HET PARADIJS.

Het geloof aan het "generzijds" schijnt bij de negers erg van

persoonlijken smaak en voorkeur af te hangen. Sommigen gelooven in

het geheel niet aan een voortbestaan na den dood. Anderen verzekeren

dat zij na een lange en pleizierige reis in een heerlijk land komen,

waar zij hun verwanten weer ontmoeten en waar allen, goeden zoowel

als slechten, gelukkig zijn.

Een neger werd eens gevraagd of werkelijk allen naar het zelfde

paradijs gingen, waarbij hem er op werd gewezen dat hij een goed

mensch was en een zeker ander kampbewoner een erkend slecht.

"Ja", antwoordde hij. "Allen zelfde reis met mij. Goede reis,

volle suikerzak, heel veel eieren, veel wallaby vlak bij, hoef

niet zoeken, vang hem vlak bij. Mij gaan lange weg, mij komen in

beter land. Vader van mij daar zitten, hij krijgen twee mooie jonge

kerel-vrouw. Waarachtig, goeie vrouwen. Hij zeggen: hallo, jij kom

ook? Jij zitten hier allemaal. Twee kerels-goeie-vrouwen voor jou."

Dit was het paradijs.

Bekentenissen van een strandvonder: Het leven op mijn tropisch eiland · 第 93 / 97 题