AANTEEKENINGEN

[1] Op Sumatra en Riouw ook kelmâri of kelmârin voor eergisteren en

semalăm voor gisteren.

[2] In de Straits zegt men âir-câ naar ’t Portugeesche cha-thee; op

Java is koffie kopi of âir-kopi.

[3] bah op Java bandjir, een Javaansch woord.

[4] Cupaq = ¼ gantang (1 gantang = 5 kati) = 3.12 K.G. gewicht.

[5] Op Java meñjangan (Jav.)

[6] Op Java kañcil (Jav.)

[7] Op Java piring wat in zuiver Maleisch schoteltje, klein bordje

beteekent.

[8] In de straits ubi of ubi Benggâla.

[9] te Batavia: gerètan, te Samarang en Soerabaja: rèq, ’t eerste

Soendaneesch, ’t laatste Javaansch.

[10] Wij schrijven hier x voor den klank van ch in ons kracht, och enz.

[11] Op Java porskot (Holl. voorschot.)

[12] kahwa-susu te Batavia coklat (verb. van chocolaad).

[13] Voor cuti te Batavia: permisi (Holl. permissie).

[14] dobi te Batavia pinâtu of minâtu.

[15] Woord om in de kolonie geboren Chineezen (Cina perânâkan) toe te

spreken.

[16] te Batavia noemt men een vingerhoed ciñcin-meñjâit, lett.

naai-ring.

[17] Te Batavia. Huurrijtuigen (victoria’s) heeten te Soerabaya

„kosong”.

[18] Voor peluh op Java steeds kringet, het Jav. woord.

[19] Op Java voor sendoq steeds sèndoq.

[20] Op Java usus-ña (Javaansch.)

[21] „Pètor” op Borneo de assistent-resident, op Sumatra vaak de

controleur. Het is het Portugeesche „feitor” (hoofd eener „factorij”).

[22] „di luar rantay” is een al te letterlijke vertaling van „buiten de

ketting,” die men wel eens hoort bezigen.

[23] ’t Woord bâris op Java wel voor gâris gezegd is hier foutief; want

’t eerste beteekent gelid, rij.

[24] De gouvernements-kôyan is in N. I. 30 pikul.

[25] Scherpe bamboestokken in den grond om de voeten te verwonden.

[26] Eñciq, titel van niet adellijke, aanzienlijke Maleiers.

[27] Op Java zegt men voor failliet, bangkrut.

[28] Op Java heet een omroepbekken, ook bij venduties brèng-brèng.

[29] Op Java sâringan.

Maleisch-Nederlandsche Gesprekken · 第 34 / 34 题