In haar eerste begeestering voor het Christendom nam Lucie onbevoegd
bezit van een gouden kruis. Zij ging er mee naar een afgelegen plek
aan den oever der rivier, hing het aan een koord om haar hals en
verbeeldde zich dat het een toovermiddel was dat haar in een blanke
vrouw zou veranderen. Vierentwintig uur van geduldige verwachting
gingen voorbij zonder dat er de minste verandering in Lucie's uiterlijk
plaats greep. Zij verloor dus haar geloof in den gouden talisman
en ruilde hem bij een Maleischen bakker in tegen koekjes. Brave
Christenen beschuldigden daarop Lucie van diefstal en den bakker van
heling. Lucie werd vrijgesproken, maar de heiden ging de gevangenis in.