VOORBERIGT.

De twee volgende verhalen – het eerst uitgegeven in Engeland, zonder

naam van den schrijver, in Frasers Magazine – werden later in Baudry’s

uitgave van de Werken van Charles Dickens opgenomen. Dit gaf natuurlijk

aanleiding, dat zij beschouwd werden als voortbrengselen van dien

beroemden schrijver.

De inhoud en de vorm der verhalen veroorzaakte, dat het niet

gemakkelijk was, de vergissing (?) van den Franschen uitgever te

ontdekken, en daar de stijl geene vergelijking toeliet met de overige

schriften van Dickens – beide verhalen, namelijk, zijn in het plat

Engelsch geschreven – viel het des te moeijelijker, juiste uitspraak te

doen. Om die reden werd door mij de beslissing van den heer Dickens

zelven ingeroepen en deze luidde, „dat de twee verhalen inderdaad niet

van hem waren, maar het werk van zijn vriend, den met roem bekenden

schrijver Thackeray.” Ik heb dan ook niet geaarzeld, ze uit het

Engelsch te vertalen – de stukken zelve komen mij, als proeven van

echten humor, niet onbelangrijk voor, vooral het laatste en langere

verhaal, waartoe het eerste als noodige inleiding moet beschouwd worden

[1]. De naam van den schrijver zal ook zeker eene groote aanbeveling

zijn: Thackeray is toch een der hoofdmedewerkers van Punch, de geestige

schrijver van het Book of Snobs, het Irish Sketchbook, Vanity Fair,

enz. – Ik geloof alzoo mij niet te vergissen, indien ik beweer een

werkje vertaald te hebben, dat aan menigen Lezer zeer welkom zal zijn,

Gedenkschriften van den heer Yellowplush · 第 1 / 42 题