MIKKELSEN NIET NAAR NIEUW-GUINEA, MAAR NAAR DE NOORDPOOL.

De deensche onderzoekingsreiziger Mikkelsen, die zoo groote plannen

had voor Nieuw-Guinea, die al in den Haag onze taal had geleerd in

het vorig najaar en het Sneeuwgebergte als ideaal voor oogen had,

waartoe hij zich voorstelde, zich bij de Lorentz-expeditie aan te

sluiten, schijnt wel beslist van dat plan terug te zijn gekomen, want

nu wordt bericht, dat Mikkelsen een poolexpeditie op het oog heeft en

dat hij hoopt mee te werken aan de ontdekking van de lijken van zijn

landgenooten Mylius Erichsen en luitenant Hagen, wier tochtgenooten

zonder hen moesten terugkeeren.

Het expeditieschip zal er een zijn, dat niet veel grooter is

dan Amundsen's Gjöa. Het moet volgens Mikkelsen's plan in het

begin van Juli bij de Faröer wezen, waar een schip uit Groenland

hem eskimo-honden komt brengen. Dan gaat het noordwaarts naar

de Groenlandsche kust, waar in de buurt van Kaap Bismarck een

overwinteringskwartier wordt gezocht en betrokken. Indien de

ijstoestanden het toelaten, wordt nog gepoogd om zoo ver noordwaarts

mogelijk een levensmiddelen-depôt aan te leggen. Dan wordt overwinterd,

en in het voorjaar wordt met den grooten sledetocht een aanvang

gemaakt, aan welken alle expeditieleden deelnemen.

Tot Lamberts Land (79½° N. Br.) wordt de kust gevolgd. Daar gekomen,

zullen Mikkelsen en twee makkers dwars over het inland-ijs het

binneneind van de Denemarken-fjord opzoeken en, langs de noordkust

daarvan gaande, kaap Rigsdagen opzoeken. Vermoedelijk bevindt zich daar

een levensmiddelen depôt van de Erichsen-expeditie. Vandaar gaat het

verder in westelijke richting, over het Peary-kanaal, welk »kanaal«

echter zeer goed kan blijken, een fjord te wezen. Die quaestie op te

lossen, is een gedeelte der taak, welker oplossing Mikkelsen zich heeft

gesteld. Zoodra de voorraad levensmiddelen zoodanig is geslonken, dat

terugkeer geboden schijnt, gaan Mikkelsen c.s. terug. Inmiddels hebben

dan de overige leden der expeditie andere nasporingen gedaan, waarbij

vooral het zoeken naar sporen van de beide verongelukte landgenooten

op den voorgrond zal staan. Ook zal in zee worden geëxploreerd om

na te gaan of de door den hertog van Orleans op diens poolexpeditie

geloode bank enkel een ondiepte of wel de onderzeevoet van een eiland

tusschen Spitsbergen en Groenland is.

Op den Uitkijk, Jaargang 1909 Bijblad bij De Aarde en haar Volken · 第 166 / 353 题