WAMBA.

De tweede bezwoer bij het licht van zijn oogen,

Al zingende vroolijk zijn lied;

Hij toch was een heerschap in Welschland getogen,

En zeg mij, welk weeuwtje verhoorde hem niet?

Hij heette heer David van Hugo van Morgen,

Van Griffith van Tudor, zoo snoefde zijn lied,

"Dat gaat niet, één weeuw voor zoo velen te zorgen!"

Zoo sprak ze en verhoorde onzen Welschman ook niet.

Een pachter van Kent was de laatste gebleven,

Maar zong nu zoo vleiend een lied,

Hij roemde zijn rijkdom, zijn vorstelijk leven.

En zeg mij, welk weeuwtje verhoorde hem niet?

Ivanhoe(#26564) · 第 55 / 67 题