In een mooi begin van een artikeltje over Stockholm schrijft de
Duitsche schrijver A. Trinius in de laatste »Weltcourier«: »Als men
dagen lang door het grootsche zwijgen van het Noorden van Zweden heeft
gereden, die onuitsprekelijk eenzame woud- en rotswildernis, langs
bruisende rivieren en stille, wijde meren, tusschen met sneeuw bedekte
bergen en spookachtig moerasland, en nu op eens in de vroolijke,
kleurige drukte van Stockholm komt, wordt het iemand plotseling te
moede, alsof er een feestelijke stemming over hem kwam. Men wordt
eerst haast verblind. Daarginds nog bijna ongerepte natuur in al
haar ruwheid en ontzagwekkendheid, en hier juichende blijheid, een
verbazende ontplooiing van alle krachten, een grootsche openbaring van
kunst en natuur, een historie, die ons door monumenten en trotsche
gebouwen nadrukkelijk predikt, dat wij voor het verleden eerbied
moeten hebben. En daartusschen, ons met duizend oogen groetend, de
blauwe zee, de schommelende brug tusschen alle werelddeelen en volken."
En dan vertelt hij verder van al de muziek, die er te hooren was,
van de golvende menschenmenigten, die op den warmen zomeravond daar
gingen, terwijl lachen en glazengeklink uit de tuinen opsteeg, alles
overgoten door een lichtzee, die van de markt en de straten, van de
kaden en havens met millioenen sterren glansde en zich in de echte
zee weerspiegelde. Daarboven dan de andere sterrenhemel! Koepels en
torens, paleizen en bruggen rijzen op en imponeerend op het eiland
Staden het Koninklijk Slot.
Stockholm heeft iets zeer eigenaardigs, doordat het water de grondtoon
uitmaakt in het accoord. Die onmetelijke massa meren, kanalen,
stroomen, baaien, eilanden, tuinen en rotsen, het is iets volkomen
ongewoons, dat iederen vreemde verbluffend schijnt. Het Mälarmeer
en de Oostzee of Saltsjön reiken van het Westen en het Oosten diep
binnen tot in het hart van Stockholm. In het Mälarmeer alleen drijven
bijna 1200 eilanden en deze vertoonen op groenen grond meer dan 200
paleizen en schilderachtige landhuizen. En het eilandencomplex van
de Oostzee geeft een dergelijk beeld.
Een andere bekoring van Stockholm ligt in de zonderlinge tegenstelling,
die maakt, dat bij voorbeeld midden tusschen schitterende gebouwen
plotseling een starre, donkere, met gras en heesters begroeide
granietklip oprijst, die er ons aan herinnert, dat we ons bevinden
in het land, dat eens in den ijstijd of in een der ijstijden geheel
Midden- en West-Europa met steenen overstrooide. Geheel Zweden heeft
ze nog in overvloed, die groote losse blokken, en vaak moet de ploeg
omwegen maken, om er voor uit den weg te gaan. De heerlijkste tuinen
vol rozen hebben vlak naast zich steenklippen, met mos en heide
begroeid; de hoogste cultuur en de onbeheerschte natuur reiken er
elkaar de hand.
De omgeving is eenvoudig heerlijk. Bijna ieder stapt aan de
Ritterholmskade op een der vele stoombooten en laat zich over een deel
van het Mälarmeer varen, om te genieten van het liefelijk schouwspel,
dat de oevers bieden. Het slot Drottningholm op het eiland Lofö is
een der aantrekkingspunten van Stockholm. Een klein uur glijdt de
stoomboot tusschen de eilanden van het Mälarmeer door, tot bij een
buiging van den oever plotseling het slot te voorschijn komt onder
reuzenboomen. Groote grasvelden strekken zich op den voorgrond
uit. Het zomerverblijf van de koninklijke familie ligt er frisch en
heerlijk en een weinig afgelegen.
En dan verzuimt ook niemand een vaart naar de elegante
uitspanningsplaats Saltsjöbaden, tevens een veelbezochte
zeebadplaats. Het ligt zeer schilderachtig op een schiereiland van
den Baggensfjord tusschen rotsen, zee en woud. Het eene landgoed
sluit zich bij het andere aan, en er achter verrijst het donkere,
met graniet dooraderde woud. Een brug verbindt de plaats met een
eilandje, dat op een hooggelegen punt een hotel heeft, waar de groote
wereld van Stockholm veel samenkomt en waar vreemdelingen gewone
verschijningen zijn.
Stockholm is een prachtige stad en voor den bewonderaar van kunst
heeft het in zijn musea schatten van groote waarde, terwijl de
natuurwetenschap en de land- en volkenkunde hun eigen heiligdommen
hebben. De historicus voelt er zich thuis, want de Gustaafs en de
Karels hebben Stockholm sterk met hun daden en ervaringen doordrongen;
overal dringen geschiedkundige herinneringen zich op, en standbeelden
en monumenten huldigen de grooten uit het verleden.