AANTEEKENINGEN

[1] Handboek van Insulinde, door D. van Hinloopen Labberton,

f 9,738,000.

[2] Verslag van de Kamer van Koophandel en Nijverheid te Soerabaja

over het jaar 1910.

[3] De Hollander betaalt ook in geld: nl. voor al zulke

landbouwverrichtingen als niet begrepen zijn in de oorspronkelijke

contracten. Deze zijn gesloten in een tijd toen cultuur-methodes

veel eenvoudiger waren dan tegenwoordig. Er wordt dus voor allerlei

werk--herhaald bemesten, bijvoorbeeld--bij betaald. Dit o. a. maakt

dat de arbeider op Hollandsche ondernemingen er beter aan toe is dan

die in Javanen-dienst.

[4] Kalff. Indische Gids, 94 en 97. Aangehaald bij Clive Day "The

Policy and Administration of the Dutch in Java."

[5] Woordenboek van Nederlandsch-Indië: Vorstenlanden, door Rouffaer.

[6] Ik grijp de gelegenheid aan om voor de inrichting in Holland de

hulp te vragen die Indië haar niet geven kan: wetenschappelijke. De

bibliotheek heeft erg gebrek aan nieuwe medische literatuur. Zouden

heeren artsen en uitgevers hier niet eens willen helpen?

[7] De Zendingseeuw voor Nederlandsch Oost-Indië: VI Het Nederlandsch

Zendelinggenootschap 261.

[8] Woorden van een Christen-Javaan, aangehaald in de Mededeelingen

vanwege het Nederlandsche Zendelinggenootschap. Verslag omtrent den

werkkring Madjawarna in 1910, blz. 134.

[9] Zendingseeuw etc. p. 255.

[10] t. a. p.

[11] De drie kasten zijn in afdalende rij, die der Brahmanen, die der

Ksatrya, die der Wessya. De leden der Triwangda hebben nog enkele

historische voorrechten op de gemeenen, de Kaoela. De Ksatrya zijn

zoo goed als verdwenen en de Wessya nemen hun plaats in.

[12] W. R. van Hoëvell. Reis over Java, Madura en Bali in het midden

van 1847. Deel III blz. 45 en vlg.

[13] De eigenlijke naam van de door Hollanders dikwijls Dèn Pasar

genoemde plaats.

[14] De plant wordt zoo genoemd om de gelijkenis van haar rozig-paarsen

bloemtros met dien van de hyacint. Ik zag slechts een enkel exemplaar

in bloei.

[15] Hierbij is er veel, die niet in de zon, maar boven vuur gedroogd

is, wat ik, persoonlijk, te Kendangan niet zag geschieden.

[16] Javanen, naar den hadji-titel begeerig doch van den Mekka-tocht

afkeerig, gaan naar Penang om zich den schijn te geven van den tocht

te hebben volbracht en keeren na enkele weken, als van Mekka komend

terug. De bron waaruit schrijfster dezes putte geeft geen zekerheid

omtrent de vraag of de planter met zulke namaak-hadji's te doen had,

of met toevallig onder weg opgehouden echte.

[17] Het Rekest en Betoog der Deli Plantersvereeniging aan

den G. G. van Ned. Indië naar aanleiding van het ontwerp van

mr. v. Blommestein noemt als het getal der tot 1910 toe opgerichte

maatschappijen 125 met een gezamenlijk kapitaal van ruim 104 millioen.

[18] Reizigers 2,314,994 in 1911 tegen 823.860 in 1901.

Vrachtgoederen 429,653 ton in 1911 tegen 205.577 ton in 1901.

Rapport van den hoofdadministrateur aan den resident ter Oostkust

van Sumatra.

[19] Mr. H. J. Bool. Arbeidswetgeving in de Residentie Oostkust van

Sumatra: blz. 13, noot.

[20] Niet met de letter van de wet; maar volgens de uitlegging die

zoowel werkgevers als werknemers er altijd aan gegeven hebben. Van

Ned.-Indische koelies werken alléén Javanen in contract.

[21] Volgens een officieele mededeeling in Engelsche vertaling

aangehaald op blz. 45 van het "Rekest en Betoog der Deli

Plantersvereeniging aan den G. G. van Ned.-Indië naar aanleiding van

het ontwerp Blommestein," waar tevens vermeld staat "dat de toestanden

op Banka door meer toezicht veel verbeterd zijn."

[22] Belasting in geld: progressief van 2 1/2 % voor een inkomen

per gezin van f 50 in 't jaar tot 4 1/2 % voor een inkomen van f

630 en daarboven. Heerendiensten 40 dagen per jaar als maximum: 4

daarvan zijn voor de hoofden. Bij wegenarbeid wordt de nacht op het

werk doorgebracht gerekend voor 1/2 dagarbeid, in de practijk is het

maximum 24.

[23] De drie andere gevallen zijn: als er geen geld is voor de

begrafenis van een lid der familie, geen geld om het begonnen

familiehuis af te bouwen, geen geld om een schuld bij hanengevechten

aangegaan, te voldoen, voor het geval de verliezer een "penghoeloe,"

een dorpshoofd is.--De bruidschat is soms verkeerdelijk voorgesteld

als de "koopsom" van den man.

[24] Vertaling van Veth "Insulinde."

[25] Zie Van Hasselt: Noefoorsche Sprookjes.

[26] M. Müller leidt deze stelling uit de taal af; uit den godsdienst

van Hasselt, wiens vertaling van Noefoorsche sprookjes hier al

meermaals is aangehaald, en van wien ook afkomstig zijn de hieronder

volgende mededeelingen omtrent het gezinsleven, den godsdienst en de

feesten der Noefooren.

[27] Een klein nacht-dier, een buidel-drager.

[28] Mondelinge mededeeling van v. Hasselt, zendeling te Manokwarie.

[29] Volgens mondelinge mededeelingen van Van Hasselt, zendeling

te Manokwarie.

[30] Noefoorsche sprookjes, vertaald door Van Hasselt.

[31] Jos Viegen, M. S. O. pastoor te Merauke in het tijdschrift

v.h. Kon. Ned. Aard. Genootschap, 15 Maart 1912.

Natuur en Menschen in Indië · 第 66 / 71 题