Lieve Judy,
De dokter is nog altijd weg. Geen woord van hem.
Het lijkt wel of de schoot der aarde hem tot zich heeft genomen
zonder een enkel spoor achter te laten. Ik weet niet eens of hij nog
ooit terugkomt, maar hier gaat alles uitstekend zonder hem. Ik
lunchte gisteren bij de twee lieve dames, die Punch bij zich in huis
hebben genomen. De jonge man schijnt zich daar al volkomen thuis te
gevoelen. Hij nam mij bij de hand en nam de honneurs van het huis
waar, door mij in den tuin alle bezienswaardigheden te toonen. Bij de
lunch tilde een Engelsche bottelier hem in een stoel en deed hem zijn
servet voor met een eerbied en een gebaar, alsof hij een prins van
den bloede bediende. De bottelier is pas van het landgoed van den
graaf van Durham gekomen, Punch uit een stoep van de Houston Street.
Het was een zeer interessant geval.
Mijn gastvrouwen onderhielden mij naderhand met anecdotes van hun
tafelgesprekken gedurende de laatste twee weken (het verwondert mij,
dat de bottelier nog niet zijn dienst heeft opgezegd, hij zag er toch
zeer respectabel uit). In elk geval heeft Punch er voor gezorgd, dat
zij voor de rest van haar leven voorzien zijn van grappige
historietjes; de eene denkt er zelfs over om een boek te schrijven.
"Nu leven wij tenminste", zei ze ontroerd en veegde een paar
traantjes van haar maagdelijke wangen weg.
De WelEd. Gestr. viel gisteravond om 6.30 hier binnen en trof mij in
een avondjapon aan, op het punt om naar een diner bij de Livermores
te gaan. Hij maakte een milde opmerking, dat Juffrouw Lippett nooit
getracht had zich in gezelschapskringen te bewegen maar al haar
energie voor haar werk had opgespaard. Je weet dat ik niet
kwaadaardig van aard ben, maar ik kijk nooit naar dien man zonder den
stillen wensch te koesteren, dat hij zich onder in een schip bevindt,
als dat tegen een rots te pletter loopt. (Als hij zich niet onder in
het ruim zou bevinden, zou hij er nog uitspringen en op zijn vet
blijven drijven).
Sing groet je zeer eerbiedig en is heel blij, dat je niet kunt zien,
hoe hij er uitziet. Tengevolge van een zeer slechte daad is het arme
dier van zijn schoonheid beroofd. Het een of ander stout kind (ik
geloof nooit, dat we hier met een jongen te doen hebben), heeft dat
arme beest bij blokjes geschoren, zoodat hij er nu als een armzalige,
door de motten verwoeste hond uitziet. Niemand weet wie het gedaan
heeft. Sadie Kate gaat heel handig met de schaar om maar o, ze is ook
zoo handig in het vinden van een alibi! Op het oogenblik dat het
scheren gebeurd moet zijn, zat ze op een stoel in de schoolkamer met
haar gezicht naar den muur gekeerd, wat 28 kinderen kunnen getuigen.
Niettemin behoort het tot Sadie Kate's dagelijksche bezigheden om die
weggeschoren plekjes met zalf in te smeren.
Je Sallie.
P.S. Hierbij het laatste portret van den WelEd. Gestr. Heer, naar het
leven genomen. De man is in sommige opzichten een zeer goed spreker.
Zoo maakt hij b.v. ook bewegingen met zijn neus!
[Illustratie]
Donderdagavond.
Lieve Judy,
Sandy is na een afwezigheid van 10 dagen teruggekeerd -- geen enkele
uitleg! Volslagen stilzwijgen hierover! Hij wijst al onze
vriendschappelijke pogingen om hem op te wekken af, en wil met geen
van ons iets te doen hebben, met uitzondering van de baby Allegra.
Hij nam haar vanmiddag met zich mee naar huis om met hem te eten en
bracht haar pas tegen half zeven terug. Een schandalig uur voor een
jonge dame van drie! Ik weet niet, wat ik van onzen dokter denken
moet: hij wordt werkelijk met iederen dag onbegrijpelijker!
Percy daarentegen is een ronde vertrouwelijke jongen. Hij heeft zoo
juist een bedankvisite voor een diner gemaakt (hij is zeer stipt in
dergelijke plichten) en nu hebben wij den heelen avond over niets
anders dan zijn meisje in Detroit gesproken. Hij voelt zich erg
eenzaam en spreekt graag over haar. En o Judy, hij spreekt op zoo'n
fijne, teere wijze over haar! Ik hoop dat Juffrouw Detroit die
heerlijke liefde waard is, maar ik ben er hard bang voor. Hij haalde
uit het binnenste zakje van zijn vest een leeren portefeuille te
voorschijn en nadat hij twee vloeitjes had weggeschoven, toonde hij
mij het portret van een dom klein meisje -- niets dan gekroesd haar
en oorbellen en een paar oogen! Ik deed mijn best om hem hartelijk
geluk te wenschen, maar mijn hart kromp ineen van medelijden toen ik
aan de toekomst van dien armen jongen dacht. Is het niet vreemd, dat
de beste mannen dikwijls zulke onbeduidende zelfzuchtig-oppervlakkige
vrouwen kiezen, terwijl de kloekste vrouwen zoo vaak met
afschrikwekkende mannen trouwen? Het schijnt dat hun eigen mooi
karakter hen blind maakt voor de slechte hoedanigheden van den ander.
Je weet dat voor mij een der interessantste dingen van het leven het
bestudeeren van vreemde karakters is. Ik geloof dat ik eigenlijk
schrijfster had moeten worden! De menschen trekken mij aan totdat ik
hen heb doorzien en absoluut ken. Percy en onze dokter vormen een
opvallend contrast. Je kunt altijd zien waarover die aardige
rondborstige jonge man denkt -- zijn karakter is met hoofdletters en
eenlettergrepige woorden geschreven. De dokter daarentegen zou wel
een karakter kunnen hebben geschreven met Chineesche letters, wat de
duidelijkheid betreft. Je hoort wel eens van menschen die er een
dubbel karakter op na houden. Welnu, Sandy heeft beslist een
drievoudig karakter. Gewoonlijk is hij door en door geleerd en koud
als steen, maar soms verdenk ik hem er van, heel gevoelig en
teerhartig te zijn, wat hij onder het een of andere mom verborgen
houdt. Dagen lang is hij soms heel geduldig en vriendelijk en
behulpzaam en dan begin ik echt van hem te houden, maar dan opeens,
zonder een enkele waarschuwing, bruischt het in het diepst van zijn
ziel en een ontembare wildeman springt te voorschijn en, lieve deugd,
dan is er geen huis mee te houden.
Ik denk wel eens dat hij vroeger een vreeselijk verdriet heeft gehad
en dat hij nog steeds door de herinnering daaraan geplaagd wordt. Als
hij met je spreekt, heb ik soms het onbehagelijke gevoel, dat hij
intusschen aan heel iets anders denkt, maar het kan ook wel zijn dat
mijn romantische aanleg me parten speelt en ik zijn slecht humeur wil
vergoelijken. In elk geval is hij zeer veranderlijk.
* * * * *
Wij hebben al een week lang op een winderigen dag gewacht en nu is
die eindelijk gekomen. Mijn kinders laten vliegers op en alle jongens
en meisjes, die groot genoeg zijn om er aan mee te doen, zijn over
het heuvelachtige landschap, waar de schapen van Mijnheer Knowltop
weiden, verspreid, om de vliegers op te laten, die ze weken geleden
zelf hebben gemaakt. Ik heb eerst heel veel moeite gehad om den ouden
brommerigen heer, wien de grond toebehoort, te bewegen, dat hij voor
het vlieger-oplaten zijn permissie gaf.
[Illustratie]
Hij beweerde dat hij vondelingen niet kon uitstaan en als hij er eens
in toestemde om ze op zijn terrein te laten spelen, zou de grond
voortaan steeds door hen onveilig gemaakt worden. Als je hem hoorde
spreken, zou je denken, dat vondelingen een soort wilde dieren waren.
Nadat ik echter een half uur erg kalm en overtuigend had geredeneerd,
gaf hij al pruttelend zijn toestemming dat wij ons twee uur lang op
het terrein, waar de schapen grazen, mochten vermaken. Evenwel op de
strenge conditie, dat wij dien tijd niet zouden overschrijden en ons
niet op den grond zouden wagen, waar de koeien weiden, en om nu dat
laatste heiligdom voor ons te bewaken, heeft Mr. Knowltop zijn
tuinier en chauffeur en twee grooms gestuurd om de grenzen gedurende
de vliegerpartij af te loopen. De kinderen zijn dolblij en rennen met
hun vliegers rond en geraken met elkaars touwen verward; als zij
hijgend en vermoeid terugkomen, zal ik hen met gemberkoekjes en
limonade verkwikken.
Als je toch eens denkt aan die arme, kleine schapen met hun oude,
vroegwijze gezichtjes! Het is heel moeilijk om hen in jonge
levenslustige kinderen te veranderen, maar ik geloof dat ik het toch
gedaan zal krijgen, en het is werkelijk aardig het gevoel te hebben
dat je iets goeds voor de wereld tot stand brengt. Als je je er niet
erg tegen verzet, zul je je doel nog bereiken en me in een werkelijk
nuttig persoontje veranderen. De mondaine genoegens van Worcester
lijken mij vervelend toe bij het steeds toenemend belang, dat ik in
113 liefdevragende, hartelijke vondelingetjes stel.
In liefde,
Sallie.
P.S. Ik wil waarheidslievend blijven en moet dus wel getrouw
constateeren, dat ik hedenmiddag slechts 107 kinderen onder mijn
hoede heb!
Lieve Judy,
Daar het heden Zondag en een zeer schoone dag was, met een zoel
windje, ging ik in het raamkozijn zitten, de "Hygiënische
behandeling van het zenuwstelsel" (Sandy draagt steeds zorg voor de
verrijking van mijn geest) open in mijn schoot, mijn blik in de verte
gericht. "Goddank", zuchtte ik, "het gesticht is tenminste zoo
gebouwd, dat je nog over den ijzeren muur kunt heen kijken, die ons
van de buitenwereld verwijderd houdt!"
Ik voelde me erg moe en als een gevangene, net alsof ik zelf een
vondelingetje was. Ik leidde hieruit af, dat mijn zenuwstelsel naar
de buitenlucht en naar eenige verandering snakte. Recht voor mij zag
ik de witte lijn van den weg, die in de diepte van de vallei
verdwijnt en bij de heuvels weer zichtbaar wordt. Arme Judy, ik weet
haast zeker, dat datzelfde gevoel jou dikwijls genoeg in je jeugd
gekweld zal hebben! Als ooit een van mijn kuikentjes bij het raam zit
en naar de heuvels over de vallei kijkt en vraagt "Wat is dat aan den
overkant?" zal ik onmiddellijk om een auto telefoneeren en het kind
er heen rijden.
Vandaag waren echter al mijn kinderen zeer vroom in hun zieleheil
verdiept en ik was het eenig onrustig wezen in dit huis. Ik wisselde
mijn zijden Zondagsjapon met een homespun mantelcostuum en dacht er
over na hoe ik de toppen van de heuvels zou kunnen bereiken.
Toen liep ik naar de telefoon en vroeg kort en bondig No. 505 aan.
"Goedenmiddag, juffrouw MacGurk", begon ik minzaam, "kan ik Dr.
MacRae spreken?"
"Wacht dan aan de telefoon", snauwde de vriendelijke dame me toe.
Sandy's stem deed zich hooren. "Goedenmiddag dokter", zeide ik tegen
hem, "hebt u misschien een zwaarzieke patient aan de overzij van de
heuvels?"
"Neen, die heb ik niet, Juffrouw McBride, Goddank!"
"Dat is jammer", zei ik teleurgesteld. "En wat wilt u vandaag
uitvoeren?"
"Ik lees 'De oorsprong van de Sexen'".
"Legt u dan dat boek maar weg want dat is heelemaal geen
Zondagslectuur. En vertelt u me eens, is uw auto geolied en klaar
voor een rit?"
"Die staat tot uwe beschikking. Wilt u dat ik een paar kinderen mee
naar buiten neem?"
"Neen dokter, alleen maar iemand die het met haar zenuwen te kwaad
heeft. Ik heb nu eenmaal het idée fixe, dat ik de toppen van de
heuvels aan gene zijde wil bereiken".
"O, mijn auto heeft een groote snelheid! In tien minuten...."
"Wacht even", zei ik. "Neem een koekepan mee, die voor twee menschen
kan dienen. In mijn keuken heeft de kleinste pan nog de afmetingen
van een wagenrad. En vraagt u dan ook of Juffrouw MacGurk erop
rekent, dat u met het avondeten wegblijft?"
Dus pakte ik een mand vol met ham en eieren en beschuit en
gemberkoekjes en gloeiende koffie in een thermosflesch en wachtte op
de trap, totdat Sandy met zijn auto en koekepan voorkwam.
Wij hadden werkelijk een heerlijken dag en hij genoot even hard als
ik van ons uitstapje. Geen enkele maal liet ik hem over
krankzinnigheid spreken! Ik bewonderde met hem de uitgestrekte weiden
en de grillige lijnen, waarmede de knotwilgen tegen de lucht
afsteken, en snoof met hem de heerlijk frissche weidegeuren op en
luisterde naar de kerkklokken en de koebellen en het kabbelen van de
rivier. En wij spraken over een massa dingen, die alle niets met het
gesticht te maken hadden. Ik bemerkte, dat hij heel en al vergat dat
hij een geleerde was, en dat hij zich als een jongen voelde; je zult
het haast niet gelooven maar het is toch heusch waar -- hij haalde
zelfs een of twee echt ondeugende jongensstreken uit! Sandy is nog
altijd in de dertig en dat is werkelijk een te jeugdige leeftijd om
je al volwassen te gevoelen!
Wij kampeerden op een hoogte van waar wij alles konden overzien en
staken een vuurtje aan en hadden het verrukkelijkste avondeten, dat
wij ooit hadden gehad! Een stuk hout viel midden in onze koekepan
tusschen de eieren met ham, maar houtskool is zuiverend en heel
gezond! Toen Sandy zijn pijp had opgerookt en de zon in het westen
was ondergegaan, pakten wij den boel bijeen en reden huiswaarts.
Hij zei dat dat de aardigste dag was geweest, dien hij sinds jaren
heeft gehad en ik geloof werkelijk, dat het waar is wat die arme man
van de wetenschap verkondigde. Zijn olijfgroene huis is zoo
ongezellig en somber en zoo weinig noodend, dat ik heel goed begrijp,
dat hij zijn troost bij zijn boeken moet zoeken. Zoo gauw ik maar een
aardige lieve dame vind met moederlijke bewegingen, zal ik het op
haren en snaren zetten om er die McGurk uit te gooien hoewel ik
voorzie, dat zij nog moeilijker dan Sterry haar voeten buiten de deur
zal zetten.
Maak nu alsjeblieft niet de gevolgtrekking, dat ik gloeiend veel
belang stel in onzen slecht-gehumeurden dokter, want dat is absoluut
niet het geval. Het komt alleen doordat hij zoo'n treurig
jonggezellen leven leidt, dat ik er af en toe naar verlang hem te
vertroetelen en mijn hand op zijn hoofd te leggen en hem te zeggen,
dat hij vroolijk moet zijn. De wereld is immers vol zonneschijn en
een deel daarvan is ook voor hem bestemd. Ik heb tegenover hem
hetzelfde gevoel als tegenover mijn 107 vondelingetjes. Niets meer en
niets minder.
Ik was er stellig van overtuigd, dat ik je ook werkelijk nieuws had
te berichten maar het wil me nu niet te binnen schieten. De frissche
lucht heeft me slaperig gemaakt. Het is net half negen. Goeden nacht!