BURGEM. STOCKMANN. Hij glimlachte om mijn vermeende extravagance ...

natuurlijk. Heb je je de moeite gegeven eens te overdenken wat de

voorgestelde veranderingen zouden kosten? Volgens de inlichtingen die ik

ontving, zouden de uitgaven waarschijnlijk in de honderdduizenden

loopen.

DR. STOCKMANN. Zou het zoo duur worden?

BURGEM. STOCKMANN. Ja. En dan komt nog het ergste. Dat werk zou minstens

twee jaar tijd vorderen.

DR. STOCKMANN. Twee jaar, zeg je? Twee heele jaren?

BURGEM. STOCKMANN. Op zijn minst. En wat zullen we in dien tusschentijd

met de badplaats doen? Moeten wij ze sluiten? Ja, daar zouden wij wel

toe gedwongen worden, of denk je soms dat iemand nog hier bij ons komen

zou, als het ruchtbaar werd dat het water schadelijk voor de gezondheid

is?

DR. STOCKMANN. Ja maar, Peter, dat is toch zoo.

BURGEM. STOCKMANN. En dat alles nù ... juist nu, nu de inrichting in

opkomst is. De omliggende steden bezitten ook wel enkele voordeelen die

ze als badplaatsen gezocht kunnen maken. Geloof je niet dat die

onmiddellijk alles in het werk zullen stellen om den heelen stroom van

vreemdelingen tot zich te trekken? Dat spreekt immers van zelf. En daar

zaten wij dan; waarschijnlijk konden wij dan de heele kostbare

inrichting wel opruimen; en dan had jij je geboorteplaats geruïneerd.

DR. STOCKMANN. Geruïneerd ... ik...!

BURGEM. STOCKMANN. Het is enkel en alleen door het badhuis dat de stad

een noemenswaardige toekomst voor zich heeft. Dat zie je toch zeker

evengoed in als ik.

DR. STOCKMANN. Maar wat had je dan gedacht dat er gedaan moest worden?

BURGEM. STOCKMANN. Ik heb uit je rapport niet de overtuiging gekregen

dat de toestand van het water zoo bedenkelijk is als jij dien voorstelt.

DR. STOCKMANN. Maar die is eerder nòg slechter! Of dat wordt hij althans

in den zomer, als de warmte komt.

BURGEM. STOCKMANN. Zooals ik zei, ik geloof dat je erg overdrijft. Een

knap dokter moet zijn maatregelen weten te nemen naar de

omstandigheden;... hij moet schadelijke invloeden weten te voorkomen en

ze te bestrijden wanneer zij zich zichtbaar doen gelden.

DR. STOCKMANN. En dus...? Wat verder...?

BURGEM. STOCKMANN. De bestaande watertoevoer van het badhuis is nu

eenmaal een feit en daarmee moet natuurlijk rekening gehouden worden.

Maar waarschijnlijk zal de directie te zijner tijd niet ongenegen zijn

om in overweging te nemen, in hoeverre het met niet onoverkomelijke

geldelijke offers mogelijk zou zijn, eenige verbeteringen te laten

aanbrengen.

DR. STOCKMANN. En met zoo'n streek denk je mij te kunnen vangen?

BURGEM. STOCKMANN. Streek?

DR. STOCKMANN. Ja, dat zou een streek zijn,... een bedriegerij, een

leugen, gewoon-weg een misdaad tegen het publiek, jegens de heele

maatschappij!

BURGEM. STOCKMANN. Ik heb, zooals ik al opmerkte, niet de overtuiging

gekregen dat er eenig onmiddellijk gevaar bestaat.

DR. STOCKMANN. Dat heb je wél! Dat kan niet anders. Mijn uiteenzetting

is afdoende en juist, dat _weet_ ik! En je begrijpt dat heel goed,

Peter, maar je wilt het eenvoudig niet toegeven. Jij was het die het

doordreef dat de gebouwen gezet werden en de waterleiding werd aangelegd

op de plaats waar jij het aanwees; en de zaak is eenvoudig _dit_: dat je

die vervloekte stommigheid niet bekennen wilt. Poeh!... denk je dat ik

je niet doorzie?

BURGEM. STOCKMANN. En zelfs al was dat zoo? Indien ik misschien ietwat

angstvallig vast houd aan mijn prestige, dan geschiedt dat ten bate van

de stad. Zonder moreel overwicht kan ik de zaken niet zoo besturen en

leiden als ik het dienstig acht ten beste van allen. Daarom ... en ook

om verschillende andere redenen ... is er mij zeer veel aan gelegen dat

je rapport niet aan de directie der badinrichting wordt ingeleverd. In

het belang van het algemeen welzijn moet dat achtergehouden worden. Ik

zal dan later de zaak in discussie brengen en wij zullen in alle stilte

doen wat mogelijk is. Maar er mag niets ... geen enkel woord ... van

deze fatale zaak openbaar gemaakt worden.

DR. STOCKMANN. Ja, dat zal je toch niet kunnen verhinderen, mijn waarde

Peter.

BURGEM. STOCKMANN. Het moet en zal verhinderd worden.

DR. STOCKMANN. Dat gaat niet, zeg ik je. Er zijn er al te veel die er

van weten.

BURGEM. STOCKMANN. Er van weten? Wie? Toch niet die heeren van de

"Volksbode"?

DR. STOCKMANN. O ja, die ook. De vrijzinnige onafhankelijke pers zal er

wel voor zorgen dat jullie je plicht doet.

BURGEM. STOCKMANN (_na een korte pauze_). Je bent toch een ongelooflijk

onbesuisd mensch, Thomas. Heb je dan niet bedacht wat voor gevolgen dat

zou kunnen hebben voor jou zelf?

DR. STOCKMANN. Gevolgen? Gevolgen voor mij?

BURGEM. STOCKMANN. Voor jou en je gezin....

DR. STOCKMANN. Wat duivel beteekent dat?

BURGEM. STOCKMANN. Ik geloof dat ik altijd een bereidwillige en

behulpzame broer voor je geweest ben.

DR. STOCKMANN. Ja, dat ben je; en daarvoor zeg ik je dank.

BURGEM. STOCKMANN. Niet noodig. Voor een deel ben ik er ook genoodzaakt

toe geweest om mijn zelfs wil. Ik heb altijd gehoopt dat ik je

eenigermate in toom zou kunnen houden, als ik je hielp je financieele

positie wat te verbeteren.

DR. STOCKMANN. Wat? Deed je dat dus alleen voor je zelf...?

BURGEM. STOCKMANN. Gedeeltelijk, zeg ik. Het is pijnlijk voor een

ambtenaar als zijn naaste betrekkingen zich telkens weer

compromitteeren.

DR. STOCKMANN. En je vindt dus dat ik dat doe?

BURGEM. STOCKMANN. Ja, helaas, doe je dat, zonder dat je het weet.

En dan je onzalige neiging om in 't openbaar over alle mogelijke en

onmogelijke dingen te schrijven. Niet zoodra krijg je een inval,...

of terstond moet je er een courantenartikel of een heele brochure over

schrijven.

DR. STOCKMANN. Ja maar, is het dan niet de plicht van een staatsburger

om het aan het publiek mee te deelen wanneer hij een nieuw idee heeft?

BURGEM. STOCKMANN. O, het publiek heeft heelemaal geen behoefte aan

nieuwe idees. Het publiek vaart het beste bij de oude, goede, algemeen

gangbare idees die het al bezit.

DR. STOCKMANN. En dat zeg je zoo maar ronduit!

BURGEM. STOCKMANN. Ja, één keer moet ik toch eens ronduit met je

spreken. Tot nu toe heb ik getracht het te vermijden, omdat ik weet hoe

prikkelbaar je bent; maar nu moet ik je de waarheid eens zeggen, Thomas.

Je kunt je niet voorstellen hoeveel kwaad je jezelf doet met je

overijling. Je beklaagt je over de autoriteiten, ja zelfs over de

regeering,... valt die zelfs heftig aan ... houdt vol dat je op zij

gezet en vervolgd wordt. Maar kan je dan iets anders verwachten,...

zoo'n lastig mensch als jij bent.

DR. STOCKMANN. Wat nou ... ben ik lastig ook al?

BURGEM. STOCKMANN. Ja, Thomas, je bent een heel lastig mensch om mee

samen te werken. Dat heb ik ondervonden. Je stapt over alle

consideraties heen; je schijnt heelemaal te vergeten, dat ik het ben aan

wien je je betrekking als baddokter te danken hebt....

DR. STOCKMANN. Dat kwam mij alléén toe! Mij en geen ander! Ik was de

eerste die inzag dat de stad een bloeiende badplaats worden kon; en ik

was de éénige die dat toen inzag. Ik stond alleen en streed voor dat

denkbeeld vele jaren lang, en ik schreef ... schreef....

BURGEM. STOCKMANN. Volkomen waar. Maar toen was het goede oogenblik nog

niet gekomen. Nu, dat kon je daarginder in je uithoek niet beoordeelen.

Maar toen dan eindelijk het geschikte moment gekomen was, toen nam ik

... met de anderen ... de zaak in handen....

DR. STOCKMANN. Ja, en toen verknoeiden jullie mijn heele prachtige plan.

O ja, nu blijkt pas goed wat voor geslepen kerels jullie waart!

BURGEM. STOCKMANN. Naar mijn idee blijkt alleen dat jij weer behoefte

hebt aan een veiligheidsklep voor je strijdlust. Je wilt je superieuren

te lijf;... ouder gewoonte. Je kunt geen macht boven je dulden; je kijkt

een ieder, die een hoogere betrekking heeft, met schele oogen aan; je

beschouwt hem als je persoonlijken vijand,... en terstond is ieder wapen

tegen hem je welkom. Maar nu heb ik je er op attent gemaakt, welke

belangen er voor de stad op het spel staan, en dientengevolge ook voor

mij. En daarom zeg ik, Thomas, dat ik onverbiddelijk ben in den eisch

dien ik van plan ben je nu te stellen.

DR. STOCKMANN. En wat is dat dan voor een eisch?

BURGEM. STOCKMANN. Daar je je mond niet hebt kunnen houden over deze

netelige zaak, tegen menschen die er niets mee te maken hebben, hoewel

je het als een bestuursgeheim vóór je hadt moeten houden, kunnen wij de

zaak natuurlijk niet meer smoren. Allerhande geruchten zullen in omloop

komen en de slechtgezinden onder ons zullen die met allerlei toevoegsels

aandikken. Daarom zal het noodig zijn dat jij deze geruchten openlijk

tegenspreekt.

DR. STOCKMANN. Ik? Wat meen je? Ik begrijp je niet.

BURGEM. STOCKMANN. Men zou kunnen verwachten dat jij, bij een hernieuwd

onderzoek, tot het resultaat komt, dat de zaak op verre na niet zoo

gevaarlijk en bedenkelijk is, als je je in het eerste oogenblik

verbeeldde.

DR. STOCKMANN. Aha ... dàt verwacht je dus van me!

BURGEM. STOCKMANN. En verder verwacht men, dat je vertrouwt ... en dat

openlijk uitspreekt ... dat het bestuur grondig en nauwgezet het noodige

in het werk stellen zal om mogelijke misstanden te verhelpen.

DR. STOCKMANN. Maar dat zal je nooit in der eeuwigheid kunnen doen, zoo

lang je je behelpt met knoei- en lapwerk. Dit zeg ik je, Peter, en dat

is mijn eerlijke en vaste overtuiging...!

BURGEM. STOCKMANN. Als ondergeschikt ambtenaar is het je niet geoorloofd

een aparte overtuiging te hebben.

DR. STOCKMANN (_ontsteld_). Niet geoorloofd om een...?

BURGEM. STOCKMANN. Als ondergeschikt ambtenaar, zeg ik. Als

particulier,... ja, dat is heel wat anders. Maar als ondergeschikte, in

dienst van de badinrichting is het je niet geoorloofd een overtuiging

uit te spreken, die in strijd is met die van je superieuren.

DR. STOCKMANN. Dat gaat te ver! Ik als dokter, als wetenschappelijk man,

zou niet het recht hebben om...!

BURGEM. STOCKMANN. De zaak waarvan hier sprake is, is niet enkel een

wetenschappelijke; dat is een gecombineerde zaak; het is zoowel een

technische als een oekonomische!

DR. STOCKMANN. Och wat duivel! Laat het voor mijn part zijn wat het wil!

Ik wil vrijheid hebben om te spreken over alle mogelijke zaken in de

wereld!

BURGEM. STOCKMANN. Alsjeblieft. Alleen maar niet over die betreffende de

badinrichting.... Dat verbieden wij je.

DR. STOCKMANN (_schreeuwt_). Jullie verbiedt mij.... Jullie! Zulke...!

BURGEM. STOCKMANN. Ik verbied het je...; ik, je chef. En wanneer ik het

je verbied dan heb jij te gehoorzamen.

DR. STOCKMANN (_bedwingt zich_). Peter,... waarachtig, als je mijn broer

niet was....

PETRA (_rukt de deur open_). Vader, dat moet je niet verdragen!

MEVR. STOCKMANN (_haar achterna_). Petra! Petra!

BURGEM. STOCKMANN. Ah, men heeft staan luisteren.

MEVR. STOCKMANN. Je praatte zoo hard; wij konden niet helpen dat wij....

PETRA. Ja, ik hèb staan luisteren.

BURGEM. STOCKMANN. Nu, eigenlijk ben ik er blij om....

DR. STOCKMANN (_komt dichter bij hem_). Je zei iets van verbieden en

gehoorzamen...?

BURGEM. STOCKMANN. Je hebt mij gedwongen op dien toon te spreken.

DR. STOCKMANN. En nu moet ik met een openlijke verklaring mijzelf een

slag in mijn gezicht geven?

BURGEM. STOCKMANN. Wij houden het voor absoluut noodzakelijk dat je een

verklaring publiceert zooals ik die verlangd heb.

DR. STOCKMANN. En als ik nu niet ... gehoorzaam?

BURGEM. STOCKMANN. Dan geven wij zelf een verklaring uit tot

geruststelling van het publiek.

DR. STOCKMANN. Best; maar dan schrijf ik tegen jullie. Ik blijf bij mijn

idee; ik zal bewijzen dat ik gelijk heb en jullie ongelijk hebt. En wat

zal je dan doen?

BURGEM. STOCKMANN. Dan zal ik niet kunnen verhinderen dat je ontslagen

wordt.

DR. STOCKMANN. Wat...!

PETRA. Vader ... ontslagen!

MEVR. STOCKMANN. Ontslagen!

BURGEM. STOCKMANN. Ontslagen als baddokter. Ik zal mij genoodzaakt zien

je voor te dragen voor onmiddellijk ontslag, en je te ontheffen van alle

functies die met de badinrichting in verband staan.

DR. STOCKMANN. En dat zou jullie durven wagen!

BURGEM. STOCKMANN. Je bent het zelf die hier een gewaagd spel speelt.

PETRA. Oom, dat is een schandelijke manier van doen tegen een man als

papa!

MEVR. STOCKMANN. Petra, wil je wel eens je mond houden!

BURGEM. STOCKMANN (_kijkt Petra aan_). Aha, men schijnt zich hier ook al

te permitteeren zijn opinie ten beste te geven. Ja, natuurlijk (_tegen

mevr_.) Schoonzuster, u is vermoedelijk de verstandigste hier in huis.

Gebruik den invloed dien u op uw man heeft, doe hem inzien wat voor

gevolgen dit hebben zal, zoowel voor zijn gezin....

DR. STOCKMANN. Mijn gezin gaat niemand anders aan dan mij.

BURGEM. STOCKMANN. ... zoowel voor zijn gezin, zeg ik, als voor de stad

waar hij woont.

DR. STOCKMANN. _Ik_ ben het die het ware welzijn van de stad wil. Ik wil

de misslagen onthullen die vroeg of laat aan het licht moeten komen. En

het zal nog wel eens blijken of ik mijn geboorteplaats lief heb.

BURGEM. STOCKMANN. Jij, die in blinden trots de stad haar voornaamste

levensbron wilt afsnijden!

DR. STOCKMANN. Die bron is vergiftigd, mensch! Ben je dan krankzinnig?

Wij leven hier van geschacher met smerigheid en vuilnis! Het heele

opbloeiende leven van onze maatschappij put zijn voedsel uit een leugen!

BURGEM. STOCKMANN. Hersenschimmen ... of misschien nog wel wat ergers.

De man die zulke beleedigende insinuaties tegen zijn eigen stad durft

uiten, moet wel een vijand van de maatschappij zijn.

DR. STOCKMANN (_op hem toeloopend_). En dat waag jij...!

MEVR. STOCKMANN (_komt tusschenbeiden_). Thomas!

PETRA (_pakt haar vader bij den arm_). Hou je kalm, vader!

BURGEM. STOCKMANN. Ik wil mij niet aan gewelddadigheden blootstellen.

Je bent nu gewaarschuwd. Bedenk dus wat je jezelf en je gezin verplicht

bent. Adieu. (_gaat weg_).

DR. STOCKMANN (_loopt op en neer_). En zoo'n behandeling moet ik mij

laten welgevallen! In mijn eigen huis. Katrine! Wat zeg jij daarvan?

MEVR. STOCKMANN. Ja, 't is zonde en schande, Thomas....

PETRA. Ik wou dat ik oom maar eens te lijf mocht gaan...!

DR. STOCKMANN. 't Is mijn eigen schuld; ik had al lang eens op mijn poot

moeten spelen,... mijn tanden laten zien ... van mij afbijten! En mij

een vijand van de maatschappij te noemen! Mij! Dat laat ik bij mijn ziel

en zaligheid niet op me zitten!

MEVR. STOCKMANN. Maar, mijn lieve Thomas, je broer heeft nu eenmaal de

macht in handen....

DR. STOCKMANN. Ja maar, ik heb het recht, zie je!

MEVR. STOCKMANN. Och ja, het recht, het recht; wat helpt het of je al

het recht hebt als je geen macht bezit?

PETRA. Maar moeder ... hoe kan je toch zulke dingen zeggen?

DR. STOCKMANN. Dus in eene vrije maatschappij zou het je niets helpen

het recht op je hand te hebben! Je bent komiek Katrine! En bovendien,...

heb ik dan niet de vrijzinnige onafhankelijke pers vóór mij ... en de

compacte meerderheid achter mij? Dat is toch wel macht genoeg zou ik

denken!

MEVR. STOCKMANN. Maar lieve God, Thomas, je denkt er toch niet aan....

DR. STOCKMANN. Waar denk ik niet aan?

MEVR. STOCKMANN. ... om je tegen je broer te verzetten, meen ik.

DR. STOCKMANN. Wat duivel wil je dan dat ik andere doen zal, als ik niet

loslaten wil wat recht en waarheid is?

PETRA. Ja, dat zou ik ook wel eens willen weten!

MEVR. STOCKMANN. Maar het helpt je immers absoluut niemendal; als ze

niet willen dan willen ze niet.

DR. STOCKMANN. Hoho, Katrine, laat mij maar tijd, dan zal je zien dat ik

toch mijn wil doorzet.

MEVR. STOCKMANN. Ja, je zult misschien doordrijven dat je je ontslag

krijgt,... dat zal je.

DR. STOCKMANN. Dan heb ik in elk geval mijn plicht tegenover het

publiek, tegenover de maatschappij gedaan. Ik, dien hij een vijand van

de maatschappij heeft genoemd!

MEVR. STOCKMANN. Maar jegens je gezin, Thomas? Jegens ons hier thuis?

Vindt je dat je op die manier je plicht doet jegens hen voor wier

onderhoud je zorgen moet?

PETRA. Och, denk toch niet altijd in de eerste plaats aan ons, moeder.

MEVR. STOCKMANN. Ja, jij hebt goed praten; jij kunt desnoods op eigen

beenen staan.... Maar denk aan de jongens, Thomas; en denk ook een

beetje aan jezelf en aan mij....

DR. STOCKMANN. Maar ik geloof dat je niet goed wijs bent, Katrine! Als

ik zoo jammerlijk laf was om met dien Peter en zijn verdomden troep te

capituleeren, zou ik dan wel ooit een gelukkig oogenblik in mijn leven

meer kunnen hebben?

MEVR. STOCKMANN. Ja, dat weet ik niet; maar Onze Lieve Heer beware ons

voor het geluk dat ons allen te wachten staat, als jij in je trots

volhardt. Dan sta je weer zonder brood, zonder vast inkomen. Mij dunkt,

daar hebben wij genoeg van gehad in vroeger dagen; denk er aan, Thomas;

bedenk wat dat zeggen wil.

DR. STOCKMANN (_in hevigen tweestrijd_). En tot zoo iets kunnen die

bureau-slaven een vrij en eerlijk man brengen! Is dat niet vreeselijk,

Katrine?

MEVR. STOCKMANN. Ja, ze hebben schandelijk gehandeld tegenover je, dat

staat vast. Maar lieve God, er is zoo veel dat onrechtvaardig is,

waaronder een mensch zich maar buigen moet.... Daar zijn de jongens,

Thomas! Kijk ze eens aan! Wat zal er van hen worden? O neen, neen, je

kunt het nooit over je hart verkrijgen....

(_Ejlif en Morten met hun schoolboeken zijn intusschen binnengekomen_).

DR. STOCKMANN. De jongens!... (_Staat op eens vast besloten stil_). En

al zou de heele wereld te gronde gaan, toch buig ik mijn nek niet onder

het juk (_gaat naar zijn kamer_).

MEVR. STOCKMANN (_hem achterna_). Thomas,... wat ga je doen!

DR. STOCKMANN (_bij de deur_). Ik wil het recht behouden om mijn jongens

in de oogen te zien, als zij eens tot vrije mannen zullen zijn

opgegroeid (_gaat binnen_).

MEVR. STOCKMANN (_barst in tranen uit_). O, God helpe en trooste ons

allen!

PETRA. Vader is ferm! Hij buigt niet!

(_De jongens vragen verwonderd wat er is; Petra beduidt hen dat zij

zwijgen moeten_).

EINDE VAN HET TWEEDE BEDRIJF.

* * * * *

DERDE BEDRIJF.

De redactie-kamer van de "Volksbode." Links achter de entree-deur;

rechts in denzelfden wand een glazen deur, waardoor men in de

drukkerij kijkt. In den wand rechts een deur. Midden in de kamer

een groote tafel bedekt met papieren, couranten en boeken. Vooraan

links een raam en daarbij een lessenaar met hooge kruk. Een paar

fauteuils staan bij de tafel; eenige andere stoelen langs den muur.

De kamer is somber en ongezellig, het meubilair oud, de fauteuils

vuil en versleten. In de drukkerij ziet men een paar zetters aan

het werk; verderop is een handpers in werking.

Redacteur Hovstad zit aan den lessenaar te schrijven. Even later

komt Billing binnen van rechts met het manuscript van den dokter in

zijn hand.

* * * * *

BILLING. Nou ik moet zeggen dat...!

HOVSTAD (_schrijvend_). Heb je het doorgelezen?

BILLING (_legt het manuscript op den lessenaar_). Ja, dat heb ik.

HOVSTAD. Flink scherp, hè?

BILLING. Scherp? Hij is goddome vernietigend. Ieder woord komt als een

bijlslag neer, zoo geweldig....

HOVSTAD. Ja, maar de menschen vallen niet met den eersten slag.

BILLING. Dat is waar; maar dan gaan wij voort met er op te slaan,...

slag op slag, dat het heele groote-heeren regiment onderste boven ligt.

Toen ik dat daar in mijn kamer zat te lezen, was het of ik in de verte

de revolutie zag aankomen.

HOVSTAD (_keert zich om_). Sst; zeg dat maar niet dat Aslaksen het

hoort.

BILLING (_spreekt zachter_). Aslaksen is een haas, een laffe vent; er

zit niets geen mannenmoed in hem. Maar dezen keer zal je toch je wil

doorzetten, hè? Het artikel van den dokter plaats je toch wel?

HOVSTAD. Ja, als de burgemeester nu maar niet goedwillig met hem mee

gaat, dan....

BILLING. Dat zou verduiveld vervelend zijn.

HOVSTAD. Nu, wij kunnen ons in elk geval de omstandigheden ten nutte

maken, wat er ook gebeure. Gaat de burgemeester niet in op de

voorstellen van den dokter, dan krijgt hij de heele kleine burgerij op

zijn dak,... den heelen Bond van Huiseigenaren en al de anderen. En gaat

hij er wèl op in, dan krijgt hij het aan den stok met een heelen troep

van de groote aandeelhouders, die tot nu toe zijn beste steun waren.

BILLING. Jawel, zeker; want die zullen stellig wat moeten opdokken....

HOVSTAD. Ja, daarop kan je je wel laten hangen. En dan is die ring

verbroken, zie je, en dan zullen wij dag aan dag het publiek er over

inlichten, dat de burgemeester ongeschikt is in alle opzichten, en dat

alle posten van vertrouwen in de stad, evenals het heele

gemeentebestuur, moesten gegeven worden in handen van vrijzinnige

mannen.

BILLING. Dat is, goddome, raak! Ik zie het, ik zie het al vóór me ...

wij staan als aan den vooravond van een revolutie!

(_Er wordt geklopt_).

HOVSTAD. Stil! (_roept_) Binnen!

(_Dr. Stockmann komt door de deur links achter_).

HOVSTAD (_gaat naar hem toe_). O, daar hebben wij den dokter. Wel?

DR. STOCKMANN. Druk maar raak, mijnheer Hovstad.

HOVSTAD. Dus het kwam er toe?

BILLING. Hoera!

DR. STOCKMANN. Druk maar raak, zeg ik. Ja, zeker kwam het er toe. Maar

nu zullen ze dan ook hun zin hebben. Nu wordt het oorlog hier in de

stad, mijnheer Billing!

BILLING. Oorlog op leven en dood, hoop ik! Het mes op de keel, dokter!

DR. STOCKMANN. Dat rapport is maar een begin. Ik loop al met mijn hoofd

vol van vier, vijf ontwerpen voor nieuwe artikels. Waar zit Aslaksen?

BILLING (_roept in de drukkerij_). Aslaksen, kom eens even hier!

HOVSTAD. Vier, vijf nieuwe artikels, zei u? Over dezelfde zaak?

DR. STOCKMANN. Neen, geen idee, mijn waarde! Neen, over heel andere

dingen. Maar het gaat allemaal van de waterleiding en het riool uit. Het

een volgt uit het ander, begrijpt u. Het is net als wanneer je begint

een oud gebouw af te breken ... dat gaat precies eender.

BILLING. Dat is, goddome, waar; je schijnt er nooit mee klaar te komen

vóór je den heelen boel naar beneden hebt gehaald.

ASLAKSEN (_uit de drukkerij_). Naar beneden gehaald! Dokter denkt er

toch niet over het badhuis af te breken?

HOVSTAD. In de verste verte niet; wees maar niet bang.

DR. STOCKMANN. Neen, er is sprake van heel andere dingen. Wel, en wat

zegt u van mijn verslag, mijnheer Hovstad?

HOVSTAD. Ik vind het een waar meesterstuk....

DR. STOCKMANN. Ja, niet waar? Nu dat doet mij plezier; dat doet mij

plezier.

HOVSTAD. Zoo helder en duidelijk; men behoeft heelemaal geen man van het

vak te zijn om het verband te begrijpen. Ik durf gerust zeggen dat u

alle ontwikkelden op uw hand krijgen zal.

ASLAKSEN. En ook alle bezadigden?

BILLING. Bezadigden en niet bezadigden, ik denk wel nagenoeg de heele

stad.

ASLAKSEN. Nu, dan kunnen wij dat verslag wel drukken.

DR. STOCKMANN. Ja, dat zou ik ook denken!

HOVSTAD. Morgen vroeg komt het in de courant.

DR. STOCKMANN. Bliksems ja, er moet geen enkele dag verloren gaan. Hoor

eens, mijnheer Aslaksen. Ik wou u vragen of u persoonlijk voor het

manuscript zorgen wil.

ASLAKSEN. Dat zal ik.

DR. STOCKMANN. Waak er over alsof het goud was. Geen enkele drukfout;

ieder woord is van belang. Ik kom later nog wel even aan; misschien zou

ik dan al een gedeelte proef kunnen zien.... Ik kan niet zeggen hoe ik

er naar verlang het gedrukt te zien ... de wereld in geslingerd....

BILLING. Geslingerd ... ja, als een bliksemschicht!

DR. STOCKMANN. ... aan het oordeel van alle verstandige medeburgers

onderworpen. O, u kan u geen begrip maken van wat mij van daag is

aangedaan. Men heeft mij met allerlei dingen gedreigd, men heeft mij

willen ontnemen wat toch zonneklaar een mensch zijn goed recht is ...

BILLING. Wat! Dat wat uw goed recht als mensch is!

DR. STOCKMANN. ... men heeft mij willen vernederen, mij tot een schurk

willen maken ... geëischt dat ik persoonlijk voordeel boven mijn

innigste, heiligste overtuiging stellen zou....

BILLING. Dat is, goddome, toch wat àl te bar.

HOVSTAD. Och ja, van dien kant kan men alles verwachten.

DR. STOCKMANN. Maar met mij zullen zij aan het kortste eind trekken; dat

zullen zij zwart op wit van mij hebben. Nu wil ik, om zoo te zeggen,

voortaan in de "Volksbode" voor anker gaan liggen, en hen bombardeeren

met ontplofbare artikels....

ASLAKSEN. Ja maar, hoor eens....

BILLING. Hoera, er komt oorlog, er komt oorlog!

DR. STOCKMANN. ... ik zal ze tegen den grond slaan, ik zal ze

vermorzelen, hun vestingwerken voor de oogen van het heele rechtschapen

publiek met den grond gelijk maken! Dat zal ik doen!

ASLAKSEN. Maar doe het toch gematigd, dokter; schiet met mate....

BILLING. Welneen, welneen! Het dynamiet niet sparen!

DR. STOCKMANN (_gaat onverstoorbaar door_). Want nu is het niet meer

alleen de kwestie van de waterleiding en het riool, ziet u. Neen, nu is

het onze heele samenleving hier die gereinigd, gedesinfecteerd worden

moet.

BILLING. Daar klonk het bevrijdingswoord!

Dramatische werken · 第 25 / 30 段