De laatste van de zes afleveringen van het Tijdschrift van het
Aardrijkskundig Genootschap is in het laatst van November weer als
lijvig boekdeel verschenen. Het bevat veel belangwekkends, veel
ook van zuiver wetenschappelijken aard, dat voor onze lezers te
speciaal is. Misschien stellen ze er belang in, te vernemen, dat het
secretariaat van de redactie, dat de heer Rouffaer, na het twee en een
half jaar te hebben bekleed, neerlegt, om zijn groote wetenschappelijke
reis door Indië te ondernemen, aanvaard is door den heer J. J. Staal,
te 's-Gravenhage, oud-kolonel der Genie O. I. L.
In zijn afscheidswoord onthult de heer Rouffaer een feit, waarvan zeer
velen met belangstelling kennis zullen nemen, namelijk, dat onder de
medewerkers aan het Tijdschrift Dr. Easton, de hoofdredacteur van het
Nieuws van den Dag, zulk een voorname plaats bekleedt. De nu afgetreden
secretaris zegt, dat hij erkentelijk is aan het Huishoudelijk Bestuur
en het Bestuur in het algemeen, »wier vergaderingen bij te wonen mij
steeds een opwekking was en een prikkel«, en aan de verschillende
medewerkers van het Tijdschrift zeer bepaaldelijk aan die twee, die
voortdurend, zonder dat één aflevering voorbij kon gaan, medehielpen
aan zijn geregelde goede geboorte, den anoniemen hoofdbewerker van onze
rubriek Aardrijkskundig Nieuws, Dr. Easton en onzen voortreffelijken
kaartenmaker, den heer Craandijk.« Nu is dus opgehelderd, wie het
altijd interessante, actueele en prettig geschreven Aardrijkskundig
Nieuws redigeert, een raadsel minder voor ons in de wereld. Moge de
schrijver nog jaren lang aan deze taak blijven werken!
Ook verklapt de aftredende secretaris bij het scheiden van de markt,
dat in 1913 het veertigjarig bestaan van het Genootschap feestelijk
zal worden herdacht. Twee der stichters, Dr. H. F. R. Hubrecht en
prof. Dr. C. M. Kan, zijn nog in leven en zonder twijfel zal aan hen
rechtmatige hulde worden gebracht. Met de leeraren A. van Otterloo en
N. W. Posthumus deden ze den oproep aan belangstellenden, die leidde
tot de oprichting van het »Aardrijkskundig Genootschap« in Juni 1873.