30 Juni.

Mijn lieve Judy,

Dat was een erg kort bezoek dat je ons bracht! Toch zijn we dankbaar

voor elke kleine gunst die ons ten deel valt. Ik was dol in mijn

schik, dat jij zoo blij was met den gang van zaken en ik kan Jervis

en de architecten haast niet afwachten, om nu eindelijk met de

grootste verandering een aanvang te maken.

Je weet niet, ik had toch zoo'n vreemd gevoel al dien tijd, dat je

hier was. Ik kan haast niet gelooven dat jij, mijn eenige lieve,

buitengewone Judy, vroeger hier in dit gesticht bent grootgebracht en

het bittere gemis van die kleine schapen dus zoo door en door

meevoelt. Soms vervult de tragedie van je jeugd mij met een wilde

drift en in zulk een bui zou ik mijn mouwen willen opstroopen en de

heele wereld te lijf willen gaan, om de lui te dwingen een betere

plaats voor al die kleine ongelukkige kinderen in te ruimen. Die

Schotsch-Iersche stamboom van mij schijnt me een goede dosis

vechtlust in mijn bloed gegoten te hebben.

Als je me aan het hoofd had gesteld van een modelinrichting met

aardige, heldere woninkjes en waar de heele regeling prachtig liep,

dan zou die eentonigheid van dat modelwerk mij heel gauw de keel

hebben uitgehangen. Juist het weten dat zooveel dingen om verbetering

schreeuwen, geeft mij het gevoel dat ik hier moet blijven. Soms word

ik 's morgens wakker en luister naar al die gestichtsgeluiden en

snuif de gestichtslucht op en verlang dan dol naar het gelukkige

zorgelooze leventje, dat mij door mijn geboorte is toegewezen.

Jij, mijn kleine lieve heks, hebt me betooverd en mij hierheen

gebracht, maar dikwijls breekt die ban in den nacht en ik verlang

naar den komenden ochtend, met het vaste besluit, dan er van door te

gaan. Maar dat vertrek stel ik altijd tot na het ontbijt uit en als

ik dan door de gang loop, komt een van die kleine wezentjes op me toe

en laat schuchter zijn warm knuistje in mijn hand glijden en kijkt

naar me op met zijn groote kinderoogen, schuchter vragend naar een

kleine liefkoozing, en ik pak hem en knuffel hem fijn in mijn armen

en als ik dan over mijn schouder naar al die andere kleintjes kijk,

verlang ik er naar om al die 113 kinderen in mijn armen te kunnen

nemen en tegen me aan te drukken, tot hun gezichtjes vroolijk staan,

zooals kindergezichtjes moeten zijn. Er gaat iets hypnotiseerends van

het werk met kinderen uit, stribbel zooveel tegen als je maar wilt,

je legt het er tòch bij af.

Het schijnt dat je bezoek mij in een zeer philosophische stemming

heeft gebracht, maar ik heb werkelijk een of twee nieuwtjes, die ik

je vertellen moet. De nieuwe jurken schieten al mooi op en o, ze zijn

zoo aardig! Mrs. Livermore was dolblij met die balen gekleurd katoen,

die je ons zond. Je moest onze werkkamer zien, waar alles in 't rond

ligt. En als ik bedenk, hoe heerlijk onze zestig meisjes in het geel

en blauw en roze en groen eruit zullen zien, als ze op ons grasveld

spelen, dan denk ik er hard over een paar verrekijkers voor onze

bezoekers aan te schaffen.

Natuurlijk begrijp je ook wel, dat sommige van onze jurken gauw

zullen verkleuren en dus onbruikbaar zullen worden, maar Mrs.

Livermore heeft hierover dezelfde slechte principes als wij beiden --

ze geeft er geen steek om! Ze zal voor elk kind een tweede en derde

pak maken als het noodig is. In elk geval: WEG MET HET BLAUW GERUIT

KATOEN!

Ik ben blij dat je onzen dokter graag mag lijden. Natuurlijk behouden

we ons het recht voor, om over hem te zeggen, dat we maar willen,

maar toch zouden we ons pijnlijk beleedigd voelen als iemand zich in

spottende bewoordingen over hem zou uitlaten.

Wij twee houden nog steeds contrôle over elkaars boeken. De vorige

week kwam hij met Spencer's "Systeem van Synthetische Philosophie"

aanzetten om het door te bladeren en in ruil hiervoor gaf ik hem het

"Dagboek van Marie Bashkirtseff". Weet je nog wel, hoe wij op College

onze gesprekken met aanhalingen uit Marie's dagboek wisten te

doorspekken? Welnu, Sandy nam het boek mee en las het pijnlijk

nauwkeurig door.

"Ja", vertelt hij een paar dagen daarna, "het is een getrouwe

beschrijving van een koud, egoïstisch slag menschen, dat nu eenmaal

op onze aarde rondzwerft.

[Illustratie]

Maar ik begrijp niet, waarom U het mij hebt aangeraden. Lieve hemel,

Sallie Lunn, u en Bash hebben nu letterlijk niets gemeen".

Dat is de liefste opmerking, die hij ooit tegenover mij heeft geuit

en ik gevoel mij zeer gevleid. Wat die arme Marie betreft, die noemt

hij maar "Bash", omdat hij haar naam toch niet kan uitspreken en haar

te verachtelijk vindt om het zelfs maar te probeeren.

Wij hebben hier een kind, het dochtertje van een figurante, een

vreeselijk zelfzuchtig, aanstellerig, koud en leugenachtig

schepseltje. Maar oogwimpers dat ze heeft, verrukkelijk! Sandy heeft

nu eenmaal het land aan dat kind en sinds hij het dagboek van de arme

Marie heeft gelezen, heeft hij een nieuwe uitdrukking gevonden om al

zijn afschuw tegenover dat kind uit te drukken. Hij noemt haar

"bash-achtig" en daarmee is alles gezegd.

Dag Judy! Kom gauw terug. Sallie.

P.S. Mijn kinderen leggen een wanhopende geneigdheid aan den dag, om

hun heele vermogen aan kandijklontjes uit te geven.

Dinsdagnacht.

Mijn lieve Judy,

Wat denk je wel dat Sandy nu heeft uitgevoerd? Hij maakt een

pleizierreisje naar het zenuwgesticht, waarvan de

directeur-geneesheer ons een paar maanden geleden heeft bezocht. Heb

je ooit zoo'n man gezien? Hij is gewoonweg dol op krankzinnigen en op

idioten en kán die menschen niet met rust laten.

Toen ik hem bij zijn vertrek om eenige raadgevingen vroeg, antwoordde

hij:

"Voed de kinderen goed als ze honger hebben en laat ze zonder eten

als ze een maagkoliek krijgen en vertrouw nooit op een dokter".

Met dezen wenk en een paar flesschen levertraan zijn wij aan ons zelf

overgelaten. Het is nu een heel geschikte tijd om even aan te loopen,

want je weet niet hoe vroolijk ik ben, nu ik niet meer onder Sandy's

beangstigenden invloed sta.

John Grier Home.

Vrijdag.

Waarde vijand,

Hier sta ik aan den mast gebonden, terwijl U er van door gaat en Uw

heil bij krankzinnigen zoekt. En ik dacht nog wel, dat ik U zoo

netjes had genezen van Uw naargeestige belangstelling in zenuwzieken.

Het is vreeselijk ontmoedigend. U leek mij in den laatsten tijd nog

wel zoo gewoon.

Mag ik U vragen hoe lang U daar denkt te blijven? U hadt verlof voor

twee dagen en nu bent U er al vier weggebleven. Gistermiddag is

Charlie Martin uit een kerseboom gevallen, waarbij hij een wond aan

zijn hoofd heeft opgedaan. Dus was hij gedwongen om de hulp van een

vreemden dokter voor lief te nemen. Vijf steken. Patiënt tamelijk

goed. Maar wij houden er hier niet van om op vreemdelingen te zijn

aangewezen. Ik zou niet durven kikken als U werkelijk voor een

begrijpelijke zaak er van door was, maar U weet ook heel goed, dat U,

na een week met Uwe droefgeestigheid te hebben gestreden, in een

allerverdrietigste bui terug zult keeren, er vast van overtuigd, dat

het menschdom geen knip voor den neus waard is. En mij zal de zware

taak te beurt vallen om U weer tot een gemoedelijke bui op te werken.

Kom, Iaat die krankzinnigen aan hun lot over en keer naar het John

Grier Home terug! Wij hebben U noodig!

Het "John Grier Home" · 第 23 / 48 题