Het vorige jaar reeds wijdden we een artikeltje aan het liefelijke
gehuchtje bij Oldenzaal, de Lutte, maar we gaven het zonder
afbeeldingen en willen thans nog eens op dat mooie plekje terugkomen,
nu we op een mooien Septemberdag van 1908 er alleraangenaamste
indrukken van de heerlijke natuur hebben opgedaan. Het was bij een
imitatie, zwakke navolging wel is waar, van de groote excursie,
die de Nederlandsche Heidemaatschappij op 18 en 19 September bij
gelegenheid van haar algemeene vergadering te Oldenzaal naar De Lutte
had ondernomen.
Ofschoon die rit dank zij der lokale kennis van een koetsier, die
ook de excursionisten had gereden, precies in de sporen ging van dien
anderen, ontbrak de voorlichting der deskundigen, maar hoezeer maakte
toch de aanblik van de ontginningen in het landschap, waar cultuur en
woeste natuur elkaar van zoo dichtbij naderen, een aantrekkelijken
indruk! De ontginners, die van de technische voorlichting der
Heidemaatschappij gebruik hebben gemaakt, doen voor hun landstreek
een niet te overschatten nuttig werk. Het is de verdienste van de
twentsche grootindustriëelen, dat ze hun kapitaal beleggen op een
wijze, waarbij niet de directe voordeelen op den voorgrond staan.
Bosschen, zooals daar in de buurt van Oldenzaal worden aangelegd,
kosten op het oogenblik van den aanleg veel geld, ze zullen lange
jaren geen rente afwerpen en eerst het nageslacht zal er geldelijk
voordeel van trekken. Kenmerkend is het, dat de ontginningen zich in
hoofdzaak bepalen tot bebosschingen en het aanleggen van graslanden,
terwijl de grond voor het grootste gedeelte zich toch zeer goed
zou leenen voor bouwland en vruchtencultuur. Sommige van de nieuwe
bosschen zijn gevormd door het omzetten van eikenhakhout in opgaand
bosch; maar ook is er voor de grootste afwisseling in de boomsoorten
gezorgd; grove dennen wisselen af met lariksen en Douglassparren,
beuken, tamme kastanjes, zilversparren en eschdoorns.
Daarbij maakt de streek een echt landelijken indruk met de bouwlanden
bij de boerenhoeven, en zij is door de heuvelachtigheid van het
terrein, de groote boschcomplexen bij de buitens en landgoederen en
den sierlijken tuin- en parkaanleg van die goederen een uitgezocht
oord voor stadsmenschen, die met vacantie buiten willen wezen
en het er rustig willen hebben, zonder alle comfort van huis en
haard te missen. Want er is in de Lutte een vanouds bekend hotel,
Het Zwaantje, dat merkwaardig goed met zijn tijd is meegegaan, ja,
thans in hotel-opzicht zelfs zijn tijd vooruit is.
Uiterlijk en innerlijk voldoet het aan zeer hooge eischen. De tuin
is groot en vol schaduwrijke plekjes; het huis geriefelijk en geheel
modern ingericht, heerlijk frisch en ruim met badkamer en andere uit
hygiënisch oogpunt uitstekende dingen, met goede bediening en een
uitstekende tafel. De pensionsprijzen verschillen naar den tijd van
het jaar en den aard der kamers; de hoogste prijs is f 4.50.
Wat de Lutte voor ouders met kinderen vooral aantrekkelijk maakt, is
de geheele afwezigheid van gevaar voor water of trams. Want zij weten
maar al te goed, dat een kind pas dàn ten volle geniet, als men het
bij het zoeken naar genot zijn volle vrijheid kan laten. Aan de streek
zelve geeft het gemis van dit gemakkelijke communicatiemiddel met zijn
aanhoudend vervoer van drommen menschen, een cachet van behagelijke
rust, dat men voortdurend des te meer zal beginnen op prijs te stellen,
naarmate men behoefte heeft de steeds toenemende haast en drukte van
het stadsleven voor korter of langer tijd te ontvlieden.
Er zijn verrukkelijk mooie punten, die op een wandeling van het
Zwaantje gemakkelijk te bereiken zijn.
Dat hoekje van Twenthe is werkelijk zeer ruim bedeeld met afwisselende
en boeiende natuurtooneelen; de verschillen in hoogte van het terrein
en de boschrijkheid van de streek, daarbij de zorg, die aan paden en
wegen wordt besteed, maken er het wandelen tot een groot genot. Een der
hoogste punten van Nederland, de Tankenberg, gemakkelijk te bestijgen,
want wie geen padvinder wil zijn, kan van een steenen trap gebruik
maken, biedt een wondermooi panorama, waarin Ootmarsum, Nordhorn,
Denekamp en Almelo o.a. een plaats vinden. Op den berg zelven treft
men een koepel aan, waar het goed rusten is.
De aardige punten in het land van velden en bosschen zijn vele en
velerlei. Natuurlijk is er een Belvédère, die vanaf Het Zwaantje
spoedig te bereiken is en waarheen de wandeling over een der
erven loopt, die in deze buurt zulke aanlokkelijke wegjes en lanen
bieden. Zoo zijn er het erve Reuver, het erve Harbert, het erve
Rikkert, dan Koekoek, Kesselder, Schopman en andere, terwijl er op
de buitenplaatsen Koperboer en Kalheupink vrije wandeling is voor
het publiek.
Hoe mooi en afwisselend zijn ook de bosschen van Boerskotten, die
met zooveel zorg en kennis zijn aangelegd! En het Kruusselter bosch
met zijn indrukwekkende beuken, het lommerrijke Middelkamp, dan Hel
en Hemel, mooie punten, waarvan de eerste een verkorting schijnt te
zijn van »helling« en het tweede als tegenstelling den naam van hemel
heeft verkregen, beide mooie brokjes natuur.
Geheel natuur is ook het Lutterzand, een woest plekje in het
gebied van de rivier, de Dinkel. Het stroompje loopt daar met veel
kronkelingen, dan eens langs groene weilanden en beemden, dan eens
tusschen zandheuvels met dennen, waar de primitieve natuur nog is
waar te nemen. Vanaf den straatweg van Oldenzaal naar Bentheim op
de hoogte der duitsche grens is het gemakkelijk te bereiken. Voor
den folklorist en den belangstellenden waarnemer van huizen in ouden
bouwtrant levert de streek rondom Oldenzaal allerlei interessants. Zeer
veel boerenhuizen zijn nog niet in vertrekken verdeeld en lijken meer
op een lange schuur dan op een huis.