"Die vrouwen! die vrouwen!" riep Reede stampvoetend uit, nadat hij
den brief tweemalen met verbazing gelezen had: "kan men zich zoo
iets voorstellen? Nauwelijks is de asch van haar man koud.... (en
welk een man was hij, dien zij verloor!).... of zij gaat met een
ander in 't huwelijksbootje!.... Haar over 't bewuste onderwerp
te schrijven! ... Neen waarachtig niet. Geen taal of teeken zal
ik haar ooit meer sturen, dat beloof ik haar. Ik zal moeite hebben
mij in te houden, als ik dien Graaf van Nassau weder onder de oogen
krijg. Foei! foei!"--En hij scheurde in drift den ontvangen epistel
in duizend stukjes.