Een groot meester als LUDOVIC HALÉVY behoeft niet aan het publiek
voorgesteld te worden. Ieder kent hem als novellist en librettist,
een volbloed Parijzenaar, bekende figuur op de boulevards, die het in
geestigheid nog wint van Anatole France, Aurélien Scholl, en Félicien
Champbaur. Een roman als L'ABBÉ CONSTANTIN, die honderd-en-tachtig
drukken beleefde kan alle aanbeveling ontberen. L'ABBÉ CONSTANTIN wint
het in populariteit van LES ROUGON-MACQUART.
Voorgesteld behoeft te worden de getrouwe vertaalster van L'ABBÉ
CONSTANTIN in het Nederlandsch--Mejuffrouw MINA SEIFFERT. Ze heeft zich
met ernst en toewijding van hare niet lichte taak gekweten, en daar
zij nog weinig bekend is in de kringen der Nederlandsche lezers en
lezeressen, vraagt ze aan ondergeteekende haar naam uit te spreken bij
de verschijning harer vertolking.
Mocht de Nederlandsche ABBÉ CONSTANTIN zooveel bijval vinden als de
Fransche, dan zeker zal de naam der Vertaalster door heel Nederland met
lof genoemd worden.
Dr. JAN TEN BRINK.