The Territory of Papua, zoo wordt Britsch Nieuw Guinea, dat deel
van het groote eiland, dat dus niet als het geheele Westen aan ons
en niet als het Noordoosten aan Duitschland behoort, genoemd in de
engelsche ambtelijke bescheiden. Een kaart van het groote gebied is
verschenen in de Septemberaflevering van het Geographical Journal
en geeft een belangwekkend kijkje op den tegenwoordigen stand van
onze kennis van dat deel van het eiland. Voor ons Nederlanders is
dat bijzonder interessant, nu wij zoo ijverig aan het werk zijn,
om over ons deel van Nieuw Guinea het juiste en ware te weten te komen.
In topografisch opzicht zijn de Engelschen ons, naar het schijnt,
vooruit, want zeer talrijk zijn de reizen geweest van de engelsche
regeeringsambtenaren, zoodat de verdeeling van het centrale gebergte
en die van het rivierennet bekend zijn in het britsche gebied. In de
jaarlijksche rapporten werd telkens over die reizen gehandeld. Van drie
der ambtenaren worden de tochten op de kaart aangegeven, namelijk van
de heeren kapitein F. R. Barton, C. A. W. Monckton en Dr. W. M. Strong.
Belangrijk waren vooral Monckton's reis in het begin van 1906 van Joma
aan de Tamatakreek, een zijtak van de naar de noordkust vloeiende
Mambare, naar het Albert Edwardgebergte in de hoofdketen en door
het Tsjirimadal terug. De hoogste top van het gebergte is volgens
hem 4035 meter hoog. In 1907 ging Monckton dan dwars door het eiland
ten noorden van het Albert Edwardgebergte, stroomop langs de Waria
en langs de duitsch-engelsche grens, over het gebergte en stroomaf
langs de Lake-kamu.
Strong heeft veel gereisd ten noordwesten van Port Moresby in het
kustgebied en landwaarts in tot den Mount Yule. De kust is vrij dicht
bevolkt; in de Puraridelta liggen veel groote dorpen met elk 2000 tot
3000 inwoners. Ook is vrij dicht bevolkt het dal der St.-Josephrivier
en het gebied om den Mount Yule; maar elders ligt gewoonlijk tusschen
de bevolking der kust en die van het gebergte een dun bevolkte of
onbewoonde streek.
Een volksstam, die der Kovio aan den Mount-Yule zijn nog
menscheneters. Hun huizen bestaan ieder uit een lang en smal gebouw,
dat door dwarswanden in verschillende ruimten is verdeeld. Elk der
afdeelingen heeft een eigen ingang en herbergt een familie.
Het moet voor onze Nieuw Guinea onderzoekers van den laatsten
tijd, Wichmann, Hellwig, Lorentz, Gooszen e. a. interessant wezen,
hun ervaringen en resultaten te vergelijken met die der engelsche
exploreerders.