blz. 7. _Bacchus_, God van den wijn.
_Ceres_, Godin van het koren.
blz. 16. _Mercurius_, God van den handel; ook de bode der goden;
hij wordt afgebeeld met vleugels aan de voeten.
blz. 29. _Paris_. Zie aanteekening in deel I.
blz. 64. _Ariadne_. Door Theseus bevrijd uit het doolhof van den
monsterachtigen Minotaurus, maar op den terugtocht door hem op het
eiland Naxos achtergelaten.
blz. 78. _Pythagoras_, beroemd Grieksch wijsgeer.
blz. 86. _Virgilius_, beroemd Romeinsch dichter.
blz. 93. _Lucilius_, Romeinsch satyriek dichter.
blz. 95. _Alcibiades_, een talentvol losbol, leerling van Socrates.
blz. 150. _Isocrates_, Grieksch schrijver.
blz. 152. _Numa_, de tweede Romeinsche koning.
blz. 154. _Anacreon_, Grieksch dichter.
blz. 159. _Danaë_, geliefde van Zeus (Jupiter). Zij werd door haar
vader in een onderaardsch gewelf opgesloten, maar Zeus drong tot haar
door in de gedaante van gouden regen.
blz. 174. _Fortuna_, godin van het geluk.
_Epictetus_, Grieksch wijsgeer en moralist.
blz. 190. _Ay de my_ etc. Helaas! een jaar van genoegen gaat voorbij
als een zuchtje van den wind; maar een oogenblik van ongeluk is als
een eeuw vol pijniging.
blz. 209. _Weegschaal en Tweelingen_, twee sterrebeelden uit den
Dierenriem.
blz. 215. _Diogenes_, Grieksch wijsgeer, die leefde in een leegen ton.
_Hesiodes_, Grieksch dichter.
blz. 244. _Sophocles_ en _Euripides_, Grieksche treurspeldichters.
blz. 262. _Penelope_, vrouw van Odysseus, die haar man trouw bleef
in diens lange afwezigheid, ofschoon zij door vrijers omringd was.
blz. 295. _Furto_ etc. Wij zijn zelfs trotsch op onze dieverij.