VIERDE TOONEEL.

Aldaar. Een straat.

Gratiano, Lorenzo, Salarino en Solanio komen op.

LORENZO. Hoort toe, wij sluipen weg van 't avondmaal,

Vermommen ons bij mij aan huis en zijn

Dan allen in een uur terug.

GRATIANO. Wij zijn op zulk een feest niet voorbereid.

SALARINO. Voor fakkeldragers is niet eens gezorgd.

SOLANIO. 't Moet puik in orde zijn, of 't is niets waard;

En dan zij 't, dunkt mij, liever niet begonnen.

LORENZO. Het is nog pas vier uur; wij hebben dus

Nog twee uur vóór ons.

(Lancelot komt op, met een brief.)

Lanc'lot, zoo! wat nieuws?

LANCELOT. Als uwe edelheid dezen brief gelieft te openen, zal het

schijnen te verduidelijken.

LORENZO. Ik ken de hand; ja, 't is een schoone hand,

En blanker dan 't papier, waarop zij schreef,

De schoone hand, die schreef.

GRATIANO. Een minnebriefje!

LANCELOT (wil weggaan). Met uw verlof, heer.

LORENZO. Zeg, waar moet gij heen?

LANCELOT. Och heer, ik moet mijn ouden meester den Jood gaan intiveeren

om bij mijn nieuwen meester den Christen van avond het nachtmaal te

komen gebruiken.

LORENZO. Ziedaar, (Hij geeft hem geld.)--en zeg de schoone Jessica,

Dat ze op mij reek'nen kan;--zeg 't heimlijk; ga.--

(Lancelot af.)

Mijn heeren,

Maakt ge alles nu voor 't maskerfeest gereed?

Ik heb al iemand, die mijn fakkel draagt.

SALARINO. Goed, op mijn woord, ik maak het daad'lijk klaar.

SOLANIO. Ik ook.

LORENZO. En komt dan, na een uur zoo wat,

Aan Gratiano's huis; daar vindt ge ons tweeën.

SALARINO. 't Is goed, wij zullen komen.

(Salarino en Solanio af.)

GRATIANO. Die brief was van de schoone Jessica?

LORENZO. U moet ik alles zeggen: zie, zij schreef,

Hoe ik haar uit haars vaders huis moet schaken;

Hoe ze is voorzien van goud en edelsteenen;

Hoe ze in een page zich verkleeden zal.

Komt ooit de jood, haar vader, in den hemel,

Dan is 't ter wille van zijn dochter slechts;

En waagt ooit rampspoed haren weg te kruisen,

Dan is er niets, dat zulk een doen verschoont,

Dan dat zij 't kind is van een valschen jood.--

Kom mede, en zie dit onderweg maar in;

Mij draagt de schoone Jessica de fakkel.

(Beiden af.)

De Koopman van Venetië · 第 13 / 33 题