Buiten was alles nog stil, maar het was zóó donker tusschen de takken,
dat het zeer moeilijk viel den weg naar de trap te vinden.
Eensklaps stond een Wagdie voor hen!
Het was Lo-Mai met zijn kind. Het knaapje had de vreemden de
koninklijke hut zien binnengaan en was zijn vader gaan waarschuwen. En
de brave neger, bevreesd dat den vreemdelingen eenig kwaad overkomen
kon, had hen dadelijk opgezocht en bood hun thans zijn hulp als
gids aan.
Gretig namen zij dit aanbod aan en zoo bereikten zij de trap, maar
wie schetst hun schrik: de toegang werd bewaakt door Raggi en een
dozijn krijgslieden.
Zouden zij met hun vieren die overmacht kunnen verjagen?
Max Huber achtte het oogenblik gekomen om van zijn karabijn gebruik
te maken, maar dadelijk sprongen Raggi en twee zijner mannen op hem
toe. De Franschman ging achterwaarts, legde aan, vuurde en midden in
de borst getroffen, stortte Raggi dood neer.
Blijkbaar kenden de Wagdies het gebruik en de uitwerking van
vuurwapenen niet. Het geluid van het schot en het neervallen van Raggi
veroorzaakten eene ontsteltenis bij hen, waarvan geen beschrijving
is te geven. Allen vlogen weg, eenigen het dorp in, anderen, als apen
zoo vlug, de trap af.
De weg was dus vrij en onze vrienden lieten zich als het ware naar
beneden glijden, liepen wat zij loopen konden in de richting der Rio
en zoodra zij die bereikt hadden, maakten zij een der daar liggende
kano's los en scheepten zich in met Lo-Mai en zijn kind, die bij hen
gebleven waren.
Maar op hetzelfde oogenblik werden aan alle kanten fakkels ontstoken
en van alle zijden klonken luide kreten, terwijl een wolk van pijlen
op de vluchtelingen werd afgezonden.
"Er blijft niets anders over", riep John Cort, "vuur!"
Twee schoten weerklonken, twee Wagdies stortten neder en de
aanstormende wilden bleven een oogenblik verschrikt staan.
Op hetzelfde oogenblik kwam de kano in het midden der rivier, de
stroom voerde haar mee en zij verdween tusschen de zware boomstammen.
Het is onnoodig den verderen tocht naar het Zuid-Westen, in alle
bizonderheden te beschrijven. Den eerstvolgenden avond legde Khamis de
kano aan een boomstam vast. Het was toen de 16e April, Lo-Mai en zijn
kind bleven dien nacht nog bij de vreemden, maar toen den volgenden
morgen de reis zou worden voortgezet gaf de neger te kennen, dat hij
niet verder wilde meegaan. Hoe John Cort en Max Huber ook aandrongen,
dat het tweetal hen vergezellen zou naar Libreville, niets baatte, er
viel niets anders te doen dan afscheid te nemen van den braven man,
die uit dankbaarheid wegens de redding van zijn kind, hun als gids
zulk een onwaardeerbaren dienst bewezen had.
Zoo ging de kano weder naar het midden der rivier, terwijl Lo-Mai
en zijn zoontje aan den oever bleven staan, en wederzijds wuifde men
elkander tot afscheid toe.
Op den 21sten April werd de stroom sterker en bleek het dus, dat
men de Oebanghi naderde; naar schatting waren driehonderd Kilometer
sedert het vertrek uit Ngala afgelegd. En inderdaad, reeds den 26en
bereikte men aan den rechteroever een klein dorpje, dat niet meer
dan 900 Kilometer van Libreville bleek verwijderd te zijn.
De voorlooper richtte hier dadelijk een karavaan in en bijna in rechte
lijn voorttrekkende naar het Westen, kwamen John Cort, Max Huber,
Khamis en Llanga den 20en Mei in de factory aan, waar zij door hunne
vrienden, die hen reeds als verloren hadden beschouwd, met open armen
werden ontvangen.
En dokter Johausen?... En het negerdorp in de lucht?
Ongetwijfeld zal vroeg of laat een expeditie in nadere aanraking
komen met het onbekende volk in het diepste van het oerwoud. Mocht
het gebeuren, dat zij den Duitschen geleerde dan weder naar Malmba
terugbrengt, dan is het de vraag of hij niet zal terug verlangen naar
den tijd, toen hij als Koning Mselo-Tala-Tala over dat primitieve
volkje regeerde.