6 Juli.

Lieve Judy,

De dokter is nog altijd weg. Geen woord van hem.

Het lijkt wel of de schoot der aarde hem tot zich heeft genomen

zonder een enkel spoor achter te laten. Ik weet niet eens of hij nog

ooit terugkomt, maar hier gaat alles uitstekend zonder hem. Ik

lunchte gisteren bij de twee lieve dames, die Punch bij zich in huis

hebben genomen. De jonge man schijnt zich daar al volkomen thuis te

gevoelen. Hij nam mij bij de hand en nam de honneurs van het huis

waar, door mij in den tuin alle bezienswaardigheden te toonen. Bij de

lunch tilde een Engelsche bottelier hem in een stoel en deed hem zijn

servet voor met een eerbied en een gebaar, alsof hij een prins van

den bloede bediende. De bottelier is pas van het landgoed van den

graaf van Durham gekomen, Punch uit een stoep van de Houston Street.

Het was een zeer interessant geval.

Mijn gastvrouwen onderhielden mij naderhand met anecdotes van hun

tafelgesprekken gedurende de laatste twee weken (het verwondert mij,

dat de bottelier nog niet zijn dienst heeft opgezegd, hij zag er toch

zeer respectabel uit). In elk geval heeft Punch er voor gezorgd, dat

zij voor de rest van haar leven voorzien zijn van grappige

historietjes; de eene denkt er zelfs over om een boek te schrijven.

"Nu leven wij tenminste", zei ze ontroerd en veegde een paar

traantjes van haar maagdelijke wangen weg.

De WelEd. Gestr. viel gisteravond om 6.30 hier binnen en trof mij in

een avondjapon aan, op het punt om naar een diner bij de Livermores

te gaan. Hij maakte een milde opmerking, dat Juffrouw Lippett nooit

getracht had zich in gezelschapskringen te bewegen maar al haar

energie voor haar werk had opgespaard. Je weet dat ik niet

kwaadaardig van aard ben, maar ik kijk nooit naar dien man zonder den

stillen wensch te koesteren, dat hij zich onder in een schip bevindt,

als dat tegen een rots te pletter loopt. (Als hij zich niet onder in

het ruim zou bevinden, zou hij er nog uitspringen en op zijn vet

blijven drijven).

Sing groet je zeer eerbiedig en is heel blij, dat je niet kunt zien,

hoe hij er uitziet. Tengevolge van een zeer slechte daad is het arme

dier van zijn schoonheid beroofd. Het een of ander stout kind (ik

geloof nooit, dat we hier met een jongen te doen hebben), heeft dat

arme beest bij blokjes geschoren, zoodat hij er nu als een armzalige,

door de motten verwoeste hond uitziet. Niemand weet wie het gedaan

heeft. Sadie Kate gaat heel handig met de schaar om maar o, ze is ook

zoo handig in het vinden van een alibi! Op het oogenblik dat het

scheren gebeurd moet zijn, zat ze op een stoel in de schoolkamer met

haar gezicht naar den muur gekeerd, wat 28 kinderen kunnen getuigen.

Niettemin behoort het tot Sadie Kate's dagelijksche bezigheden om die

weggeschoren plekjes met zalf in te smeren.

Je Sallie.

P.S. Hierbij het laatste portret van den WelEd. Gestr. Heer, naar het

leven genomen. De man is in sommige opzichten een zeer goed spreker.

Zoo maakt hij b.v. ook bewegingen met zijn neus!

[Illustratie]

Donderdagavond.

Lieve Judy,

Sandy is na een afwezigheid van 10 dagen teruggekeerd -- geen enkele

uitleg! Volslagen stilzwijgen hierover! Hij wijst al onze

vriendschappelijke pogingen om hem op te wekken af, en wil met geen

van ons iets te doen hebben, met uitzondering van de baby Allegra.

Hij nam haar vanmiddag met zich mee naar huis om met hem te eten en

bracht haar pas tegen half zeven terug. Een schandalig uur voor een

jonge dame van drie! Ik weet niet, wat ik van onzen dokter denken

moet: hij wordt werkelijk met iederen dag onbegrijpelijker!

Percy daarentegen is een ronde vertrouwelijke jongen. Hij heeft zoo

juist een bedankvisite voor een diner gemaakt (hij is zeer stipt in

dergelijke plichten) en nu hebben wij den heelen avond over niets

anders dan zijn meisje in Detroit gesproken. Hij voelt zich erg

eenzaam en spreekt graag over haar. En o Judy, hij spreekt op zoo'n

fijne, teere wijze over haar! Ik hoop dat Juffrouw Detroit die

heerlijke liefde waard is, maar ik ben er hard bang voor. Hij haalde

uit het binnenste zakje van zijn vest een leeren portefeuille te

voorschijn en nadat hij twee vloeitjes had weggeschoven, toonde hij

mij het portret van een dom klein meisje -- niets dan gekroesd haar

en oorbellen en een paar oogen! Ik deed mijn best om hem hartelijk

geluk te wenschen, maar mijn hart kromp ineen van medelijden toen ik

aan de toekomst van dien armen jongen dacht. Is het niet vreemd, dat

de beste mannen dikwijls zulke onbeduidende zelfzuchtig-oppervlakkige

vrouwen kiezen, terwijl de kloekste vrouwen zoo vaak met

afschrikwekkende mannen trouwen? Het schijnt dat hun eigen mooi

karakter hen blind maakt voor de slechte hoedanigheden van den ander.

Je weet dat voor mij een der interessantste dingen van het leven het

bestudeeren van vreemde karakters is. Ik geloof dat ik eigenlijk

schrijfster had moeten worden! De menschen trekken mij aan totdat ik

hen heb doorzien en absoluut ken. Percy en onze dokter vormen een

opvallend contrast. Je kunt altijd zien waarover die aardige

rondborstige jonge man denkt -- zijn karakter is met hoofdletters en

eenlettergrepige woorden geschreven. De dokter daarentegen zou wel

een karakter kunnen hebben geschreven met Chineesche letters, wat de

duidelijkheid betreft. Je hoort wel eens van menschen die er een

dubbel karakter op na houden. Welnu, Sandy heeft beslist een

drievoudig karakter. Gewoonlijk is hij door en door geleerd en koud

als steen, maar soms verdenk ik hem er van, heel gevoelig en

teerhartig te zijn, wat hij onder het een of andere mom verborgen

houdt. Dagen lang is hij soms heel geduldig en vriendelijk en

behulpzaam en dan begin ik echt van hem te houden, maar dan opeens,

zonder een enkele waarschuwing, bruischt het in het diepst van zijn

ziel en een ontembare wildeman springt te voorschijn en, lieve deugd,

dan is er geen huis mee te houden.

Ik denk wel eens dat hij vroeger een vreeselijk verdriet heeft gehad

en dat hij nog steeds door de herinnering daaraan geplaagd wordt. Als

hij met je spreekt, heb ik soms het onbehagelijke gevoel, dat hij

intusschen aan heel iets anders denkt, maar het kan ook wel zijn dat

mijn romantische aanleg me parten speelt en ik zijn slecht humeur wil

vergoelijken. In elk geval is hij zeer veranderlijk.

* * * * *

Wij hebben al een week lang op een winderigen dag gewacht en nu is

die eindelijk gekomen. Mijn kinders laten vliegers op en alle jongens

en meisjes, die groot genoeg zijn om er aan mee te doen, zijn over

het heuvelachtige landschap, waar de schapen van Mijnheer Knowltop

weiden, verspreid, om de vliegers op te laten, die ze weken geleden

zelf hebben gemaakt. Ik heb eerst heel veel moeite gehad om den ouden

brommerigen heer, wien de grond toebehoort, te bewegen, dat hij voor

het vlieger-oplaten zijn permissie gaf.

[Illustratie]

Hij beweerde dat hij vondelingen niet kon uitstaan en als hij er eens

in toestemde om ze op zijn terrein te laten spelen, zou de grond

voortaan steeds door hen onveilig gemaakt worden. Als je hem hoorde

spreken, zou je denken, dat vondelingen een soort wilde dieren waren.

Nadat ik echter een half uur erg kalm en overtuigend had geredeneerd,

gaf hij al pruttelend zijn toestemming dat wij ons twee uur lang op

het terrein, waar de schapen grazen, mochten vermaken. Evenwel op de

strenge conditie, dat wij dien tijd niet zouden overschrijden en ons

niet op den grond zouden wagen, waar de koeien weiden, en om nu dat

laatste heiligdom voor ons te bewaken, heeft Mr. Knowltop zijn

tuinier en chauffeur en twee grooms gestuurd om de grenzen gedurende

de vliegerpartij af te loopen. De kinderen zijn dolblij en rennen met

hun vliegers rond en geraken met elkaars touwen verward; als zij

hijgend en vermoeid terugkomen, zal ik hen met gemberkoekjes en

limonade verkwikken.

Als je toch eens denkt aan die arme, kleine schapen met hun oude,

vroegwijze gezichtjes! Het is heel moeilijk om hen in jonge

levenslustige kinderen te veranderen, maar ik geloof dat ik het toch

gedaan zal krijgen, en het is werkelijk aardig het gevoel te hebben

dat je iets goeds voor de wereld tot stand brengt. Als je je er niet

erg tegen verzet, zul je je doel nog bereiken en me in een werkelijk

nuttig persoontje veranderen. De mondaine genoegens van Worcester

lijken mij vervelend toe bij het steeds toenemend belang, dat ik in

113 liefdevragende, hartelijke vondelingetjes stel.

In liefde,

Sallie.

P.S. Ik wil waarheidslievend blijven en moet dus wel getrouw

constateeren, dat ik hedenmiddag slechts 107 kinderen onder mijn

hoede heb!

Lieve Judy,

Daar het heden Zondag en een zeer schoone dag was, met een zoel

windje, ging ik in het raamkozijn zitten, de "Hygiënische

behandeling van het zenuwstelsel" (Sandy draagt steeds zorg voor de

verrijking van mijn geest) open in mijn schoot, mijn blik in de verte

gericht. "Goddank", zuchtte ik, "het gesticht is tenminste zoo

gebouwd, dat je nog over den ijzeren muur kunt heen kijken, die ons

van de buitenwereld verwijderd houdt!"

Ik voelde me erg moe en als een gevangene, net alsof ik zelf een

vondelingetje was. Ik leidde hieruit af, dat mijn zenuwstelsel naar

de buitenlucht en naar eenige verandering snakte. Recht voor mij zag

ik de witte lijn van den weg, die in de diepte van de vallei

verdwijnt en bij de heuvels weer zichtbaar wordt. Arme Judy, ik weet

haast zeker, dat datzelfde gevoel jou dikwijls genoeg in je jeugd

gekweld zal hebben! Als ooit een van mijn kuikentjes bij het raam zit

en naar de heuvels over de vallei kijkt en vraagt "Wat is dat aan den

overkant?" zal ik onmiddellijk om een auto telefoneeren en het kind

er heen rijden.

Vandaag waren echter al mijn kinderen zeer vroom in hun zieleheil

verdiept en ik was het eenig onrustig wezen in dit huis. Ik wisselde

mijn zijden Zondagsjapon met een homespun mantelcostuum en dacht er

over na hoe ik de toppen van de heuvels zou kunnen bereiken.

Toen liep ik naar de telefoon en vroeg kort en bondig No. 505 aan.

"Goedenmiddag, juffrouw MacGurk", begon ik minzaam, "kan ik Dr.

MacRae spreken?"

"Wacht dan aan de telefoon", snauwde de vriendelijke dame me toe.

Sandy's stem deed zich hooren. "Goedenmiddag dokter", zeide ik tegen

hem, "hebt u misschien een zwaarzieke patient aan de overzij van de

heuvels?"

"Neen, die heb ik niet, Juffrouw McBride, Goddank!"

"Dat is jammer", zei ik teleurgesteld. "En wat wilt u vandaag

uitvoeren?"

"Ik lees 'De oorsprong van de Sexen'".

"Legt u dan dat boek maar weg want dat is heelemaal geen

Zondagslectuur. En vertelt u me eens, is uw auto geolied en klaar

voor een rit?"

"Die staat tot uwe beschikking. Wilt u dat ik een paar kinderen mee

naar buiten neem?"

"Neen dokter, alleen maar iemand die het met haar zenuwen te kwaad

heeft. Ik heb nu eenmaal het idée fixe, dat ik de toppen van de

heuvels aan gene zijde wil bereiken".

"O, mijn auto heeft een groote snelheid! In tien minuten...."

"Wacht even", zei ik. "Neem een koekepan mee, die voor twee menschen

kan dienen. In mijn keuken heeft de kleinste pan nog de afmetingen

van een wagenrad. En vraagt u dan ook of Juffrouw MacGurk erop

rekent, dat u met het avondeten wegblijft?"

Dus pakte ik een mand vol met ham en eieren en beschuit en

gemberkoekjes en gloeiende koffie in een thermosflesch en wachtte op

de trap, totdat Sandy met zijn auto en koekepan voorkwam.

Wij hadden werkelijk een heerlijken dag en hij genoot even hard als

ik van ons uitstapje. Geen enkele maal liet ik hem over

krankzinnigheid spreken! Ik bewonderde met hem de uitgestrekte weiden

en de grillige lijnen, waarmede de knotwilgen tegen de lucht

afsteken, en snoof met hem de heerlijk frissche weidegeuren op en

luisterde naar de kerkklokken en de koebellen en het kabbelen van de

rivier. En wij spraken over een massa dingen, die alle niets met het

gesticht te maken hadden. Ik bemerkte, dat hij heel en al vergat dat

hij een geleerde was, en dat hij zich als een jongen voelde; je zult

het haast niet gelooven maar het is toch heusch waar -- hij haalde

zelfs een of twee echt ondeugende jongensstreken uit! Sandy is nog

altijd in de dertig en dat is werkelijk een te jeugdige leeftijd om

je al volwassen te gevoelen!

Wij kampeerden op een hoogte van waar wij alles konden overzien en

staken een vuurtje aan en hadden het verrukkelijkste avondeten, dat

wij ooit hadden gehad! Een stuk hout viel midden in onze koekepan

tusschen de eieren met ham, maar houtskool is zuiverend en heel

gezond! Toen Sandy zijn pijp had opgerookt en de zon in het westen

was ondergegaan, pakten wij den boel bijeen en reden huiswaarts.

Hij zei dat dat de aardigste dag was geweest, dien hij sinds jaren

heeft gehad en ik geloof werkelijk, dat het waar is wat die arme man

van de wetenschap verkondigde. Zijn olijfgroene huis is zoo

ongezellig en somber en zoo weinig noodend, dat ik heel goed begrijp,

dat hij zijn troost bij zijn boeken moet zoeken. Zoo gauw ik maar een

aardige lieve dame vind met moederlijke bewegingen, zal ik het op

haren en snaren zetten om er die McGurk uit te gooien hoewel ik

voorzie, dat zij nog moeilijker dan Sterry haar voeten buiten de deur

zal zetten.

Maak nu alsjeblieft niet de gevolgtrekking, dat ik gloeiend veel

belang stel in onzen slecht-gehumeurden dokter, want dat is absoluut

niet het geval. Het komt alleen doordat hij zoo'n treurig

jonggezellen leven leidt, dat ik er af en toe naar verlang hem te

vertroetelen en mijn hand op zijn hoofd te leggen en hem te zeggen,

dat hij vroolijk moet zijn. De wereld is immers vol zonneschijn en

een deel daarvan is ook voor hem bestemd. Ik heb tegenover hem

hetzelfde gevoel als tegenover mijn 107 vondelingetjes. Niets meer en

niets minder.

Ik was er stellig van overtuigd, dat ik je ook werkelijk nieuws had

te berichten maar het wil me nu niet te binnen schieten. De frissche

lucht heeft me slaperig gemaakt. Het is net half negen. Goeden nacht!

Het "John Grier Home" · 第 25 / 48 题