hetgeen ongewijzigd kon blijven, haar uit te breiden tot
eene teekening van het Atheensche jongensleven in zijn geheel, volledig
voor zoover onze gebrekkige kennis der Oudheid dit mogelijk maakt.
Het spreekt van zelf dat mijn werk, opzettelijk in populairen vorm
geschreven, niet de pretensie heeft, aan mijne vakgenooten iets nieuws
te vertellen. Ik heb mij onder het schrijven steeds voorgesteld,
dat ik het genoegen had mij te richten tot den wijderen kring van
allen, die belangstellen in de knapen van het oude Athene en het
moderne Nederland.
Amsterdam, Augustus 1911.