VOORBERICHT.

_Nu dit boekje juist in het Rembrandtjaar verschijnt, zal men het

allicht indeelen bij de huldebetoogingen. Toch wil het daartoe niet

gerekend worden. Onze leerlingen geven dikwijls blijk, dat ze met

welgevallen luisteren naar of lezen over kunst; het is deze

belangstelling, die de schrijver heeft willen voeden en ontwikkelen. Men

zal bij de kennismaking den opvoedenden ondergrond van de stof der

besprekingen wel opmerken.

Dat de onderwerpen ontleend werden aan de werken van Rembrandt, behoeft

niet te bevreemden: deze schilder is voor de kunst en voor het

kunstgevoel een geweldig opvoeder geweest, ook en vooral omdat hij sterk

persoonlijk was in alles, wat van hem uitging.

Het was onvermijdelijk, dat de bespreking van portretten hier en daar

het karakter aannam van eene historische uiteenzetting; ze stellen ons

immers voor oogen het geslacht, te midden waarvan Rembrandt leefde, een

geslacht dat historisch is geworden. Dat we het zien juist door het oog

van een psycholoog, is vast geen nadeel!

De schrijver mag wel hopen, dat de menschen, die van kunst hun beroep

maken, hem niet te hard vallen over de vrijmoedigheid, waarmee hij zijne

laag-bij-den-grondsche inzichten ten beste geeft; hij heeft maar ééne

verontschuldiging: dat van hen nog niemand iets gedaan heeft voor de

aesthetische opvoeding van het opkomend geslacht. Het zij gezegd zonder

miskenning van de verdiensten van den Heer H. P. Bremmer, die reeds

jaren lang in de weer is, om onderwijzers voor deze taak op te leiden.

Bij dezen aan hem een woord van dank voor de beschikking over zijne

vermaarde prentenverzameling.

Voor den gebruiker een wenk: bespreek elk plaatje, vóórdat de tekst

gelezen wordt; als bij het lezen plaat en tekst in het boekje niet

tegenover elkaar staan, laat dan een van de twee boekjes op eenzelfde

bank bij de plaat open liggen. Open staan is nog beter._ Den Haag

1906. G. KIELDER.

Meesterstukken van Rembrandt Harmensz. Van Rijn Leesboek voor het Lager en Voortgezet Onderwijs · 第 8 / 33 题