S. W.”

Wij kunnen den lezer geen beter denkbeeld geven van den gemoedstoestand

van den heer Jones en van de folteringen, welke hij nu ondervond, dan

door te zeggen, dat zijne ellende zoo groot was, dat zelfs Thwackum hem

haast beklaagd zou hebben. Maar, hoe rampzalig hij ook zij, zullen wij

hem thans verlaten,—even als zijne beschermengel (zoo hij er ooit een

heeft gehad), schijnt gedaan te hebben.

En hiermede sluiten wij het zestiende boek van onze geschiedenis.

Tom Jones · 第 294 / 340 题