Naar aanleiding van een ons gedane vraag naar de beteekenis van
het woord prakbosch kunnen wij mededeelen, dat men in Santpoort en
omstreken onder dat woord verstaat de stukken boschgrond, waarvan
de boomen zijn gekapt en waar de wortelstompen nog in den grond zijn
achtergebleven. Prakken nu is het ondiep omspitten van zulken grond,
meestal ten behoeve van den verbouw van aardappelen.
Wanneer een stuk boschgrond, met eiken beplant, bijvoorbeeld een
twintig jaar heeft gestaan, dan komen de hakkers en vellen het
hout. In het eerstvolgende voorjaar na den haktijd wordt de bodem,
zooveel de diepgewortelde eikenstronken het maar toelaten, bewerkt
en voor bebouwing geschikt gemaakt. Eén steek diep wordt de grond
opgewerkt. En in den losgemaakten grond, welke twintig jaren lang
de bladeren ontvangen heeft en alzoo teelaarde bezit, vinden de
aardappelen eene uitnemende plaats om te ontwikkelen en vruchten
te geven.
In verband met dit prakbosch kan nog de volgende bijzonderheid vermeld
worden. Bij enkele landeigenaars bestaat namelijk de vriendelijke
gewoonte, stellig afkomstig uit den ouden tijd, om een stukje prakbosch
aan behoeftige lieden voor aardappelteelt kosteloos af te staan. Vroeg
in het voorjaar, soms al in den winter, komen dezen zich bij den
boschwachter aanmelden om zulk een hoekje grond. Zoodra de houtvelling
voorbij is en de weersgesteldheid het gedoogt, worden de arbeiders,
die aangenomen zijn--en bijna niemand wordt teruggewezen--toegelaten
tot den bouw. Zij prakken en poten, om later te oogsten.
Half Augustus begint men met het rooien van de aardappelen.