HET DOMEIN VAN DEN STRANDVONDER.

Twee en een halve mijl uit de noordoostelijke kust van Australië,

ongeveer halfweegs het Great-Barrier-rif, dien lagen koraalwal,

die een van de wonderen der wereld vormt, ligt een eiland met den

oud-Engelschen naam "Dunk." Er liggen nog ongeveer een dozijn eilanden

en eilandjes in de nabijheid, maar Dunk is het grootste, het hoogste,

het schoonste van de geheele groep. Het bezit een welbeschutte haven

(in dit boek Brammobaai gedoopt) en drie het geheele jaar stroomende

kreken. Bij een oppervlakte van drie vierkante mijlen vertoont

het groote topografische afwisseling: heuvels en dalen, bosch en

wildernis, grasvlakten en naakte rotsen, duistere holen, klippen en

steile voorgebergten, zandige stranden en rustige inhammen begroeid

met mangrovebosschen. [1] Een uitgestrekte, V-vormige vallei opent

zich in het zuidoosten tusschen twee steile bergruggen.

Dit eiland is onze woonplaats. Wie de meest schilderachtige gedeelten

van de geheele 2000 mijlen lange oostkust van Australië wil zien,

moet dáár voorbijvaren.

Jaren geleden stond Dunk-eiland, het "Coenanglebah" der negers,

in een kwaden reuk. Vruchtbaar en vruchtrijk, midden in een zee

die rijk is aan dugong [2], schildpadden en allerlei visch, omringd

door oesterbanken en wemelend van vogels, werd het bewoond door een

welgedane, trotsche, haatdragende en verraderlijke bevolking, die

de eerste blanken welke het eiland bezochten ongastvrij en vijandig

bejegende. Maar de beschaving heeft ook hier haar onverbiddelijke wet

vervuld: van de geheele aanzienlijke bevolking zijn er nog slechts

een viertal over.

Dunk-eiland ligt in de tropische zône, op 146° 11' 20'' oosterlengte

en 17° 55' 25'' zuiderbreedte. Slechts 30 mijlen noordelijker ligt de

haven van Geraldton, het middelpunt der suikerproduktie van Queensland

en de vochtigste plaats van Australië. Onmiddellijk achter Geraldton

rijzen twee der hoogste bergen van Australië op (5400 voet), waartegen

de met regen beladen wolken der passaatwinden neerslaan, zoodat de

regenval er niet minder dan 140 duim per jaar bedraagt. Twintig mijlen

zuidelijk wederom ligt Hinchinbrook-eiland, dat zeer bergachtig is

en waar eveneens de regenwolken heerschen. Tegenover Dunk-eiland

evenwel is het kustgebergte veel lager en misschien is het hieraan

toe te schrijven dat het er minder sterk regent. Maar wij krijgen

toch ruimschoots ons deel en gedurende de groote droogte die in 1905

eindigde en die over geheel Queensland zooveel schade aanrichtte,

bleven gras en kruid bij ons het geheele jaar door groen en sappig

en de kreken hielden nooit op te vloeien.

De temperatuur op ons eiland is gelijkmatig. Hoe de wind ook waait,

altijd bereikt hij ons afgekoeld door de aanraking met de zee en

altijd drinken wij uit een nimmerfalende bron van zuivere, zachte,

weldoende lucht. Wij genieten van alle voordeelen van het equatoriale

klimaat en lijden slechts weinig onder de nadeelen.

Vogels zijn er talrijk, van het loophoen (Megapodius duperreyi),

dat in de wildernis huist en van bladeren, hout en leem een hoogst

betrouwbare broed-inrichting bouwt, tot aan den kleinen, geel- en

purperen zonnevogel (Cynniris frenata), die den ganschen dag fladdert

tusschen de scharlaken hibiscusbloemen [3], nektar drinkt uit de

bloesems van den Dapahboom (Erythrina indica) [4] of de dofroode

knoppen der drie-bladige Magnolia (Magnolia umbrella) [5] van hun

zoetheid berooft.

Men vindt hier geen ossen op stal, noch gemeste kalveren; maar wij

hebben den oogst der zee en heel de frischheid van een groen en

ongerept eiland. De benauwing, het geraas, het stof, het gezwoeg en

de vermoeienis van het stadsleven zijn vergeten; zorgelooze kalmte en

verkwikkende, krachtige zeelucht kregen wij er voor in de plaats. Van

het oogenblik af dat de zon onze heuvels en eilanden met gloeiend

geel overgiet totdat zij in vurigen glans ondergaat om slechts een

rooden gloor boven de bergen in het westen en een rimpelende roode

baan over zee naar het vastland achter te laten, staat het geheele

rijk der natuur ons ter beschikking.

Bekentenissen van een strandvonder: Het leven op mijn tropisch eiland · 第 9 / 97 题