DE ZUIDHOLLANDSCHE EILANDEN EN SCHOUWEN.

Een alleraardigst gidsje voor uitstapjes in ons land is het boekje van

Henri Dekking »Van de Rotte tot de Schelde«, bij de uitgevers W. L. en

J. Brusse uitgegeven in hun serie Reisgidsen, waarin reeds een gidsje

voor Berlijn en een voor den Harz het licht zagen. Het is wel waar,

wat de schrijver zegt, dat de Rotterdamsche Tramwegmaatschappij die

streken, als het ware, voor het verkeer heeft geopend en ze uit hun

isolement heeft opgeroepen. Wanneer nu iemand daarvan vertelt, die er

van zijn jeugd af heeft gewandeld, die dikwijls boottochten deed het

breede water over en dan voetreisjes maakte over de eilanden van het

eene dorp naar het andere door velden en langs de boomrijke wegen,

dan is er veel kans, dat men iets te hooren krijgt, dat de moeite

waard is, te meer wanneer de verteller met knappe zeggingskracht zich

weet uit te drukken en zijn bewondering of belangstelling zijn lezers

weet te doen navoelen.

Dat is met Henri Dekking het geval; hij zegt zelf, dat hij het

vluchtig zal doen, niet als een reisgids, die met getallen en namen

smijt en onleesbaar wordt van degelijkheid, maar als een, die in eigen

bewondering reden vond, om anderen tot het genieten van merkwaardigs

op te wekken. Werkelijk is voor allen, die van onbedorven natuurmooi

genieten kunnen en de pittoreske lijnen en de kleurenweelde van oude

stadjes kunnen bewonderen, volgens hem deze goede reisgelegenheid

een voorrecht.

De zes hoofdstukken van het boekje, dragen de volgende namen:

Het eiland IJselmonde rond, Hier en daar in de Hoeksche Waard, In

't land van de Geuzen, Van Ouddorp tot Ooltgensplaat, 't Romantische

land van Schouwen en Uitstapjes tusschen Rotte en Schelde. Het laatste

geeft maar enkele aanwijzingen van afstanden, de schrijver zal moeten

bekennen, dat het getallen en namen zijn, wat heel natuurlijk is,

want die kunnen nu eenmaal in een reisgids niet ontbreken, en zoo'n

boekje wordt daarom niet onleesbaar van degelijkheid.

Trouwens dit gidsje is met bijzonder veel zorg geschreven; er zijn

mooie bladzijden in, die allerlei interessante bijzonderheden geven

over dat Zuidwesten van ons land, waarvan eigenlijk alleen Oostvoorne

tot nu toe ook bewoners van verafgelegen deelen van ons land wist aan

te lokken. Lezend over Ouddorp en zijn hotelier, die den schrijver

rondleidde en rondreed door de mooie omgeving, krijgt men lust

er zóó heen te trekken. En dan Schouwen, het romantische land van

Schouwen! Hoe aardig vertelt Dekking ervan, hoe imponeert hem de kracht

van ons volk, dat in vroeger eeuwen zooveel land op de zee verwon! Hoe

goed schetst hij ons Zierikzee, dat geen doode stad is en dat in zijn

zomerdorp in de buurt, het liefelijke Schuddebeurs, een zeeuwsch

»Velp« zich heeft veroverd! Waarlijk de schrijver heeft gelijk,

als hij tot zijn landgenooten zegt als in een plechtige toespraak:

»Mijn landgenooten, verhoovaardigt u niet op reisherinneringen uit

modelustig zomergejaag door verre landen, als gij de pracht van uw

land tusschen Rotte en Schelde niet kent«.

De illustraties van dit gidsje zijn teekeningen van J. B. Heukelom,

keurig uitgevoerde schetsen van het kasteel te Rhoon, de kerk

te Poortugaal, riviergezichten bij Zwijndrecht, Puttershoek,

Oud-Beijerland, Numansdorp, Zwartewaal, stads- en dorpskijkjes van

Brielle, Spijkenisse, Middelharnis, Sommelsdijk, Goeree, Nieuwe en

Oude Tonge, Dreischor, Zierikzee en Brouwershaven.

Op den Uitkijk, Jaargang 1909 Bijblad bij De Aarde en haar Volken · 第 314 / 353 题