In het begin der eeuw was het vers de natuurlijke vorm voor de
litteratuur. Niet slechts stemmingen drukte men in verzen uit, maar al
wat men te vertellen had; zelfs pamfletten verschenen in dezen vorm. De
romantiek was rijk aan lyriek. Ook het drama in verzen bloeide in dien
tijd. Maar het realisme en de problemenlitteratuur maakten niet slechts
aan het drama in verzen, maar ook aan de lyriek een einde. Ibsen, de
groote verskunstenaar, gaat na _Peer Gynt_ geheel tot het proza over; de
romanschrijvers van 1870 gebruiken uitsluitend den prozavorm. De laatste
lyricus der oudere generatie, Vinje, legt in 1870 het hoofd neer, en
daarmee zinkt de lyrische poëzie in een winterslaap, die met weinig
onderbreking ca. 20 jaar duurt. Van Ibsen bestaan er uit die jaren
enkele gelegenheidsgedichten; ook Lie gaf nu en dan een gedicht zonder
vlucht in het licht. De jaren 1879 en 1880 brachten een korte
onderbreking door het eerste optreden van Kr. Randers (geb. 1851) en
Th. Caspari (geb. 1853). De eerste gaf in 1879 uit _Med Lyre og Lanse_
(Met Lier en Lans), in 1880 _Vaarbrud_ (Lentedoorbraak), de tweede in
1880 _Polemiske Sonetter_. Randers' gedichten hebben hoofdzakelijk
politieken inhoud, Caspari viel de dichters van zijn tijd aan. Daarop
zwegen beiden. In een jonger periode echter is Caspari tot de
stemmingspoëzie overgegaan. In 1891 gaf hij uit: _Digte af Per Gynt_, in
1897 _Norsk Høifjeld_, in 1901 _Vintereventyr_.
Intusschen was een jonger dichter, Nils Collett Vogt (geb. 1864),
Caspari op dit gebied vóór geweest. Zijn eerste verzameling is van 1887,
nieuwe bundels volgden in 1894 _Fra Vaar til Høst_, 1896 _Musik og
Vaar_, 1900 _Det dyre Brød_, 1904 _Fra Kristiana_. Uit deze verzen sprak
een oorspronkelijk kunstenaar, die besloten was, zijn eigen wegen te
gaan, en dien het gelukt was, een eigen vorm te vinden.
Tot de lyrische dichters der laatste periode behoort ook Vilhelm Krag,
een jongere broeder van Thomas, die in 1891 en 1892 bundels uitgaf,
getiteld _Digte_ en _Nat_, waarin deels, onder den invloed van Deensche
dichters, Jacobsen, Drachmann, nieuwe tonen werden aangeslagen. Zoowel
Nils Collett Vogt als Vilhelm Krag hebben zich daarna ook met succes op
het drama en den roman toegelegd.