[Noot 1: Nog vóór het verschijnen der eerste uitgave van _de
Omwenteling van 1830,_ gaf de heer Leon Wocquier, professor aan de
Hoogeschool te Gent, daarvan eene Fransche vertaling in de _Revue
contemporaine_, die hij deed voorafgaan door eenige korte biographische
aanteekeningen over de eerste levensjaren van Hendrik Conscience. Uit
deze aanteekeningen van de hand van genoemden hoogleeraar geven wij hier
dit uittreksel.]
[Noot 2: Er waren in ons regiment zeven gebroeders Grad, te Ath, in
de provincie Henegouwen, van eenen zelfden vader en eene zelfde moeder
geboren. Allen waren dappere jongelieden, die zich in elke gelegenheid
onderscheidden. Lucien, Ange en Jules zijn nu kapiteins in het Belgische
leger; één is brigadier der douane, twee zijn sergeants in
keurregimenten, en de beide overigen zijn sedert gestorven. Onder allen
was Jules langen tijd mijn bijzondere vriend.]
[Noot 3: _La Belgique depuis 1830_, par CH. POPLIMONT. Gand, D.
Verhulst, 1848.]
[Noot 4: Deze priester is om het verhaalde feit met het eerekruis
van Leopold begiftigd geworden.]
[Noot 5: De sergeant Jacques had vele wonden, waarvan vier of vijf
aan het hoofd. De Prins van Saksen-Weimar heeft hem in het hospitaal te
Leuven doen verzorgen en hem, zoo men zeide, zelf aan den Koning der
Belgen aanbevolen. Nu is de heer Jacques kapitein in het Belgische
leger; het eerekruis op zijne borst is de belooning zijner moedige daad
in den slag van Leuven.]
[Noot 6: Ik heb de oorspronkelijke brieven mijns vaders en de mijne nog
meestendeels in bezit.]