KIJK! MET BEIDE OOGEN, KIJK!

Michael Strogoff werd met gebonden armen voor den troon des emirs

geplaatst.

Zijne moeder, overstelpt door zoovele folteringen van lichaam en geest,

was in elkander gezakt, en durfde noch zien, noch hooren.

Kijk met beide oogen, kijk! had Feofar-Khan gezegd, zijne hand naar

Michael Strogoff uitstrekkende. Zonder twijfel had Ivan Ogareff, die op

de hoogte van de Tartaarsche zeden was, het gewicht dezer woorden

begrepen, want er kwam een wreede glimlach over zijne lippen.

Vervolgens had hij bij Feofar-Khan plaats genomen.

Oogenblikkelijk werd trompetgeschal vernomen. Het was het sein voor de

vermakelijkheden.

»Daar begint het ballet,” zeide Alcide Jolivet tot Harry Blount; »maar,

tegen alle gebruiken in, vertoonen die barbaren het vóor het

treurspel!”

Michael Strogoff kreeg bevel om te kijken. Hij keek.

Eene groote schaar danseressen drong het plein binnen, begeleid door

een orkest bestaande uit verscheidene Tartaarsche muziekinstrumenten,

zooals de daetare, eene soort van mandoline, de kabize, eene soort van

violoncel, de tschibirga, eene lange rieten fluit, trompetten,

tamboerijns, tam-tam’s, die met de keelgeluiden der zangers eene

zonderlinge harmonie vormden.

Terstond begonnen de dansen.

Deze danseressen waren allen van Perzischen oorsprong. Het waren geene

slavinnen en zij oefenden hun beroep in vrijheid uit. Vroeger

vertoonden zij zich officieel bij plechtige gelegenheden aan het hof

van Teheran, maar sedert het thans regeerende geslacht op den troon is,

zijn zij uit het rijk verbannen en zijn zij genoodzaakt geworden elders

hun geluk te beproeven. Zij droegen bij deze gelegenheid haar nationaal

kostuum, en, met juweelen kwistig versierd, voerden zij dan eens

alleen, dan weder in groepen, verscheidene bevallige dansen uit.

Toen deze eerste vertooning geëindigd was, liet zich eene zware stem

hooren, die zeide:

»Kijk met beide oogen, kijk!”

De man, die de woorden van den emir herhaalde, was een lange Tartaar,

de scherprechter van Feofar-Khan. Hij had achter Michael Strogoff

plaats genomen en hield eene sabel met eene breede en kromme kling in

de hand, eene dier damascener klingen die door de beroemde wapensmeden

van Karschi of Hissar gehard zijn.

In zijne nabijheid hadden de lijfwachten een drievoet geplaatst waarop

een komfoor stond, waarin gloeiende kolen brandden, die geen den

minsten rook verspreidden. De lichte walm, die over deze kolen hing,

ontstond door het verkolen van eene harsachtige en aromatische

zelfstandigheid, bestaande uit oliban, eene soort van beste Arabische

wierook en benzoën, die er over gestrooid was.

Intusschen werden de Perzische danseressen onmiddellijk door een

anderen troep danseressen opgevolgd, die van een geheel verschillend

ras waren en die Michael Strogoff oogenblikkelijk herkende.

De beide dagbladschrijvers herkenden ze ook, want Harry Blount zeide

tot zijn collega:

»Dat zijn de zigeuners van Nijni-Novgorod.”

»Dezelfde!” riep Alcide Jolivet uit. »Ik verbeeld me dat hare oogen aan

deze spionnen meer geld dan hare beenen zullen opbrengen.”

En met haar spionnen in dienst van den emir te noemen, vergiste Alcide

Jolivet zich niet.

Toen zij hare dansen geëindigd hadden, viel er een gouden regen uit de

handen van den emir, van zijne bondgenooten en van de officieren van

alle rangen, en de klank dier goudstukjes, die de cimbalen raakten,

vermengde zich met de laatste tonen der tamboerijnen en der daetaren.

»Verkwistend als plunderaars!” fluisterde Alcide Jolivet zijn metgezel

toe.

En hij zeide de waarheid, want met Tartaarsche tomans en sequinen,

regende het grootendeels Moskovische dukaten en roebels. Er heerschte

nu een oogenblik stilte en de stem van den scherprechter, die zijne

hand op den schouder van Michael Strogoff legde, sprak nog eens deze

woorden, die hunne herhaling steeds akeliger maakte:

»Kijk met beide oogen, kijk!”

Maar Alcide Jolivet merkte op dat de scherprechter ditmaal zijn blanke

sabel niet meer in de hand hield.

Intusschen was de zon aan de kimmen ondergegaan en was het

langzamerhand duister geworden. Nu drongen verscheidene honderden

slaven, die brandende toortsen droegen, het plein op. Door Sangarre

medegesleept verschenen de Perzische en zigeuner danseressen opnieuw

voor den troon van den emir. Zij wedijverden in vlugheid en het orkest

nam hoe langer hoe meer in woestheid toe.

Doch op eens, op een gegeven sein, werden al de lichten uitgebluscht,

de dansen hielden op en de danseressen verdwenen.

Op een teeken van den emir, werd Michael Strogoff midden op het plein

gebracht.

»Blount,” zeide Alcide Jolivet, »staat gij er op het einde van dat

alles te zien?”

»Niet in ’t minst,” antwoordde Harry Blount.

»Arme jongen,” voegde Alcide Jolivet er bij, terwijl hij Michael

Strogoff aanzag. »Die dappere soldaat had den dood op het slagveld

verdiend!”

»Kunnen wij niets voor zijne redding doen?” zeide Blount.

»Wij vermogen niets.”

De beide dagbladschrijvers herinnerden zich het edelmoedige gedrag van

Michael Strogoff jegens hen, en het speet hun dat zij niets voor hem

konden doen, te midden dezer Tartaren, die geen medelijden kennen. Niet

zeer verlangend om de strafoefening van dien ongelukkige bij te wonen,

keerden zij naar de stad terug. Een uur later waren zij op weg naar

Irkoetsk.

Michael Strogoff stond daar nu, op den emir een trotschen, en op Ivan

Ogareff een verachtenden blik werpende. Hij wist dat hij sterven moest

en toch zou men te vergeefs op zijn gelaat een teeken van zwakheid

gezocht hebben.

De emir gaf een wenk. Michael Strogoff, door de wachters voortgeduwd,

naderde, en toen zeide Feofar hem in de Tartaarsche taal, die hij

verstond:

»Ge zijt gekomen om te zien, spion der Russen. Ge hebt voor de laatste

maal gezien. In een oogenblik zullen uwe oogen voor altijd voor het

licht gesloten zijn!”

Michael Strogoff zou niet ter dood gebracht, maar met blindheid

geslagen worden. Verlies van het gezicht, verschrikkelijker misschien

dan het verlies van het leven! Doch Michael Strogoff verloor, toen hij

het vonnis door den emir hoorde uitspreken, den moed niet. Hij bleef

onbeweeglijk met de oogen wijd open, alsof hij in een laatsten blik

zijn geheele leven had willen samenvatten. Hij liet niet de minste

gemoedsbeweging blijken. Al zijne gedachten bepaalden zich tot zijn

mislukte zending, zijne moeder en Nadia, die hij niet meer zou

wederzien! Vervolgens maakte een gevoel van wraak zich geheel van hem

meester. Hij keerde zich naar Ivan Ogareff.

»Ivan,” zeide hij met eene dreigende stem, »Ivan de verrader, de

laatste bedreiging mijner oogen geldt u!”

Ivan Ogareff haalde de schouders op.

Maar Michael Strogoff vergiste zich. Niet terwijl hij Ivan Ogareff

aankeek, zou het licht in zijne oogen voor altijd uitgebluscht worden.

Marfa Strogoff was voor hem komen staan.

»Moeder!” riep hij uit. »Ja! ja! voor u mijn laatste blik en niet voor

dien ellendeling! Blijf daar voor mijn staan! Dat ik nog eens uw

beminnelijk gelaat aanschouwe! Dat mijne oogen u aanziende, zich

sluiten!...”

De oude vrouw naderde, zonder een woord te spreken....

»Jaagt die vrouw weg!” riep Ivan Ogareff.

Twee soldaten duwden Marfa Strogoff weg. Zij week terug, maar bleef op

eenige schreden van haar zoon staan.

De scherprechter verscheen. Ditmaal hield hij zijn blanke sabel in de

hand, en deze, witgloeiend, had hij van het komfoor genomen, waarin de

welriekende kolen brandden. Michael Strogoff zou nu, volgens

Tartaarsche gewoonte, blind gemaakt worden door de gloeiende sabelkling

langs zijne oogen te strijken!

Michael Strogoff beproefde geen tegenweer. Voor zijne oogen bestond

niets meer dan zijne moeder, die hij met zijne blikken als verslond! Al

zijn leven lag in dat gezicht besloten. Marfa Strogoff keek hem aan met

wijd opengespalkte oogen, de armen naar hem uitgestrekt!...

De gloeiende kling streek nu langs de oogen van Michael Strogoff.

Een kreet van wanhoop weergalmde. De oude Marfa viel als levenloos ter

aarde!

Michael Strogoff was blind.

Nadat zijne bevelen ten uitvoer waren gebracht, verwijderde de emir

zich met zijn geheele gevolg. Er bleef weldra niemand meer op het plein

over dan Ivan Ogareff en de toortsdragers.

Wilde die ellendeling dan zijn slachtoffer nog honen, en het nà den

scherprechter den genadeslag geven!

Ivan Ogareff naderde Michael Strogoff langzaam, die hem voelde aankomen

en zich oprichtte. Ivan Ogareff haalde den keizerlijken brief uit zijn

zak, opende hem, en, zijn spotlust bot vierende, hield hij hem voor de

uitgedoofde oogen van den koerier des czaars, zeggende:

»Lees nu, Michael Strogoff, lees, en ga te Irkoetsk vertellen wat ge

gelezen hebt! De ware koerier van den czaar is nu Ivan Ogareff!”

Dit gezegd hebbende, stak de verrader den brief weer in zijn zak.

Zonder zich om te keeren verliet hij vervolgens het plein, en de

toortsdragers volgden hem.

Michael Strogoff bleef nu alleen, bewegingloos, misschien wel dood, op

eenige schreden van zijne moeder liggen.

Men hoorde in de verte het schreeuwen, het zingen en het joelen der

brassende menigte. Tomsk was geheel verlicht, en in volle feestvreugde.

Michael Strogoff luisterde. Het plein was stil en verlaten.

Hij kroop, al tastende, naar de plaats waar zijne moeder neergestort

was. Hij vond ze, legde zijn gelaat op het hare, luisterde naar hare

ademhaling. Daarna zou men gezegd hebben dat hij haar iets

influisterde.

Leefde Marfa nog en hoorde zij wat haar zoon haar zeide? In ieder geval

verroerde zij zich niet. Michael Strogoff kuste haar voorhoofd en hare

grijze haren. Daarna richtte hij zich op, en liep met handen en voeten

rondtastende, langzamerhand naar het uiteinde van het plein.

Opeens verscheen Nadia. Zij liep recht op haar makker toe. Een dolk,

dien zij in de hand hield, diende om de touwen los te snijden, waarmede

de armen van Michael Strogoff vastgebonden waren.

Hij wist in zijn blindheid niet wie hem losmaakte, want Nadia had geen

woord geuit.

Maar toen hij los was, zeide zij: »Broeder!”

»Nadia!” stamelde Michael Strogoff, »Nadia!”

»Kom, broeder,” zeide Nadia, »mijne oogen zullen voortaan de uwe zijn,

en ik zal u naar Irkoetsk geleiden!”

Michael Strogoff · 第 46 / 68 题