Michael Strogoff had wel gelijk dat hij eene of andere onaangename
ontmoeting vreesde in de vlakten, die zich aan gene zijde van de Baraba
uitstrekken. De door de paarden platgetrapte velden toonden aan dat de
Tartaren daar over getrokken waren en van deze barbaren kan men zeggen
wat van de Turken gezegd wordt: »Daar waar de Turk doorgetrokken is,
groeit geen kruid meer!”
Michael Strogoff moest dus de grootste voorzorgen nemen bij het
doortrekken dezer streek. De rook, die hier aan den gezichteinder
dwarrelend opsteeg, toonde aan dat vlekken en gehuchten nog brandden.
Waren deze branden aangestoken door de voorhoede? Of was het leger van
den emir reeds tot aan de uiterste grenzen der provincie voortgerukt?
Bevond Feofar-Khan zich in persoon in het gouvernement van de
Yeniseïsk? Dat wist Michael Strogoff niet en hieromtrent kon hij niets
met zekerheid bepalen. Was het land dan zoo verlaten, dat hij geen
enkele Siberiër meer vond om hem in te lichten?
Michael Strogoff legde twee wersten op den geheel verlaten weg af. Hij
keek links en rechts rond om een of ander huis te vinden, dat niet
verlaten was; doch die, welke hij onderzocht, waren allen ledig.
Eene hut, die hij tusschen de boomen bespeurde, rookte echter nog. Toen
hij ze naderde, zag hij, op eenige schreden van de overblijfsels van
het huis, een grijsaard, door schreiende kinderen omringd. Eene nog
jonge vrouw, zijne dochter zonder twijfel, de moeder dezer kleinen,
zag, op den grond geknield liggende, met een verwilderd oog dit tooneel
van verwoesting aan. Zij had een kind van eenige maanden aan de borst.
Het huisgezin was omringd van puinhoopen en van alles beroofd.
Michael Strogoff naderde den grijsaard.
»Kunt ge mij antwoorden?” vroeg hij op een ernstigen toon.
»Spreek,” zeide de grijsaard.
»Zijn de Tartaren hier doorgetrokken?”
»Ja, daar mijn huis verbrand is!”
»Was het een geheel leger of eene afdeeling?”
»Een leger, want zoover het oog reikt, zijn onze velden verwoest.”
»Aangevoerd door den emir?....”
»Door den emir, want het water van de Obi is rood van het bloed!”
»En is Feofar-Khan binnen Tomsk getrokken?”
»Ja.”
»Weet gij ook of de Tartaren zich van Kolivan hebben meester gemaakt?”
»Neen, want Kolivan staat nog niet in brand!”
»Heb dank vriend.—Kan ik iets voor u en de uwen doen?”
»Niets.”
»Tot weerziens.”
»Vaarwel.”
En na vijf en twintig roebels in den schoot der ongelukkige vrouw
geworpen te hebben, die zelfs geene kracht bezat hem te bedanken, gaf
Michael Strogoff zijn paard de sporen en vervolgde hij zijn tocht.
Hij wist nu éen ding, namelijk dat hij Tomsk moest mijden. Naar Kolivan
te gaan, waar de Tartaren nog niet waren, was mogelijk. Ook had hij
zich van levensmiddelen voor een langen rit te voorzien; vervolgens
moest hij een zijweg inslaan ten einde Tomsk om te trekken.
Hij aarzelde geen oogenblik. Hij haastte zich den linkeroever van de
Obi te bereiken, waarvan hij nog veertig wersten verwijderd was.
Kolivan eens bereikt hebbende, zou zijne reis beter gaan. Hij kon daar
ook zijn paard, dat door de lange reis geducht uitgeput zou zijn, tegen
een ander verruilen. Zoolang hij door het verwoeste land trok, bleven
de moeielijkheden nog zeer groot, maar, wanneer hij, na Tomsk vermeden
te hebben, den weg naar Irkoetsk door de provincie van de Yeniseïsk kon
hernemen, zou hij in eenige dagen zijn doel bereikt hebben.
Het was nu langzamerhand donker geworden. De dag was vrij heet geweest.
Er heerschte over de geheele steppe eene diepe stilte. Alleen hoorde
men op dien eenzamen weg de stappen van het paard, en eenige woorden
waarmede zijn meester het aanzette.
Michael Strogoff reed zoo snel mogelijk voort, maar toch zeer
voorzichtig om niet buiten den weg te geraken, die omzoomd was met
vijvers en kleine stroomen die in de Obi uitliepen.
Op dit oogenblik steeg Michael Strogoff van zijn paard en zocht hij de
juiste richting van den weg te verkennen, toen hij een verward
gedruisch, dat uit het westen kwam, meende te hooren. Het was het
getrappel van een troep paarden in de verte.
Hij hield zijn oor midden op den weg tegen den grond en luisterde met
meer oplettendheid.
»Het is eene afdeeling ruiterij, die van Omsk komt,” zeide hij tot
zichzelf. »Zij rijdt snel, want het gedruisch wordt duidelijker. Zouden
het Russen of Tartaren zijn?”
Michael Strogoff luisterde opnieuw.
»Ja,” zeide hij, »die ruiters rijden in vollen draf! Binnen tien
minuten zullen zij hier zijn! Mijn paard kan hen niet vooruitblijven.
Wanneer het Russen zijn, dan voeg ik mij bij hen. Zijn het Tartaren,
dan moet ik hen vermijden. Maar hoe? Waar mij in deze steppen te
verbergen?”
Hij keek om zich heen en zijn zoo doordringend oog ontdekte door de
duisternis heen eene massa, die zich op eenen afstand van honderd
passen links van den weg flauw afteekende.
»Daar is eenig kreupelhout,” zeide hij. »Zoek ik daar eene
schuilplaats, dan stel ik mij misschien bloot om gevangen te worden
genomen, als zij het kreupelhout doorzoeken, maar er is geene keus!
Daar zijn zij! daar zijn zij!”
Michael Strogoff nam zijn paard bij den toom en drong in een boschje
van lorkeboomen door, dat zich langs den weg bevond.
De duisternis was zoo dicht, dat hij geen gevaar liep van bemerkt te
worden, tenzij het boschje nauwkeurig onderzocht werd. Hij maakte zijn
paard aan een boom vast, en ging aan den rand van het bosch op den
grond liggen om te zien met welke lieden hij te doen had.
Nauwelijks had hij achter een groep pijnboomen plaats genomen of hij
zag eenige lichten flikkeren.
»Toortsen!” zeide hij tot zichzelf.
En hij kroop opeens, als een wilde, achter het kreupelhout weg.
Hoe meer de ruiters het bosch naderden, hoe duidelijker en hoe
langzamer ook het getrappel hunner paarden begon te worden. Zouden die
ruiters den weg verlichten met het oogmerk er de minste bochten van te
onderzoeken?
Michael Strogoff vreesde het, en instinctmatig sloop hij naar den kant
van het stroompje dat achter het boschje liep, gereed om er in te
springen, als het noodig was.
Aan het kreupelhout gekomen, hield de afdeeling stil. De ruiters stegen
af. Zij waren ongeveer vijftig in getal. Een tiental van hen droegen
toortsen.
Aan eenige toebereidselen zag Michael Strogoff, dat de afdeeling er
gelukkig geenszins aan dacht om het kreupelhout te onderzoeken, maar
dat ze op de plaats wilden bivakkeren, om de paarden te laten rusten en
aan de manschappen eenig voedsel te laten gebruiken.
Inderdaad begonnen de paarden te grazen en de ruiters strekten zich
langs den weg uit en verdeelden den voorraad uit hunne ransels onder
elkander.
Michael Strogoff had zijne tegenwoordigheid van geest behouden, en
tusschen het hooge gras sluipende, zocht hij te zien en te hooren.
Het was eene afdeeling, die van Omsk kwam. Zij was samengesteld uit
usbecksche ruiters, het heerschend ras in Tartarije, en wier type veel
overeenkomst heeft met dat der Mongolen. Deze lieden, goed gebouwd, van
eene meer dan middelmatige gestalte en met een ruw en woest gelaat,
hadden, als hoofddeksel, de talpak, een soort van muts van zwart
schapevel, en als schoeisel, gele laarzen met hooge hakken en punten.
Hun pels van gewatteerd sits was om het lijf gesloten door een rood
gestikten lederen gordel. Zij waren gewapend met een schild, een
krommen sabel en een vuursteengeweer, aan den zadelknop hangende. Over
hunne schouders hing een vilten, opzichtig gekleurden mantel.
Deze afdeeling werd aangevoerd door een pendja-baschi, dat wil zeggen
een commandant over vijftig man, hebbende onder zich een deh-baschi, of
commandant van tien man. Deze beide officieren droegen een helm en een
maliënkolder; trompetjes, aan den zadelknop bevestigd, waren het
onderscheidingsteeken van hun graad.
De pendja-baschi had zijne manschappen laten uitrusten, die door een
langen marsch zeer vermoeid waren. Al pratende en den beng rookende,
zijnde het hennepblad dat de grondstof van den haschisch uitmaakt,
waarvan de Aziaten zooveel gebruik maken, liepen de beide officieren
heen en weer in het boschje, zoodat Michael Strogoff, zonder gezien te
worden, hun gesprek kon verstaan, daar het in het Tartaarsch werd
gevoerd.
Reeds door de eerste woorden die hij opving, werd zijne aandacht sterk
gespannen. Inderdaad golden zij hem.
»Die koerier kan ons toch niet ver vooruit zijn,” zeide de
pendja-baschi, »en, van den anderen kant, is het onmogelijk dat hij een
anderen weg dan die door de Baraba heeft genomen.”
»Wie weet of hij Omsk wel verlaten heeft?” antwoordde de deh-baschi.
»Misschien houdt hij zich nog in een of ander huis van die stad
verscholen.”
»Dat zou waarlijk te wenschen zijn! Kolonel Ogareff zou dan niet meer
behoeven te vreezen dat de dépêches, die deze koerier moet overbrengen,
de plaats harer bestemming zouden bereiken.”
»Men zegt dat het een Siberiër is,” hernam de deh-baschi. »Hij moet dus
goed de streken kennen, en het is mogelijk dat hij den weg naar
Irkoetsk verlaten heeft, om hem later weer te hernemen!”
»Maar dan zouden wij hem vooruit zijn,” antwoordde de pendja-baschi,
»want wij hebben Omsk een klein uur na hem verlaten, en wij hebben den
kortsten weg genomen en wel met al de snelheid onzer paarden. Derhalve
is hij òf te Omsk gebleven, òf wij zullen vóor hem te Tomsk aankomen.
In beide gevallen, zal hij dus Irkoetsk niet bereiken.”
»Die Siberische vrouw is zeker zijne moeder!” zeide de deh-baschi.
Op dit gezegde klopte het hart van Michael Strogoff, alsof het vaneen
zou springen.
»Ja,” antwoordde de pendja-baschi, »zij heeft goed volgehouden dat die
gewaande koopman haar zoon niet was; maar het was te laat. Kolonel
Ogareff heeft zich niet laten beetnemen, en, zooals hij gezegd heeft,
hij zal die oude tooverheks wel weten te doen praten, wanneer het
oogenblik daar is.”
Deze woorden waren even zooveel dolksteken voor Michael Strogoff! Het
was bekend dat hij een koerier van den czaar was! Eene afdeeling
ruiters zou hem wel den weg afsnijden! En wat nog smartvoller voor hem
was, zijne moeder was in de handen der Tartaren, en de wreede Ogareff
maakte zich sterk haar te doen praten, wanneer hij zulks maar wilde!
Michael Strogoff wist wel, dat de krachtvolle Siberische vrouw niet zou
praten, al moest zij er het leven bij laten! Hij geloofde niet dat hij
Ivan Ogareff meer kon haten dan hij hem tot nu toe gehaat had. De
ellendeling die zijn land verried, dreigde nu zijne moeder te pijnigen!
Het gesprek tusschen die beide officiers werd voortgezet, en Michael
Strogoff meende er uit te begrijpen, dat er een groot gevecht in de
omstreken van Kolivan op handen was tusschen de Moskovische troepen die
uit het noorden aanrukten en de Tartaarsche troepen. Een klein Russisch
korps van twee duizend man, vertelde men, was op marsch naar Tomsk.
Indien dit zoo was, dan zou dat korps met het gros van het leger van
Feofar-Khan slaags gerakende, onvermijdelijk in de pan gehakt worden,
en de geheele weg naar Irkoetsk zou voor de overweldigers open liggen.
Wat Michael Strogoff zelf betreft, hij vernam, door eenige woorden van
den pendja-baschi, dat hij vogelvrij was verklaard, en dat er bevel
gegeven was hem dood of levend in handen te krijgen.
Het was dus zaak voor Michael Strogoff, de ruiters op den weg naar
Irkoetsk vooruit te komen en zoo snel mogelijk de Obi over te trekken.
Hij had bijgevolg geen oogenblik te verliezen. Het was éen uur in den
morgen. Hij moest van de duisternis gebruik maken, en toch scheen hem
het welslagen eener dergelijke vlucht bijna onmogelijk toe.
Hoe uit dit kreupelbosch te komen, uit dien moerassigen grond overal
dicht begroeid met stekelige brem. Het eenige dat er op zat, was om te
trachten op den grooten weg te komen, door het bosch om te rijden, en
de Obi te bereiken, al moest hij zijn paard zien bezwijken en
vervolgens dien machtigen stroom, hetzij in een pont, hetzij al
zwemmende over te trekken.
Zijne zielskracht, zijn moed hadden zich in het gezicht van het gevaar
vertienvoudigd. Het gold zijn leven, zijne zending, de eer van zijn
land, wellicht het heil zijner moeder.
Hij had geen oogenblik meer te verliezen. Reeds was er eenige beweging
onder de manschappen van de afdeeling gekomen, en hunne paarden trokken
langzamerhand naar het vereenigingspunt in het boschje.
Michael Strogoff naderde, al kruipende door het hooge gras, zijn paard,
dat op den grond te rusten lag. Hij liefkoosde het, en het gelukte hem
het stil te doen opstaan. Hij deed het zijn gebit aan, bevestigde den
buikriem, onderzocht de riemen der stijgbeugels, en leidde het zachtjes
bij den toom. Het scheen dat het dier begreep wat men van hem wilde;
het volgde gewillig zijn meester zonder het minste gehinnik te laten
hooren. Evenwel staken eenige usbecksche paarden de ooren op, en liepen
langzaam naar den rand van het boschje.
Michael Strogoff hield zijn revolver in de rechter hand, gereed om den
eersten den besten ruiter, die naderen mocht een kogel door het hoofd
te jagen. Hij werd gelukkig niet opgemerkt en hij kon den hoek van het
bosch bereiken die op den grooten weg uitkwam.
Ongelukkigerwijze begon, op het oogenblik dat hij den rand van het
kreupelboschje zou overschrijden, een usbecksch paard, dat hem rook, te
hinniken en rende het op den weg.
Zijn meester snelde toe om het terug te halen, maar in de
morgenschemering de schim van een mensch ontwarende, riep hij:
»Verraad.”
Op dien kreet stonden al de manschappen op en vlogen zij naar den weg.
Michael Strogoff sprong op zijn paard en zette het in galop.
De beide officieren der afdeeling waren toegesneld, en wakkerden hunne
manschappen aan.
Op dit oogenblik werd een knal gehoord en voelde Michael Strogoff zijn
pels door een kogel doorboren.
Zonder om te kijken, zonder te antwoorden, gaf hij zijn paard de
sporen, en rende hij met lossen teugel, in de richting van de Obi
voort.
Ofschoon de paarden der usbecken afgetuigd waren, duurde het toch geene
vijf minuten of hij hoorde het getrappel der paarden, die hem
langzamerhand inhaalden.
Michael Strogoff zijn hoofd omkeerende, zag een ruiter dicht achter
hem.
Het was de deh-baschi, die aan het hoofd der afdeeling, den vluchteling
dreigde in te halen.
Michael Strogoff legde, zonder stil te houden, zijn revolver op hem
aan, en schoot hem vlak in de borst.
Hij moest nog meermalen van zijn revolver gebruik maken, wanneer de
ruiters hem te nabij kwamen, en telkenmale stortte dan een usbeck uit
den zadel, onder de verwoede kreten zijner makkers, die hem met des te
meer hevigheid vervolgden.
Dit vervolgen kon niet anders dan ten nadeele van Michael Strogoff
uitloopen. Het gelukte hem evenwel de Obi te bereiken. Hij sprong er
met zijn paard in.
De ruiters, aan den steilen oever, waarmede het water gelijk stond,
aangekomen, aarzelden om hem na te springen. Maar de pendja-baschi
greep toen zijn geweer en mikte goed op den vluchteling, die zich reeds
midden in den stroom bevond. Het schot ging af, en het paard van
Michael Strogoff, in de zijde getroffen, zonk onder zijn meester in den
stroom weg.
Deze had zich snel van de stijgbeugels bevrijd, op het oogenblik dat
het dier verdween. Vervolgens bijtijds duikende onder een hagelbui van
kogels, gelukte het hem den rechteroever van den stroom te bereiken,
waarna hij verdween in het riet, dat den oever van de Obi bedekte.