UIT BOSNIË EN ZIJN HOOFDSTAD.

Bij vroeger vergeleken, is Bosnië in de laatste tientallen jaren

verbazend vooruitgegaan. Gebrek aan wegen en aan spoorwegen sloten het

land als van de overige wereld af. Over de bergen leidden rijpaden,

waar ook de voetganger van gebruik kon maken, maar die voor de

opkomst van handel en verkeer niets beteekenden. Vandaar dat met den

wegenaanleg en later met de spoorwegen de vooruitgang treffend aan den

dag treedt, en dat de hoofdstad, Serajewo, haast onherkenbaar is voor

diengene, die haar bij voorbeeld in een kwarteeuw niet heeft bezocht.

De turksche huizen, die de overgroote meerderheid vormden en

waartusschen de minarets der talrijke moskeeën hun hoofden opstaken,

zijn langzamerhand door europeesche huizen vervangen. Het in moorschen

stijl opgetrokken raadhuis is een nieuwe schepping evenals de mooie

servische kerk met den hoogen toren onder een koepelvormig dak en de

roomsch-katholieke dom met zijn twee spitse torens.

Tusschen Mostar, Herzegowina's hoofdstad, en Serajewo vertrekt

dagelijks slechts één trein in beide richtingen, dus is het verkeer

niet groot. Maar de route is eenig mooi. Zoodra men de minarets en

torens van Mostar uit het oog heeft verloren, vernauwt zich het dal der

Narenta, en overal doen de watervallen en de heerlijke berggezichten

aan Zwitserland denken. De straatweg en de spoorweg gaan naast elkaar

voort, zoodat de treinreizigers hun oogen te gast kunnen laten gaan

bij het zien van de schilderachtige kleederdrachten van de bewoners

van dat land met zijn bonte bevolking.

Noordelijker, naar Serajewo toe, wordt het land vruchtbaarder,

vertoont bouwlanden en groene weiden, en rondom de hoofdstad op haar

vlakte, geheel door prachtig begroeide bergen omgeven, is de natuur

heerlijk mooi. Daarbij is het klimaat door de betrekkelijk hooge

ligging aller aangenaamst. Vruchten en groenten zijn er overvloedig,

en in de turksche bazar trekken de fruitwinkels niet het minst

de aandacht, al verzuimt niemand een bewonderenden blik te slaan

op het fijne koper- en filigraanwerk en op de stoffen, met gouden

zilverdraad doorweven. Midden in den doolhof van straten en stegen,

door den bazar gevormd, verrijst de Husrev-Begmoskee, een kleurig

gebouw met een oude linde ervoor, waaronder een groote fontein voor

de ritueele wasschingen.

Het kleine ondiepe riviertje, dat door Serajewo stroomt, de Miljacka,

heeft aan zijn oevers de echte ouderwetsche huizen, zoo eigenaardig

gebouwd met het ver vooruitspringende dak, dat uit lange, smalle,

houten dakpannen gemaakt schijnt. De eerste verdieping is aan de

straatzijde voorzien van veel meest getraliede vensters, die een eind

vooruitsteken. Kleurig zien die huizen eruit, soms geel of helderblauw

geverfd. Naast de gesluierde turksche vrouwen trekken ook de servische

de aandacht van den vreemdeling. Zoolang ze ongetrouwd zijn, dragen

ze wijde pofbroeken, die om de enkels sluiten. Het haar dragen ze in

twee vlechten op den rug en een kleine fez bedekt het achterhoofd. De

getrouwde vrouwen dragen ook de kleine fez, maar hebben de donkere

vlechten eromheen gelegd, terwijl ze de pofbroek hebben verwisseld

voor een gewonen rok.

Langs diezelfde Miljacka met de ouderwetsche huizen loopt intusschen

aan den anderen oever op de naar den oostenrijkschen gouverneur

Appel genoemde Appelkade een electrische tram. Zoo treft in Bosnië

steeds die wonderlijke vermenging van het oude en het nieuwe, van

het oostersche en het westersche.

Wat de vreemdelingen nooit vergeten, is het koopen van een

turksch hoofddeksel, een fez, in een of ander van de vele turksche

winkeltjes. Het fatsoeneeren gebeurt ter plaatse. Men ziet het persen

vóór zijn oogen gebeuren, want op een massieven ijzeren vorm, die

het model heeft van een fez, wordt het hoofddeksel geplaatst, en dan

wordt er een verwarmde ijzeren fez over heen geschoven. De turksche

winkelier drukt erop uit al zijn macht en de fez komt keurig gevormd

te voorschijn. Na die behandeling wordt er vliegensvlug een kwast

aan bevestigd, en het hoofddeksel is kant en klaar.

Op den Uitkijk, Jaargang 1909 Bijblad bij De Aarde en haar Volken · 第 22 / 353 题