In volharding bij het afstand-zwemmen en in het gemak waarmede zij
verschillende dingen in het water verrichten, zijn de negers langs de
kust van Noord-Queensland haast ongeëvenaard. Bij de minste aanleiding
ondernemen zij waagstukken die bewijzen, dat zij zich in diep water
evenzeer thuis voelen als op het vaste land en ontwikkelen daarbij
een kracht en uithoudingsvermogen die buitengewoon zijn. De negers
die in dienst zijn op Bêche-de-mer-booten worden ten naaste bij
amphibieën. Sommigen grijpen, al duikend de visschen op den bodem
der zee tot een hoopje bijeen, totdat hun armen zoo vol zijn dat zij
alleen nog maar met de schouders kunnen schokken, om zich voort te
bewegen naar het bootje dat hen wacht.
Tijdens een cycloon in de Prinses-Charlotte-baai kwam een der
overlevenden na bijna 24 uur gezwommen te hebben aan de kust. Hij
verklaarde dat allen in de boot, tot wier bemanning hij behoorde,
waren verdronken, "afgeloopen" en dat de zee hem had meegesleept naar
den Barrier. Hij had lang gezwommen, was toen moe geworden en gaan
slapen. Het grootste deel van dien verschrikkelijken nacht had hij
slapende gezwommen. 's-Morgens sloeg de wind om en dreef hem naar de
kust. Bij deze zelfde gelegenheid hebben andere negers vijftien en
twintig uur gezwommen, maar Dick was de eenige die er tusschendoor
nog had geslapen en geheel frisch aan land kwam.