Eenige weken geleden werd door de Italiaansche regeering in het
uiterste Noordwesten van het rijk een circulaire verspreid, waarin
de autoriteiten van de Val d'Aoste er opmerkzaam op werden gemaakt,
dat ze voortaan de civiele acten, in het dal van Aosta opgemaakt, niet
meer in het Fransch, maar in het Italiaansch hadden te stellen. Nu is
Fransch daar de landstaal, al behoort de streek aan Italië. Ook werd
door de regeering het verzoek gedaan, de administratieve registers aan
een herziening te onderwerpen en overal de italiaansche uitdrukkingen
en formules in de plaats te stellen van de fransche.
Uit Genève wordt nu geschreven, dat die beslissing van de regeering
een zekere ontstemming heeft gewekt bij de vreedzame bevolking,
die sinds onheugelijke tijden gewend is Fransch te schrijven en te
spreken. Dat dal van Aosta is het noordwestelijke hoekje van Piémont,
dat tot de provincie Turijn behoort en tusschen Wallis en Lombardije
is gelegen, begrensd door het bergland van den Grand Paradis en de
fransche departementen van Savoye.
De bevolking is nog geen honderdduizend zielen talrijk, en het lager
onderwijs van de kinderen, dat verplicht is, wordt geregeld in het
Fransch gegeven. Maar natuurlijk wordt de italiaansche taal door
een groot aantal menschen gesproken en begrepen, vooral daar ze die
noodig hebben voor hun zaken. Het feit zelf, dat de bevolking over het
geheel in het minst niet vijandig staat tegenover het Italiaansch,
verhoogt de verbazing van de inwoners en de verontwaardiging der
plaatselijke pers, die in de daad der regeering een aanval ziet op
de vrijheid van de dalbewoners, om hun moedertaal te spreken.
Van hoogerhand heeft men echter eenvoudig eenheid van taal wenschelijk
geacht voor documenten, die soms veel zorg vereischen bij de vertaling
en oorzaak kunnen worden van vergissingen en conflicten.