COPAL.

De copalboomen lijken wel wat op oude esschen, zooals ze in Oost-Afrika

tot veertig meter hoog worden. De latijnsche naam is Trachylobium. Alle

deelen van den boom, van den wortel tot den top, bevatten copalhars,

een kleverige, dradentrekkende, in de lucht hard wordende vloeistof,

een stof, die in de lak- en vernisindustrie bijzondere beteekenis

heeft en in de schilderkunst wordt gebruikt. De aanvoer van copal op

de markt is niet altijd even groot, is ook niet geregeld en op den

duur gewaarborgd, zoodat de prijzen steeds hoog blijven.

Men wint de copal op twee verschillende manieren, namelijk als nieuwe

en als fossiele copal. De eerste wordt ingezameld, doordat men den

boom wonden toebrengt en de uitvloeiende hars opvangt, hetgeen ten

slotte den dood van den boom ten gevolge heeft. Die versche copal is

niet zoo waardevol als die, welke een reeks van oxydatieprocessen

heeft ondergaan. Onder den grond heeft zich de hars, die aan de

wortels van den boom is ontvloeid, veranderd in wat men fossiele

copal noemt. De stof blijft er liggen, ook, als de boom in den loop

der tijden verdwenen is. Het barnsteen geeft een voorbeeld van een

dergelijk ontstaan.

Men graaft de copal in dezen toestand op ter diepte van 0.30 tot

1 meter in zandigen grond, maar men kan er nooit op rekenen, zulke

hoeveelheden te vinden, dat de winning van copal voor den Europeaan

een winstgevende zaak wordt. Ook de negers doen niet veel moeite, om

copal te vinden en op te graven, zoodat de aanvoer zeer wisselvallig

blijft. In jaren van droogte en misgewas stijgt de opbrengst, en ze

is gering in de tijden van goede oogsten.

Zoowel de fossiele als de nieuwe copal komt meest uit Duitsch

Oost-Afrika en draagt den naam Zanzibarcopal of Indische copal,

ofschoon die betiteling verkeerd is, daar in Zanzibar in het geheel

geen copal wordt gevonden, en Indië wel copal levert, maar mindere

soorten, die niet uit den echten copalboom, Trachylobium, maar uit

andere harsleverende planten worden gewonnen. De nu eenmaal den naam

Zanzibarcopal dragende soort wordt echter al zeldzamer en duurder,

want de roofbouw, die de inboorlingen op de boomen uitoefenen, doet

hun aantal sterk afnemen.

De echte oostafrikaansche copal is de hardste van alle soorten en

gelijkt daarin wel wat op barnsteen. Evenals die stof wordt ze ook wel

gebruikt voor draai- en beeldhouwwerk. Copal is geheel reukeloos en

heeft ook geen smaak. In het jaar 1906 zijn uit Duitsch Oost-Afrika

voor een waarde van 118 duizend mark uitgevoerd, een gewicht van

rond honderd duizend kilogram. De voornaamste afnemer was Zanzibar,

en slechts geringe hoeveelheden gingen rechtstreeks naar Europa.

Dat de massa naar Zanzibar ten uitvoer gaat naar de overige wereld,

verklaart voldoende den naam, die aan het product wordt gegeven.

Op den Uitkijk, Jaargang 1909 Bijblad bij De Aarde en haar Volken · 第 52 / 353 题