De nieuwe rijkskanselier, Theobald von Bethmann-Hollweg, werd reeds
als leerling te Pforta op het gymnasium beschouwd als iemand van wien
men veel mocht verwachten. Hij was onder de jongens zeer gezien en niet
alleen om zijn succes in de school, maar ook om zijn karakter, hetgeen
veel zegt in een inrichting als die te Pforta, waar de leerlingen
intern waren en dus altijd samen bleven. Algemeen was hij intusschen
ook bekend als een ijverig lezer, en de jongens hadden daar veel tijd
voor, want iedere week hadden ze een heelen dag vrij van school,
afwisselend Maandag, Dinsdag, Donderdag en Vrijdag, vooral met de
bedoeling, dat ze veel voor zichzelf zouden lezen, de klassieken
natuurlijk, want op de drie oude bekende »vorstenscholen«, Pforta
dichtbij Merseburg aan de Saale, Meissen in Saksen, en Grimma, ook in
Saksen ten zuidoosten van Leipzig, waren de ouden schering en inslag.
Zijn philosophische aanleg en zijn talent van spreken kwamen in den
schooltijd reeds nu en dan duidelijk aan den dag, en in den herfst
van 1875 verliet hij Pforta als primus omnium. Op een dispuutcollege,
dat in het Duitsch in de Unterprima, de op één na hoogste klasse,
werd gehouden, had hij een wondergroot succes met een onderwerp van
wijde strekking, als jongelui bij dergelijke gelegenheden steeds
kiezen, namelijk over de vraag, of de historieschrijver objectief of
subjectief te werk moet gaan.
De drie genoemde »vorstenscholen« werden in het midden van de zestiende
eeuw door den toenmaligen hertog van Saksen, den lateren keurvorst
Moritz van Saksen, gesticht op de plaats van opgeheven kloosters
en werden in het bezit gesteld van geestelijke goederen. Meissen en
Schulpforta of Pforta werden in 1543, Grimma in 1550 gesticht. Alle
drie hebben zich in den loop der eeuwen gehandhaafd als instellingen,
waar het onderwijs zeer goed is en bijzonder grondig in de klassieke
talen. Door den staat, door enkele steden, door adellijke geslachten
en door sommige instellingen zijn er beurzen beschikbaar gesteld
voor interne leerlingen, terwijl de buiten de hoofdgebouwen wonende
leeraren extranei in den kost hebben.
De vorstenscholen hebben maar de zes hoogste klassen van de
tegenwoordige duitsche gymnasia, waar, zooals men weet, de jongens al
op hun negende jaar komen; ze bestaan uit de klassen Untertertia tot
Oberprima. Wat de inrichting betreft, zijn de drie scholen met den tijd
meegegaan: gebouwen en hulpmiddelen beantwoorden aan alle eischen,
die de moderne tijd stelt. Pforta heeft voor het eerst de enge,
ouderwetsche ruimten voor statige gebouwen verwisseld, namelijk al
in 1843, terwijl in Meissen in 1879 en in Grimma in 1891 de prachtige
schoolgebouwen werden voltooid. In 1883 kreeg Pforta nog een nieuwen
vleugel met ruime aula.
Aan de bibliotheek van Pforta wordt groote zorg besteed. Zij dateert
al van 1573, toen ze door keurvorst August van Saksen werd gesticht
en bevat nu 26000 deelen, waaronder 259 incunabelen. In de eerste
tijden van het bestaan der school was het aantal leerlingen beperkt
tot honderd, keurvorst August breidde dat aantal tot 150 uit en liet in
1568 de school vergrooten. Klassieke philologie is steeds het hoofdvak
gebleven. Belangrijke verbeteringen werden ingevoerd onder rektor
Geisler tusschen de jaren 1779 en 1787, en een geheele modernizeering
volgde, toen de school in 1815 aan Pruisen kwam. Beroemde leerlingen
van Pforta zijn Fichte, Klopstock en Leopold von Ranke, waarbij men
nu Von Bethmann-Hollweg noemen mag.
Van de vorstenschool te Meissen is Gellert gekomen, die er van 1729
tot 1734 studeerde en Lessing, wiens gymnasiale jaren er tusschen
1741 en 1746 vielen.