KOLONISATIE VAN EUROPEANEN.

In de Deutsche Kolonialzeitung behandelen Dr. Arning en Ernst Vohsen in

tegengestelden zin het belang van europeesche kolonisatie der duitsche

koloniën. De eerste brengt de licht-, de tweede de schaduwzijden naar

voren. Beide hebben materiaal ter verdediging van hun wederzijdsch

standpunt in brieven van kolonisten, die meer of minder optimistisch

zijn. Een argument, dat Vohsen bezigt, om de kolonisten thuis te

houden, is, dat de Duitschers, die over landverhuizing denken, wel

een geschikter plek kunnen kiezen dan de verre koloniën in Afrika.

In de laatste jaren is de landverhuizing in Duitschland sterk

verminderd en is op het oogenblik bepaald onbeduidend. Bij het

landbouwbedrijf gaan tegenwoordig volgens den schrijver in veel jaren

van goede oogsten millioenen en millioenen verloren door gebrek aan

arbeidskrachten. Daarbij wordt Duitschland in bedenkelijk stijgende

mate toevluchtsland voor slavische en latijnsche landverhuizers. Er

zijn in het land dus bevolkingsproblemen op te lossen, die eerder om

oplossing roepen dan het koloniseeren in de koloniën.

Bovendien moeten ook de vurigste vrienden van Europeanen-kolonisatie in

tropische streken toegeven, dat daar groote bezwaren aan verbonden

zijn, dat het voor vestiging in aanmerking komende land niet

uitgebreid is, en dat Duitschland daarentegen in de koloniën een

inlandsche bevolking heeft, die in staat en bereid is, onder zijne

bescherming en leiding te werken en dus de schatten te ontginnen,

die daar wachten. Dit alles samengenomen, meent de schrijver,

dat het verstandiger zal zijn en uit economisch oogpunt beter,

het zwaartepunt in de ontwikkeling der koloniën van Duitschland te

leggen bij de inlandsche bevolking en niet teveel hoop te bouwen op

de vestiging van duitsche kolonisten.

Op den Uitkijk, Jaargang 1909 Bijblad bij De Aarde en haar Volken · 第 121 / 353 题