[1] Mangrove of wortelboom (Rhizophora mangle), een boom met
luchtwortels, die langs de tropische kusten groeit. Zie beschrijving
in deel I, zesde hoofdstuk, onder "Een veroveraar."
[2] Dugong (Halicore dugong), een planten-etend zoogdier van 10 tot
20 voet lang, dat leeft in baaien en inhammen van de Indische zeeën
en waarvan het vleesch als voedsel zeer wordt gewaardeerd. Zie
beschrijving deel I, vierde hoofdstuk, onder "De hedendaagsche
meermin."
[3] Hibiscus, planten met groote, schitterende bloemen, behoorende
tot de Malvacaeën.
[4] Dapahboom of Indische koraalstruik, een boom met vuurroode
bloemen. (Engelsch: Flametree, vlamboom).
[5] Magnolia umbrella en M. tripetale. De 12 tot 15 duim lange en 5
tot 6 duim breede bladeren van den laatste loopen naar beide uiteinden
smal toe en zijn in een cirkel aan het eind der takken geplaatst,
vandaar de Engelsche naam: umbrellatree, parapluboom.
[6] Baloghia lucida, een Euphorbiacae die bij insnijding een bloedrood
sap afscheidt (Engelsch: bloodwood, bloedhout).
[7] Careya Australis (Engelsch: cockatoo-apple-tree,
kakatoe-appelboom).
[8] Melaleuca, beteekent zwart en wit. Witte boom, zilverboom,
of Cajapoetboom (Maleisch: Caju Puti, d. i. witte boom). Een soort
myrtacae met trossen van zittende gele, purpere of karmozijnroode
bloemen.
[9] Gingee, inlandsche naam voor Diplantera tetraphylla, vierbladige
diplantera.
[10] Drongo, vogels tot het geslacht Dicrurus behoorend.
[11] Schoolhoutboom (Alstonia scholaris). Engelsch: Milkwood, melkhout,
wegens een melkachtige afscheiding.
[12] Eupomatia laurina, Engelsch: bean-tree, boonenboom.
[13] Hoya, ook wel genoemd porceleinbloem.
[14] Godsdienstig feest (dans en maaltijd) bij de Australische
inboorlingen.
[15] Litchee (Nephelium), boom met zeer smakelijke vruchten van vier
centimeter doorsnee.
[16] Bungalow, huis van één verdieping in de tropen.
[17] Artamus, spitsvogels, zwaluwspreeuwen, zwaluwklauwieren of
boschzwaluwen.
[18] Copra, uitgeperste kokosnoot.
[19] Bêche-de-mer, zeeslak of Trepang (Holothuria edulis) een
Chineesche delicatesse. Zie beschrijving in Deel I, vierde hoofdstuk.
[20] Rozenobel: oude Engelsche gouden munt. Moidore (moeda d'ouro)
Portugeesche gouden munt.
[21] Wallaby, naam voor middelgroote en kleine Kangoeroe's.
[22] Bandikoet, buideldas.
[23] Nulla-nulla, werpstok.
[24] Pitta, ook grondlijster of prachtlijster genoemd.
[25] Manucodia's, groep vogels behoorend tot of nauw verwant aan
de paradijsvogels.
[26] Engelsch: Balloon-fish, ballonvisch.
[27] Neolithische tijdperk: een voorhistorisch tijdperk, waarin
wapenen en werktuigen van gepolijsten steen gebruikt werden.
[28] Vandaar de Engelsche naam: sucker, zuiger.
[29] Mierenleeuw (Myrmelion), een insekt behoorende tot de Neuroptera
waarvan de larve trechtervormige valkuilen maakt in zand en stof,
op den bodem waarvan het zich verbergt. Zoodra een mier of ander
insekt in den kuil valt komt zij te voorschijn om het te verslinden.
[30] Boschjesman, kolonist in het Australisch binnenland.
[31] Corrobboree, godsdienstige bijeenkomst met dansen en feestmaal
der Australische inboorlingen.
[32] Dilly-mand; gevlochten inlandsche mand voor 't inzamelen van
vruchten en wortels.
[33] Iguana, soort hagedis.
[34] Figuur uit "De Negerhut."