De Argentijnsche Republiek herdenkt in het volgend jaar het
honderdjarig bestaan harer onafhankelijkheid. Als spaansche kolonie
behoorden de La Platalanden, en dus ook Argentinië, tot 1776 bij
het onderkoningschap Peru, maar in dat jaar werd het land tot
een afzonderlijk onderkoningschap verheven met de hoofdstad Buenos
Aires. Toen Spanje zich in de napoleontische oorlogen met Frankrijk had
verbonden, namen de Engelschen in 1806 Buenos Aires in, maar moesten
al spoedig weer het veld ruimen. In 1810 was intusschen Frankrijk
met Spanje zelf in oorlog geraakt en tijdens dien strijd zetten de
kolonisten den onderkoning af en benoemden een provisorische Junta,
echter nog in naam van koning Ferdinand VII. Dat was op 22 Mei 1810.
Cordova, Paraguay en Uruguay erkenden die regeering echter niet en
na veel burgertwisten riep eerst een congres te Tucuman in 1816 de
republiek uit, het verklaarde de onafhankelijkheid van de Vereenigde
Staten van Rio de la Plata.
Het gebeurde van 1810 zal men nu herdenken in de thans bloeiende
republiek, ook met een groote landbouwtentoonstelling, die blijkens
de verspreide circulaires tevens een van veeteelt zal zijn en waar
de nijverheid eveneens zal vertegenwoordigd wezen, terwijl er voor
de verschillende hulpwetenschappen plaats zal worden ingeruimd. De
argentijnsche consul Gustav Niederlein te Berlijn geeft inlichtingen.