Dit dorp, op het nu met Texel vereenigde Eijerland aangelegd, en aldus
genoemd naar wijlen den Heer J. J. de Cock, van Rotterdam, ligt 2 3/4
uur N. O. van den Burg, nabij de Roggesloot, op eenen zandgrond. Het
telde ten jare 1841 een 20-tal woningen met 120 bewoners; behalve de
school, die toen door 40 à 50 leerlingen werd bezocht, benevens eene
met vlas overdekte koren- en pelmolen, eene wagenmakerij, smederij
en broodbakkerij.
Sedert heeft deze plaats vele uitbreiding ondergaan, zoodat men er
thans 53 huizen en eene bevolking van 276 zielen telt; bevattende de
geheele polder Eijerland 140 huizen met 1000 bewoners.--Door deze
uitbreiding wordt de bovengenoemde school thans door 120 kinderen
bezocht, terwijl er in 1853, door het Gemeentebestuur van Texel,
eene tweede school en onderwijzerswoning in het zuidelijk deel van
den polder is gesticht, die gemiddeld 100 leerlingen telt.
De Hervormden, die tot de gemeente Eijerland behooren, hebben hier eene
kleine kerk en pastorie, welke beiden in 1839 zijn gebouwd. De eerste
is voorzien van eenen kleinen naaldtoren, terwijl den 19 Maart 1842,
eene particuliere woning, na tot een bedehuis voor de R. K. te zijn
ingerigt, ingewijd is en bediend wordt door pastoor G. van den Bosch.
De eerste leeraar, die bij de Herv. gemeente het leeraarsambt heeft
bediend, is Pieter Haesebroek, die in 1841 herwaarts beroepen is.
De net aangelegde begraafplaats ligt dáár, waar de dorpsweg zich door
eene bevallige kromming met den postweg vereenigt.--Vroeger stond
hier een groot steenen magazijn, dat thans is veranderd in eene
bouwmanswoning, Dijkzigt geheeten.
Men heeft te Cocksdorp ook eene Afdeeling der Maatschappij,
t. N. V. 't. A. dat in 1837 is opgerigt, terwijl er eene jaarmarkt
gehouden wordt op den tweeden Pinksterdag.
De bewoners vinden hun bestaan, deels in den landbouw, en deels
in de schelpvisscherij. Vele duizende kubiek ellen schelpen worden
jaarlijks door hen van de zandbanken, tusschen Texel en Vlieland,
gehaald, die naar verschillende oorden in ons vaderland, meerendeels
voor de kalkbranderijen en ook voor het aanleggen en onderhouden van
kunstwegen, vervoerd worden.