NOG EENS NAAR KLONDIKE.

Twaalf jaren zijn voorbijgegaan, sedert het nieuws door de wereld

ging, dat er goud in onmetelijke hoeveelheden gevonden was te midden

van de sneeuw en het ijs van het Yukon-territorium in het afgelegen

Aljaska. Avontuurlijke geesten haastten zich uit allerlei hoeken

van den aardbol naar het doodsche, ongastvrije land, waarvan de naam

tot dien tijd voor de meerderheid der menschen een onbekende klank

was geweest.

Er was daar in vroegere jaren ook wel eens goud aangetroffen, maar de

phenomenale rijkdom van de Bonanzakreek werd eerst onthuld in 1896 en

niet voor den zomer van 1897, toen een stoombootvol gelukkige delvers,

die een fortuin in stofgoud en grootere klompen bij zich hadden,

naar Seattle kwamen, werd de wereld zich bewust van het feit, dat er

weer een nieuw groot goudveld was ontdekt, wedijverend met die van

Californië en Australië.

Klondike, Yukon, Bonanza, Eldorado, die magische namen waren op

aller lippen in de laatste jaren der 19de eeuw, en hoe buitensporig

de rapporten ook mochten wezen, die over de woeste en moeilijke paden

kwamen aanzetten vanaf de bevroren wildernissen van Klondike naar de

beschaafde wereld, de werkelijkheid overtrof ver de wildste schattingen

van de eerste prospectors, en al gauw was het bekend, dat het nieuwe

goudveld het rijkste was in de geschiedenis van de goudvondsten.

En dit was geen nieuwe Randmijn, waar zonder dure machinerieën

en massa's kapitaal de grond niet bereid was, een onsje goud af te

staan. Neen, dit was een goudveld voor den armen man, die niet anders

noodig had dan een houweel, een schop en een goudpan, om op den weg

naar rijkdom te komen. De eenige moeilijkheid was gelegen in de reis,

waarbij men had te kiezen tusschen de lange dure reis langs den mond

van de Yukon stroomop, of waarbij men te Juneau of Dyea moest landen,

over den gevaarlijken Chilkootpas of over den bezwaarlijken White

Pass moest trekken en dan te reizen had over de reeks meren in de

Boven-Yukon stroomaf naar het nieuw gestichte Dawson, al spoedig een

bloeiende stad van verscheiden duizenden inwoners. Thans is Dyea aan

de fjordenkust verlaten, en een spoorweg van Skagway naar White Horse

helpt den reiziger over het moeilijkste deel der reis heen.

Schatten en schatten wachtten diegenen, die zich tot Klondike

doorwerkten. In het eerste seizoen haalden de weinige pioniers

driehonderd duizend ponden sterling alleen uit de Eldoradokreek, en

claims werden verkocht voor honderd duizend pond. Een enkele goudpan

met aarde, niet meer dan twee schoppen vol, gaf soms honderd pond en

pannen van dertig en veertig pond werden in menigte gewasschen. De

menschen konden aan loonen drie en vier pond sterling per dag

verdienen, en toch waren de arbeidskrachten moeilijk te krijgen,

en een poging, om de loonen neer te drukken tot twee pond per dag

werd gevolgd door een werkstaking. In het laatste jaar der eeuw

was de bevolking van het Yukongebied tot dertig duizend inwoners

aangegroeid en de jaarlijksche opbrengst aan goud tot vier millioen

pond sterling, ofschoon de inzameling van het kostbare metaal onder

bijzonder moeilijke omstandigheden plaats had. Daar de grond hard

bevroren was voor verreweg het grootste deel van het jaar, moest

hij eerst worden ontdooid met groote vuren, eer men de aarde kon

opscheppen, en dat was het eenige werk, dat er te doen viel in den

langen en strengen winter. Het eigenlijke winnen van het goud door

het wasschen van den grond was alleen mogelijk in den korten zomer,

als men over water beschikte.

Sedert 1900 is de opbrengst langzamerhand afgenomen, toen de ruwe

werkmethode van den enkelen delver geen effect meer opleverde in

de rijkste terreinen van de Bonanza- en Eldoradokreken. In 1907

was de opbrengst gedaald tot zes honderd duizend pond sterling,

en het volgend jaar werd ze nog kleiner, maar dit beteekende niet,

dat het goudveld uitgeput was. Het kwam enkel, doordat het werken

aan de oppervlakte in zoogenaamde placers plaats moest maken voor het

werk op grooter schaal met hydraulische machines en boorwerktuigen,

die in handen waren van maatschappijen.

De groote uitgestrektheden lands, door hen verkregen, bleven

improductief voor den korten tijd van de installatie der moderne

werktuigen. Op het oogenblik is het werk er weer in vollen gang en

iedere decimeter gronds in de goudhoudende streken gaat nu door de

stampende machines en wordt daarna uitgewasschen op machinale manier,

om het goud eruit te halen. De machines trekken van het eene eind van

het dal naar het andere, en nu de wetenschap de romantische manier

van het goudwinnen door den enkeling op zij heeft geschoven, treedt

het Yukongebied, dat deel uitmaakt van Canada, een nieuwe periode van

bloei in, die niet behoeft onder te doen voor den glorietijd van het

nog betrekkelijk zoo jonge verleden.

Op den Uitkijk, Jaargang 1909 Bijblad bij De Aarde en haar Volken · 第 260 / 353 题