TWEEDE TOONEEL.

Aldaar. Een straat.

Portia en Nerissa komen op.

PORTIA. Vraag naar de woning van den jood en laat

Dit stuk hem teek'nen. Nog van avond gaan wij;

Zoo zijn we een dag voor onze mannen thuis.

Dit stuk zal aan Lorenzo welkom zijn.

(Gratiano komt op.)

GRATIANO. Goed, dat ik u nog inhaal, waarde heer!

Bassanio, die tot beter inzicht kwam,

Zendt U deez' ring door mij en noodigt u

Van middag tot het maal.

PORTIA. Dit kan niet zijn,

Maar hartlijk dank ik hem voor dezen ring;

En 'k bid u, zeg hem dit. Wees ook zoo goed

Mijn klerk den weg naar Shylocks huis te wijzen.

GRATIANO. Met veel genoegen.

NERISSA (tot Portia, luid). Heer, een woord met u;--

(Zacht.) 'k Wil zien, den ring te krijgen van mijn man,

Dien ik hem zweren deed nooit weg te schenken!

PORTIA. Dat kunt gij wis; dat zal een zweren zijn,

Dat zij aan mannen slechts hun ringen schonken;

Doch we òverkraaien, òverzweren hen.--

Maar ga, maak haast; gij weet, waar ik u wacht.

NERISSA. Kom, waarde heer, wilt gij zijn huis mij wijzen?

(Allen af.)

De Koopman van Venetië · 第 28 / 33 题